vrijdag 20 maart 2015

Geldloos. Zou dat kunnen?

Geld is belangrijk voor ons. Als je er te weinig van hebt, beheerst het je hele leven, zo blijkt uit verhalen die je kon horen bij de Voedselbankactie rond afgelopen kerst. Toen ik laatst weer eens Star Trek zat te kijken en in dezelfde periode Thea Beckman’s Thule-trilogie (Kinderen van Moeder Aarde, Het Helse Paradijs en Het Gulden Vlies van Thule) zat te herlezen, vroeg ik me ineens af of we met ons allen - zo ongeveer wat we  “de samenleving” noemen zeg maar - zonder zouden kunnen. Zou je het hele idee “geld” af kunnen schaffen? Hoeveel zou dat veranderen? Hoeveel zouden wij veranderen? Hoeveel zou het “Het Ons” veranderen?

Een interessant idee was het wel. Ook een moeilijk idee, vooral om jezelf het voor te stellen.

Het verhaal in mijn hoofd redeneerde ongeveer zo: 

In de startrek-aflevering “Time’s arrow”  komt de bemanning van de Enterprise-D terecht in negentiende-eeuws Amerika. Ze ontmoeten daar onder andere Mark Twain en door wat gedoe komt Mark uiteindelijk op de Enterprise-D terecht in de vierentwintigste eeuw. Hij ontdekt dat ze geen Havanasigaren aan boord hebben en is daar he-le-maal niet blij mee. In de scène loopt hij door een van de vele gangen van het schip terwijl hij het daarover heeft met Counselor Deanna Troi, die hem vertelt dat er andere voordelen tegenover staan.

Ze vertelt hem dat ze geld en daarmee armoede geëlimineerd hebben, en dat een heleboel andere dingen die dat normaal met zich mee brengt ook verdwenen zijn. Mark is niet meteen overtuigd, hij vindt dat hij uit een tijd komt waarin de rijken rijker en machtiger worden door op de ruggen van de armen te staan. Uiteindelijk vindt hij toch dat het misschien toch wel waard is om zijn geliefde sigaar voor op te geven.

Geen geld. Een samenleving zonder geld. Zou dat kunnen? 

Wacht eens, dat boek ging ook over zoiets.

Thea Beckman beschrijft in haar Thuletrilogie een maatschappij die zo ongeveer hetzelfde probeert te bereiken. Mensen helpen elkaar gratis, en nemen niet meer van de gemeenschap (het collectief, zo je wil - al klinkt dat wel meteen weer heel erg akelig communistisch) dan ze nodig hebben. Ze hebben wel een munt, konarciq of zo heet het ding, maar die staat niet in hoog aanzien, vertelt een verthuleenste Badener in Het Helse Paradijs aan net aangekomen Badeners die het land willen veroveren. Thulenen ruilen liever goederen direct voor goederen of diensten, in plaats van voor geld. Eigenlijk net zo'n beetje als de Kelten goederen voor goederen ruilen in Manda Scott's "Boudica: Droom van de Arend". 
Maar de Thuleense (en ook Manda Scott's Keltische) samenleving is wel héél anders en vindt wel héél andere dingen belangrijk, blijkt uit de boeken als je ze leest. 

Dat krijg je niet zomaar voor elkaar, dat we met ons allen ineens heel andere dingen belangrijk gaan vinden dan we nu doen.

Maar zou dat in het echt kunnen? 
Laat ik eens proberen om het me voor te stellen.

Stel je eens voor, dat je bij de supermarkt je boodschappen gratis krijgt. Dat je bij de benzinepomp je auto gratis voltankt, en dat de fietsenmaker gratis je fiets repareert. Dat de supermarkt gratis zijn voorraden krijgt van de leverancier, die ze weer gratis krijgt van hun leveranciers en zo verder. 

Dat werkt natuurlijk alleen zolang we onszelf met elkaar een gemeenschap voelen. En zolang mensen niet uitgebuit en onderdrukt worden, zoals bijvoorbeeld die Bangladeshers die vorig jaar of zo in het nieuws waren omdat ze voor bijna niks onze kleren maken en wij dat nog helemaal prima vinden ook terwijl zij langzaam doodgaan van de honger.

