donderdag 12 januari 2017

Jaknikker


Wikimedia Commons - user Oudehampsink - Eigen werk, CC BY-SA 3.0     
 In zuidoost Drenthe zit olie in de grond, zo rond Schoonebeek. Die werd en wordt gewonnen met jaknikkers. Van die grote pompen die heel de dag ja-knikkend van dat zwarte spul uit de grond op staan te pompen. Bij ons geen boortorens zoals in films over Texas en in de Lucky Luke-stripalbums (al zie je in die films en documentaires soms ook jaknikkers).

Het eerst hoorde ik het woord jaknikker op een schoolreisje ergens aan het einde van wat toen nog de lagere school heette: ik weet niet meer waar we heen gegaan waren, maar mijn herinnering tovert een beeld van een kleine tentoonstellingsruimte met uitleg over de oliewinning in Drenthe. Compleet met een kleine echt werkende jaknikker van technisch lego of mecano of zoiets.

 "Kijk", zei de leraar die pal naast me kwam staan, "dat heet een jaknikker, omdat hij heel de dag ja knikt." Wat ik terug zei weet ik niet meer, maar ik weet nog wel dat ik hem niet geloofde. Ik dacht dat ik voor de gek gehouden werd, zoals ik zo vaak voor de gek gehouden en gezet werd op die leeftijd. Daar wordt een mens wantrouwig van, en dus geloofde ik voor geen meter dat een jaknikker een jaknikker heet.

Maar toch had de leraar toen gelijk, en heet zo'n ding inderdaad echt jaknikker!

In het engels blijkt - volgens wikipedia - het ding een heel rijtje ook leuke namen te hebben: pompkrik, oliepaard, oliekrik, ezelpomper, knikkende ezel, hobbelpaard, sprinkhaanpomp, Grote Texaan en meer.

Ik vraag me dan wel weer af waar de namen sprinkhaanpomp ("grasshopper pump") en hobbelpaard ("rocking horse")  vandaan komen. Grote Texaan ( "Big Texan") kan ik me nog wel wat bij voorstellen, want Texas is zo bekend om zijn olie dat je er zelfs in de Lucky Luke-albums tegenaan loopt. 

Maar als ik een jaknikker zie, denk ik niet het eerst aan sprinkhanen en hobbelpaarden.  Anderen toch wel, kennelijk.

vrijdag 23 december 2016

Behoud van de sterrendiamanten, deel 9 van 9

Download het eBook: http://rubenseschone.nl/ebooks.php

Een paar maanden later zaten de drie wetenschappers elkaar aan te kijken boven een kop warme chocolade, terwijl ze het hadden over de uitnodigingen die ze hadden ontvangen van de Kerstman.

Het werk van de drie wetenschappers was erg goed opgeschoten, en dankzij hen en de mensen van Silmana was een week terug in de senaat een serie wetten goedgekeurd die de inwoners van Kerstania erkenden als mensen, waardoor de handel in sterrendiamanten nu echt goed aangepakt kon gaan worden. Professor Fonda was opgewonden: hij was uitgenodigd om het vertrek van de Kerstman bij te wonen, op kerstavond, als hij naar de aarde vertrok om cadeautjes te bezorgen bij alle kinderen. Kodiko en Latoko gingen mee; toen bleek wat sterrendiamanten werkelijk waren, wilde Kodiko er geen sikkepit meer mee te maken hebben en betaalde zelfs mee aan het onderzoek van de professor. Dat zijn naam daarmee mede verbonden was aan de wetenschappelijke onderzoeken en aan de "ontdekking" van Kerstania, had natuurlijk wel veel geholpen. Kodiko had altijd al iets groots op zijn naam willen schrijven.

Dat was toch nog wel onverwacht geweest, peinsde de professor. Hij had eigenlijk niet verwacht dat Kodiko nog iets van een geweten zou hebben, maar kennelijk werkte het toch nog, en stukken beter dan hij en Latoko hadden verwacht. De relatie tussen die twee was sowieso veranderd sinds hun laatste bezoek aan Kerstania: Kodiko behandelde Latoko nu als weer als een geliefde echtgenote. Ergens waren die twee helemaal opnieuw verliefd op elkaar geworden. En dat maakte de professor gelukkig, want zij was toch altijd een beetje de dochter geweest die hij nooit gehad had.

Hij stapte door de sterrenpoort en liep aan de andere kant gauw de trap af om plaats te maken voor zijn reisgenoten. Vrolijk groette hij het gezelschap van de van Vlieten, die even daarvoor overgestoken waren. De oude van Vliet stond te ginnegappen als een jochie van tien, en de professor voelde zich zelf ook weer een klein jochie. Uitgenodigd worden om de Kerstman vanaf de eretribune uit te zwaaien was toch niet niks!