En zolang niemand meer van “het ons” pakt dat hij of zij nodig heeft. Meer van “Het Ons” afpakken dan je nodig hebt, echt nodig hebt, kan niet. Want dan is er niet genoeg voor iedereen, en gaan mensen het oneerlijk vinden dat die éne zo veel mag pakken en zij niet en dan krijg je uiteindelijk vanzelf rellen en revoluties en zulke ellende. Je mag dus niet hebberig zijn en als je dat wel bent, is dat zo tegen de “je pakt alleen wat je echt nodig hebt” afspraak dat je het een misdaad zou moeten noemen. En het dus bestraffen.

Eigenlijk staat dat lijnrecht tegenover hoe we nu leven, met mensen, reclames en bedrijven die ons wijsmaken dat je vooral meer moet hebben dan een ander, en dat je vooral veel status nodig hebt en dat je vooral egoïstisch en hebberig moet zijn (denk maar eens aan Gordon Gekko’s “greed is good”). En dat je, als je minder hebt, vooral op moet kijken tegen mensen die meer hebben en dat je hen toch vooral heel erg supermegabelangrijk moet vinden en zo. Terwijl ze, zoals mijn vader dat vaak zei, net zo goed stinken als ieder ander als ze op de wc zitten.

Stel je voor dat we geld afschaffen. En dat hebberig dus fout wordt. 

Wat doen we dan met iemand die teveel pakt? In ons systeem zou hij of zij de cel in moeten. In de boeken van Thea Beckman kennen ze geen gevangenissen, maar krijgt iedere crimineel een stempel met langzaam vervagende inkt in het gezicht. Een soort tatoeage. Verschillende kleuren staan voor verschillende misdrijven. Ze blijven vrij rondlopen maar worden door iedereen veracht om wat ze hebben gedaan, dat is hun straf. De inkt vervaagt in de loop der jaren en als ’t weg is kan iemand opnieuw beginnen.

Zou zo’n systeem in het echt kunnen werken? Ik probeer het me voor te stellen maar dat lukt niet echt. Er zou dan zó veel moeten veranderen! En we zouden dingen als hebberigheid en status moeten afschaffen, dat lijkt me wel erg moeilijk. We zijn door de de eeuwen zó gewend en getraind om dat belangrijk te vinden. 

Ik denk niet dat het zou kunnen. 
In elk geval niet zomaar. 
Maar een interessant idee is het wel. 

Stel je eens voor dat je het hele idee “geld” zou kunnen afschaffen. Best wel een bijzonder idee, eigenlijk. 

Aan de andere kant misschien minder bijzonder dan het lijkt: als ik Joris Luyendijks boek "Dit kan niet waar zijn" goed begrijp, bestaat ons meeste geld nu ook al enkel digitaal en is daarmee eigenlijk niks. Gebakken lucht misschien. Lucht waar we met ons allen in geloven, maar toch lucht. Minder dan lucht nog, misschien. 

En toch, stel je eens voor. Een samenleving zonder geld. Ik vind het moeilijk om het me voor te stellen. Erg moeilijk. Het is zó anders dan wat we gewend zijn!

zondag 15 maart 2015

Hardlopen en zulks wat meer

Toen ik gisteren een aantal mensen zag hardlopen ("uitslovers" noemde Oma ze altijd) moest ik denken aan jaren geleden, toen een kennis quasi-grappend vond dat ik eens aan de 4 Mijl van Groningen moest meedoen. Hij had nog wel ergens een trainingsschema. 

Mijn eerste gedachte was dat het me helemaal niks leek. 
Mijn tweede gedachte was dat het me helemaal niks leek. 

Hij vertelde over wat hij noemde de "runners high", blijkbaar een diepmeditatieve en nogal euforische staat van zijn die je kon bereiken door het hardlopen. Naderhand ben ik begonnen met het letten op gezichten van hardlopers. Ze kijken allemaal alsof het zwaar is, en sommigen kijken alsof het pijn doet. Iets euforie-achtigs heb ik nog niet gezien helaas. Wel mensen met
een figuur zoals ik die vreselijk gepest en lastig gevallen werden tijdens het hardlopen, kennelijk omdat ze het gore lef hadden om "iets duns" te doen terwijl ze dat niet waren. 

Stom, om iemand zo te pesten alleen omdat hij of zij aan beweging doet. 

Zelf zit ik op fysiofitness. Net als een sportschool maar dan bij mijn eigen vertrouwde fysiotherapeut. Het is een heel klein zaaltje waar je alleen kunt zijn of soms met een of twee anderen. De fysio let op je, de blik in je ogen, hoe je de oefeningen doet. Soms krijg je een clipje op je vinger dat de hartslag meet en ook de hoeveelheid zuurstof in het bloed ( ofzoiets in elk geval). Ik hou niet van fitness en haat elke minuut van het uur dat ik bezig ben maar ik beweeg in elk geval en de kleinschalige opzet plus de echte aandacht van een ervaren fysio voelt veilig en dat is wel fijn. Hier zal tenminste niemand gemene dingen zeggen. 

Soms denk ik dat ik wel meer zou willen doen. Ik probeer regelmatig te wandelen maar vaak vind ik wandelen gewoon stomvervelend, hoe fanatiek ik ook mijn best doe om mezelf wijs te maken dat ik het wel leuk vind. 

Vroeger vond ik dansen leuk. Ik was er gek op. Nu niet meer. Hoeft niet meer van mij. Ik zou wel eens willen weten waarom ik dat niet leuk meer vind, en of ik dat wel weer leuk zou kunnen gaan vinden. Of misschien andere sporten proberen. Er is zoveel dat ik nog nooit gedaan heb: tennissen en hockeyen en golfen en judoën en schermen en noem maar op. Hoe weet je nou welke sport je wél leuk gaat vinden? Eigenlijk zou je een soort van probeerprogramma ofzo moeten kunnen volgen dat zich over verschillende sportverenigingen uitstrekt, zodat je de kans hebt om te ontdekken wat je wel en niet zou kunnen liggen.

Misschien is zoiets er wel. Toch eens een keer in het internet klimmen om te zoeken. 

dinsdag 10 februari 2015

De goede dingen doen

Zo'n achttien jaar geleden begon ik met werken. Bij Vertis in Veendam. Dat was toen nog een klein bedrijfje van net boven de honderd man. Met elkaar maakten we van Vertis een mooi bedrijf dat in 2005 de Abel Tasmanprijs won. Toen ik in dienst kwam vertelden ze mij het bedrijfsmotto: "De goede dingen doen. Dus niet de dingen goed doen, maar de goede dingen doen. En die goede dingen dan ook goed doen." en dat is altijd een beetje blijven hangen in mijn hoofd, al is het meestal wel op de achtergrond.

Das war einmal Vertis.
Soms komt die herinnering naar de voorgrond. Zoals laatst. Dan weet ik ineens weer dat ik dat stiekem toch wel belangrijk vind, ook al is goed een ontzettend lastig iets.


De goede dingen doen. 

Want wat zijn die goede dingen dan? Als je er over na gaat denken, is "goed" eigenlijk verrekte subjectief. Iedereen vindt iets over "goed", en we nemen allemaal automatisch maar aan dat we er allemaal hetzelfde mee bedoelen, maar eigenlijk is dat helemaal niet zo. Als je over een willekeurig ding op een rijtje gaat zetten wat mensen overal ter wereld er van vinden, kom je een hoop verschillende dingen tegen. 

Zoveel verschillende dingen, dat ik me vaak afvraag of "goed" op de keper beschouwd wel bestaat. Ook al zegt iedereen van wel. Ik kan me herinneren dat Jan Pompe van Axis into Management ons tijdens een CSDP-training ooit uitgelegd heeft dat goed en fout ooit zoveel duizend jaar geleden bedacht zijn door de Perzen. Dat betekent automatisch dat 't voor die tijd niet bestaan heeft. Of in elk geval anders heel anders bestaan heeft dan nu.