Mirana kwam hen begroeten: "Goedemorgen dames en heren! Zoals u waarschijnlijk wel kunt begrijpen, kan de slee u niet komen ophalen, maar u kunt oversteken naar het hoofdkwartier via een kerstportaal." Vrolijk keuvelend liepen ze achter Mirana aan naar het grote plein, waar een grote magische poort stond waar een hele rij elfen, kabouters, kerstbomen, kerststerren, rendieren en andere wezens vrolijk keuvelend voor stond te wachten. Er waren er velen die de Kerstman wilden uitzwaaien. Ze sloten netjes aan in de rij en een half uurtje later liepen ze in het licht van het noorderlicht naar de eretribunes.

Het was nog ochtend, maar omdat de aarde verdeeld was in tijdzones en de kerstman overal in de kerstnacht langs moest, moest hij nu al vertrekken. Hij zou morgenmiddag weer terug komen. Aan het einde van de startbaan gingen de grote deuren van de hangar open, en onder luid gejuich verschenen de rendieren, die een prachtig opgepoetste slee voorttrokken. De rendieren moesten hard werken, want de zak met pakjes was groot en zwaar. De belletjes aan de slee en het tuig van de rendieren glommen en tinkelden. Alles was precies zoals de kerstverhalen je altijd vertelden.

Latoko keek er naar en zong in zichzelf het oude liedje dat haar moeder altijd voor haar zong: "je kent Dasher en Dancer en Prancer en Vixen. Comet en Cupid en Donner en Blitzen. Maar herinner je je wel het beroemdste rendier van al?". En daar liepen ze gewoon alle negen, zwoegend op gewicht van de slee met pakjes. Het was bijna niet te geloven dat dit allemaal echt gebeurde, en ze was trots dat zij degene was die het balletje aan het rollen had gebracht door haar bezoek aan de professor al die maanden geleden. Verliefd keken Kodiko en zij elkaar aan en ze was weer ontzettend trots op haar man dat hij zo voortvarend de sterrendiamanthandel bestreden had. Hij bleek uiteindelijk toch een goed mens te zijn en ze was erg blij dat de ongewone omstandigheden dat goede mens uiteindelijk boven water getoverd hadden.

Toen even later de Kerstman verscheen, stond ze op en juichte ze uit volle borst mee met alle anderen. Hij zwaaide en lachte, klom in de slee en liet voor de show de zweep in de lucht knallen. Beledigd schudden de rendieren hun hoofden, waarna ze braaf aantrokken en de zware slee onder oorverdovend gejuich de lucht in sleepten. Na nog een rondje boven het vliegveld verscheen er een magisch portaal in de lucht, waardoor de arrenslee verdween, onderweg naar al die huizen met kinderen die gespannen wachtten op het tinkelen van belletjes en het getrappel van rendierhoeven op het dak.

Terwijl de poort sloot, hoorden de zware stem van de Kerstman lachen en roepen: "HO HO HO! Vrolijk kerstfeest! "

vrijdag 16 december 2016

Behoud van de sterrendiamanten, deel 8 van 9



Download het eBook: http://rubenseschone.nl/ebooks.php

Het was hem echt, de Kerstman. Professor Fonda en beide van Vlieten zaten een moment stil te staren. Na alles wat ze gezien hadden zou het geen verrassing meer mogen zijn, maar dat de Kerstman echt bestond na jaren geloofd te hebben dat hij niet bestond, was toch wel iets waar ze alle drie even stil van waren.

Achter de Kerstman dribbelde een vrouw de kamer in die kennelijk zijn vrouw was.

"Oh goed zo", zei ze, "jullie hebben al ingeschonken! "

"Jij ook een kopje, lieverd?", voegde ze er tegen haar man aan toe terwijl ze twee kopjes chocolademelk inschonk. Met een zucht plofte de Kerstman neer in een luie stoel en nam glimlachend het kopje aan van zijn vrouw.

"Mijn excuses dat ik jullie niet zelf kon ophalen, maar het is hier nogal hectisch momenteel: één van onze servers is gecrasht waardoor we nu bijna een kwart van de lijsten met lieve en stoute kinderen kwijt zijn. Onze IT-elfen zijn bezig een back-up van vannacht terug te zetten, dus het komt wel goed, maar het tijdverlies is een probleem want we liepen al achter. En kerst kun je niet even een paar weken verschuiven. De kinderen op aarde rekenen op ons."

"Geen probleem, geen probleem", zei de oude van Vliet, "we vinden het al een hele eer dat we überhaupt mogen komen. En eerlijk gezegd vind ik dit kijkje in de keuken van de hele kerstorganisatie bijzonder interessant. Na alle magie die we hier tot dusver gezien hebben, had ik verwacht dat jullie meer met magie en minder met computers zouden doen."