Aan de andere kant lijken we het met ons zeven miljarden wel min of meer met elkaar eens te zijn over een (klein) aantal nogal fundamentele dingen: een ander mens doodmaken is niet goed, en de spullen van een ander mens afpakken is bijvoorbeeld ook niet goed. Maar toch voeren we oorlog met elkaar en maken we andere mensen dood om via De Buit hun spullen/land/olie/whatever af te pikken. Omdat wij  "goed zijn" en zij "slecht zijn" mogen we dat. Of zo.

De goede dingen doen.

Als je er goed over nadenkt (hah) kun je daar eigenlijk veel minder mee dan je eerst dacht. Je moet dan immers eerst bedenken wat het goede ding is, en waarom, en ook moet je weten wat de mensen om je heen eigenlijk het goede ding vinden. En die vinden soms hetzelfde maar soms ook heel wat anders en lang niet iedereen kan dan begrijpelijk uitleggen waarom eigenlijk. "Nou, gewoon", of "nou dat spreekt toch vanzelf", hoor je als je er naar vraagt. "Maar als dat nou niet vanzelf spreekt?", vraag ik me dan af. Soms durf ik dat zelfs hardop te vragen. Mensen en culturen kunnen zo veel verschillende dingen goed vinden. Zelfs in ons eigen kleine landje bestaat er een groot verschil tussen de Randstad en het Groningse Ommeland. En dat ligt minder dan drie auto-uren uit elkaar.

En toch spreekt het me nog steeds aan. De goede dingen doen. Het goede doen. Het heeft iets hoopvols, iets moois en idealistisch, iets "laten-we-samen-met-mekaar-van-de-wereld-een-betere-plek-maken"-achtigs.

De goede dingen doen. 
Ik zou er bijna een dikke vette Tsjakka achteraan roepen, en die zou dan uit mijn hart komen ook nog. Misschien ben ik toch wel een beetje een idealistische wereldverbeteraar. 
Maar ja, verbeter de wereld, begin bij jezelf. Toch?

dinsdag 27 januari 2015

Muizen met rechterhanden

Mijn werkmuis. Lid van het Triumviraat van Trouwe
Kameraden Tijdens Mijn Werkdag. De andere
twee leden zijn uiteraard Toetsenbord en Koffiemok.
Ik werk met computers. De hele dag. Dus ook met een muis. Zo'n halve-ei-vormig ding met een snoertje dan natuurlijk, en niet zo'n beest dat piep zegt en kaas eet. Ik kan het met allebei de handen, hoewel ik linkshandig muizen meestal net iets prettiger vind, makkelijker. Mijn fijne motoriek is links misschien iets beter, ook omdat ik links schrijf. Maar toen mijn linkerarm en -schouder wat begonnen op te spelen, ben ik maar weer eens een poosje rechts gaan muizen, want je moet toch meestal best wel wat afmuizen op een gemiddelde dag en zo krijgt mijn linkerkant weer een poosje rust. 

in het begin voelde het wat onhandig, zoals altijd wanneer ik van muisarm wissel. Je moet even wennen dat je 't weer met de andere hand doet, maar dat duurt maar een paar dagen van "oh jee wat voelt dit wel heel erg ongemakkelijk" waar je even doorheen moet en daarna voelt 't weer als helemaal normaal. Verder verwachtte ik ook eigenlijk niks bijzonders te ontdekken.

Wat me daarom totaal verraste en wat ik dus kennelijk helemaal vergeten was van mijn vorige rechterhandmuizenperiode, is hoe veel makkelijker rechts muizen bleek te zijn als je ook veel sneltoetsen gebruikt. Ctrl-C-Ctrl-V'en gaat toch een stuk sneller als je rechtshandig muist en dus je ene hand niet van de muis hoeft te halen terwijl je met je andere hand kopieert en plakt. En zo zijn er meer dingen, die toch voor rechtshandigen veel makkelijker blijken te zijn dan voor de tien-ofzo-procent linkshandigen waar ik bij hoor. Alt-tabben bijvoorbeeld. En ctrl-tabben. Escapen. Ctrl-D-en voor een bookmark in je browser te maken. Ctrl-S-sen om op te slaan. Van die dingen. Kleine dingen, waar je normaal eigenlijk nooit bij stilstaat. Waar ik tenminste nooit bij stilstond totdat ik besloot om een poosje rechtshandig te muizen. 

En dat maakt dat ik me afvraag wat nog meer anders is als je 't met rechts doet in plaats van links. Schrijven wist ik al, als linkshandige op de lagere school met een verplichte vulpen schrijvend kreeg ik altijd en eeuwig klachten dat mijn huiswerk niet te lezen was omdat de letters uitgeveegd waren en dat ik toch eens netter moest schrijven. Plus dat mijn hand altijd onder de inkt zat. Gelukkig mocht je op de middelbare school met een balpen schrijven, en daar was ik dan ook erg blij mee, want prompt kon ik ineens netjes schrijven.

Ook moet ik denken aan de kopjes die we op 't werk een paar jaar geleden hadden, er stond een slogan aan de binnenkant (iets met de toen net nieuwe interne bedrijfswiki meen ik me te herinneren) die je alleen zag als je 't kopje aan het oortje met je rechterhand oppakte. Aangezien ik dat meestal met links doe, was ik heel verbaasd om na heel veel maanden ineens die tekst te zien :) terwijl mijn collega's verbaasd uitriepen: "Nou jaaaaaaaa, hoe kun je dát nou over het hoofd zien!?" en ze zelf linkshandig koffie drinken moesten proberen om te ontdekken wat ik bedoelde. (alle erbijgeweesters hebben het wel allemaal geprobeerd trouwens; kudos!)

Zouden er ook dingen zijn die voor linkshandigen makkelijker zijn? Misschien is bijvoorbeeld met vork en mes eten instinctief iets makkelijker met links. Ik zie veel rechtshandigen altijd eerst de vork in de rechterhand en het mes in de linkerhand pakken tenminste, alsof de boel eigenlijk precies verkeerdom ligt voor de meeste mensen. 

Toch eens gaan opletten. Vooral op die kleine dingetjes waar je normaal nooit over nadenkt.

donderdag 22 januari 2015

Weg van alles

Soms wil ik weg. 
Weg van alles. 
Eigenlijk vooral op die bekende baaldagen dat alles tegen lijkt te zitten. Wakker worden met hoofdpijn. Je teen stoten 's ochtends bij het aankleden. Apocalyptisch ogende berichten met sensationele koppen in de digitale krant. Rekeningen op de deurmat. De bus te laat. Werk dat tegenzit. Je kent het vast wel.


En dan wil ik soms weg. Ver weg. Weg van alles, weg van alle gedoe en gezanik.


In mijn hoofd ga ik al vaak weg: ik lees boeken, ik schrijf gedichten, ik speel Runescape. Ik fantaseer over écht weg. Met een kamper of zo, gewoon stoppen waar het mooi en gezellig lijkt en weer verder als je er zat van bent. Geen vast huis meer, maar een meeneemhuis, net als een slak die zijn huisje altijd bij zich heeft. Of als in verhalen, met een knapzak over de schouder. Soms lijkt me dat zalig. En dan natuurlijk niet over de snelweg rijden, maar binnendoor. Met een dik boek met kamperplaatsen op de bijrijderstoel altijd maar reizen, bijna als een zigeuner. Of als Doctor Who misschien met zijn Tardis.


Europa is best groot.
En dan is de rest van de wereld er ook nog, Azië, Amerika, Oceanië.
De wereld is mooi.


Pittoreske dorpjes, mooie landschappen, stoppen waar je maar wilt en verder reizen als je er zat van bent. Een kennis heeft dat vorig jaar gedaan in Australië, en de foto's en verhalen die ze op facebook postte waren hardstikke gaaf. Stiekem leek zoiets mij ook wel wat, al moet je natuurlijk wel goed voor jezelf kunnen zorgen op al die plaatsen waar je niemand hebt om op terug te vallen. Je moet wel weten waar je mee bezig bent, dus. Helemaal daar in Australië waar zo ongeveer alles mega-giftig is en een groot deel van het land min of meer woestijn is.


Het leek me wel eng toen ze er over vertelde, maar ik bewonderde haar ook erg veel dat ze dat toch zomaar deed. Het leek me wel wat, zo iets helemaal-weg-achtigs.


Echt helemaal weggaan kan niet, dat weet ik wel. Je hoort een vaste plek hebben om te wonen en belasting te betalen. En om dat te kunnen heb je een baan nodig, en ook daarvoor heb je een vaste woonplaats nodig. Zo zijn de dingen nu eenmaal. En bovendien is het toch wel fijn om een vaste plek te hebben om naar terug te gaan en thuis te komen, dichtbij je familie en zo.


Maar toch denk ik soms: stel dat het kon. Met een knapzak op de rug de wijde wereld in, weg van alles. In het eindelijk doorgebroken winterzonnetje zit ik er met open ogen van te dromen.

dinsdag 23 december 2014

Waar te beginnen?

Van de zomer heb ik een broodbakmachine gekocht. Ik had over zelf brood bakken gelezen, maar dat las alsof het best ingewikkeld was: het deeg mocht niet te droog, niet te plakkerig, niet te zus en niet te zo wezen. Er stond bij dat je 't door een broodbakmachine zou kunnen laten kneden, en zelfs bakken. Dus heb ik er na wat sparen een gekocht, en daar stonden ook gelijk recepten in de handleiding. Een mooi startpunt om te beginnen met zelf brood bakken.

En dat doe ik, meestal. Soms vergeet ik 's avonds de machine te vullen en aan te zetten, en dan ben ik de volgende ochtend blij dat ik supermarktbrood in de diepvries heb. Meestal laat ik de machine gewoon volkorenbrood-met-de-helft-minder-zout-als-in-t-recept-staat maken, maar soms doe ik er wel wat bij: een beetje cacaopoeder, of een beetje van het water vervangen door sinaasappelsap, of wat uit het potje "italiaanse kruiden" uit de supermarkt met een aan stukjes gesneden paprika. Gaandeweg werd ik driester en begon ik zelfs op internet te neuzen, zo heb ik een keer bananenbrood gemaakt en heb ik nog wat andere probeerdingen op 't verlanglijstje staan. Soms, als 't niet gelukt blijkt te zijn, ben ik blij dat ik supermarktbrood in de diepvries heb.


Maar meestal gaat dat eigenlijk best aardig, dat zelf brood bakken. Nou ja, niet echt zelf natuurlijk, want de machine doet 't werk.

Dus groeit in mij het verlangen om ook eens wat meer diner zelf te gaan koken. Of het in elk geval te proberen, wie weet zou ik dat zelfs wel leuk kunnen gaan vinden. Als je 't nooit probeert, weet je 't ook nooit. Momenteel kook ik niet echt, dat wil zeggen niet zoals die mooie plaatjes die je op internet vaak ziet, maar eetbaar is 't resultaat meestal gelukkig nog wel :).

Meestal roerbak ik zo'n beetje (want ze zeggen dat dat beter is voor de vitamientjes in de groente): gesneden aardappels in de wokpan, groenten er bij, een beetje roerbaksaus-uit-het-potje er bij en hopen dat het resultaat eetbaar is. En het gebeurt ook regelmatig dat ik een magnetronmaaltijd haal, vooral na een rotdag. Daarmee wordt het "koken" dus wachten op de ping terwijl je schuldig bedenkt dat er niet eens tweehonderd gram groente in het pak zitten, laat staan vijfhonderd gram. En ze zeggen dat je vijfhonderd gram groente op een dag moet eten, want gezond. Ik vraag me altijd af hoe ze dat doen: vijfhonderd gram is best veel.

Dus dacht ik mezelf eens te gaan verdiepen in koken, want ze zouden groenten vast gewoon heel lekker klaarmaken, dacht ik. Dat wil zeggen, dat moet toch kunnen? Groente lekker klaarmaken? Ik ben totaal geen groente-eter, maar ik veronderstel dat je zelfs gróente lekker klaar kunt maken. Dus ik op internet eens gaan rondneuzen. Nou, dan voel je je meteen hopeloos verloren, want er is véél! Je weet gewoon niet waar je beginnen moet! De moed zakte me na een uurtje surfen weer in de schoenen.

Een paar weken later was ik in de stad, dus ben ik eens gaan kijken bij de boekwinkel in de Guldenstraat. Van der velde of zo is dat tegenwoordig. Daar bleken ze ook heel veel boeken te hebben: het leken er echt honderden, over frans en italiaans en chinees en japans en noem het allemaal maar op. Ik stond er even naar te kijken, bekeek wat kaften en las wat flapteksten. En voelde me hopeloos verloren. Waar moest ik in vredesnaam beginnen??

Toch denk ik dat ik nog steeds wel eens tijd wil maken om mezelf te leren koken. Anderen kunnen dat ook, dus moet ik dat ook kunnen leren.

Maar eerst moet ik denk maar eens gaan beginnen met bedenken waar ik eigenlijk wil beginnen.

dinsdag 16 december 2014

Ruzie om een fles wijn

Het is weer de tijd van het jaar. Kerstpakketten. Of kerstattenties. Hoe je 't ook noemt, zo rond deze tijd wordt 't weer uitgedeeld. Wij kregen vandaag een mail dat we eentje konden ophalen in kamer zoveel. Dus ik naar kamer zoveel.

Blijkt de kerstattentie te bestaan uit een reep chocolade en een fles wijn. Nou drink ik geen wijn en hou ik niet zo van chocolade (gek eigenlijk, niet houden van chocola; vroeger was ik er dol op maar tegenwoordig? Jègh! En warme chocolademelk vind ik dan weer wel heel lekker). 
Onze kerstattentie bleek dus te bestaan uit twee dingen die ik stiekem niet zo blief. Dus had ik eigenlijk niks. 

Het stemmetje in mijn achterhoofd vond dat hélemáál niet leuk en het begon meteen te razen en te tieren. Ik ging het stemmetje in gedachten op de tenen staan, beheerste me, lachte beleefd en bedankte vriendelijk. Tenslotte was het goed bedoeld, dus het stemmetje in mijn achterhoofd kon het dak op!

Maar zo makkelijk geeft het stemmetje het meestal niet op, dus nu ook niet. Het wachtte alleen zijn  kans af. Toen ik later bij de bushalte een beetje om me heen stond te kijken en goedgehumeurd aan niks stond te denken, gooide het plotsklaps zijn volle gewicht in de strijd. Op die typische gemene, vijandige en totáál onredelijke stemmetje-in-het-achterhoofd-manier gaf het mij de schuld en deed het zijn best om mij de put in te schreeuwen:

"Zie je wel! Dat komt omdat je stom bent!! En abnormaal!! En anders en niet erbij horend en niks waard! En had ik al geschreeuwd dat je stom bent?!!"

Zo raasde en tierde het stemmetje in mijn achterhoofd. Gelukkig heb ik ook nog ergens een flinke dosis gezond verstand en dat besloot daarop tot tegenmaatregelen. Denkend aan de mindfulnesscursus die ik eerder dit jaar mocht doen begon ik te letten op mijn ademhaling terwijl ik me fanatiek concentreerde op de vorm van een stoplicht dat even verderop rustig op rood stond te staan. "Stop", zei het stoplicht tegen mij. "Stop en haal adem."  

En zo stond ik mindful wezend op ademen lettend rustig te wachten tot het stemmetje uitgetierd was. Waarop mijn verstand tegen me zei: "ach het was toch goed bedoeld? (antwoord van het stemmetje: "de weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen!") Je bent  misschien anders maar daarom niks minder of meer, net zo goed als alle andere mensen". En na een heel flink poosje "doorgaan met ademhalen" (zoals mijn Oma het gezegd zou hebben) en naar de discussie tussen mijn verstand en het stemmetje luisteren, kwam de achtbaan in mijn hoofd weer in wat rustiger vaarwater.

Toen ik thuiskwam, lag de deurmat tjokvol kerstkaarten. 
Dat vrolijkte het stemmetje meteen weer op. "Zie je wel", zei mijn verstand liefdevol tegen het stemmetje, "we horen er wel bij, mensen vinden ons heus wel aardig en lief ook als we anders zijn.". En zo kwam ook dit keer weer helemaal goed met de ruzie tussen mij en mezelf om een fles wijn.

Ik hou van kaartjes!
En van het leven, dat er voor zorgt dat je ze juist op zo'n moment krijgt.