"Vroeger ging ook alles met magie", antwoordde de Kerstman, "maar computers zijn soms gewoon handiger, vooral als het gaat om die eindeloze lijsten bijhouden. Voor die saaie klus zijn maar weinig elfen te porren, maar met computers gaat alles doorgaans prima. Behalve nu eventjes, dan."

"Nu dan, ter zake. Straks krijgen jullie een uitgebreide rondleiding door de stad en de speelgoedfabrieken, maar eerst zal ik de algemene situatie uit de doeken doen". De Kerstman ging er goed voor zitten en begon. "Een paar maanden geleden is die sterrenpoort geopend om het verkeer van en naar aarde makkelijker te maken. Lieden van jullie georganiseerde misdaad maken daar misbruik van om mijn elfen te ontvoeren. Omdat de natuurwetten op aarde anders werken dan hier op Kerstania, zitten mijn elfen bij jullie vast in hun kristallijne vorm: de sterrendiamant. Sterrendiamanten worden volop verhandeld bij jullie. Dat kan natuurlijk niet want elfen hebben ook gewoon rechten, en gelukkig vonden de autoriteiten aan jullie kant van de poort hetzelfde. Daar hebben wij Silmana en zijn team van undercover agenten aan te danken. Als we het voor elkaar kunnen krijgen dat alle sterrendiamanten terug naar Kerstania komen, hebben de elfen hun magie weer terug en daarmee onder andere ook hun vormvrijheid."

"Maar dan moet uiteraard wel de uitstroom gestopt worden", merkte professor Fonda op.

"Precies, precies", antwoordde de Kerstman. "Momenteel zijn we samen met Silmana bezig om een systeem op te zetten waarmee we de misdadigers hetzij hier gevangen kunnen houden, hetzij terug kunnen sturen naar de aarde om daar berecht te worden. Aangezien jullie maar één vorm hebben, en geen magie, hebben onze gebruikelijke straffen geen effect bij jullie, en moeten we iets opzetten wat meer bij jullie past."

"Berechting bij ons kan een probleem vormen", zei Silmana, "want er worden hier weliswaar de nodige morele wetten in onze ogen overduidelijk geschonden, maar al onze juridische wetten zijn uitsluitend van toepassing op mensen. Een elf verhandelen is net zo legaal als het verkopen van een koe of een paard. We zullen dus moeten bewijzen dat de wezens hier op hetzelfde niveau zitten als mensen qua bewustzijn, cultuur, organisatievermogen en dergelijke. Dan kunnen ze erkenning krijgen als mens en wordt heel de zaak anders."

"Er zijn zeer beslist een aantal aanwijzingen waar we zonder meer mee aan de slag kunnen", zei professor Fonda overtuigd, "in de aankomsthal bijvoorbeeld, zag ik een serie balies met baliemedewerkers, mensen of althans wezens die formulieren invulden. Allemaal zaken die zonder meer wijzen op een samenleving met een voldoende hoge organisatiegraad om een uitgebreide bureaucratie mogelijk te maken. Daarmee kan ik zonder meer aan de slag. "

"Uitstekend", bromde de Kerstman goedkeurend, "ik zal zorgen dat u begeleiding krijgt van onze organisatie-elfen en onze rechtselfen die u alles kunnen uitleggen over de basis van onze rechtsstaat."

"Wij zouden graag in de gelegenheid zijn om de werking van magie wat beter te bestuderen", zei de jonge van Vliet. "Dat bestaat bij ons niet, en dat is dus voor ons totaal onbekend terrein."

"Genoteerd, ik zal Mirana vragen of ze contact met u opneemt. Zij is één van onze beste leraren en kan u precies vertellen hoe magie in elkaar zit, hoe het werkt en op welke fundamenten het berust. "

De drie wetenschappers keken elkaar opgetogen aan bij dit aanbod van hulp en ondersteuning. Nu zouden ze zeker hun onderzoek snel en met succes kunnen afronden. Op aarde zouden ze er naam mee maken en ze konden de mensen hier er nog goed mee helpen ook. Dat was nog eens twee vliegen in één klap slaan!

donderdag 8 december 2016

Behoud van de sterrendiamanten, deel 7 van 9

Download het eBook: http://rubenseschone.nl/ebooks.php

De drie wetenschappers keken gefascineerd hoe land en zee onder hen voorbij vlogen terwijl de slee stug op koers bleef naar het noorderlicht. Kennelijk was het hoofdkwartier op de noordpool, weer net als in de kerstliedjes. "Goh", zei professor Fonda, "alles is tot dusver precies als in de kerstliedjes, zou dat hoofdkwartier dan bestaan uit enorme speelgoedfabrieken?". Silmana lachte vrolijk en zei dat ze dat wel zien zouden als ze er waren.

Professor Fonda bekeek Silmana nu met heel andere ogen. Ze hadden een poos naar zijn uitleg zitten luisteren, en ze hadden de bewijzen gezien die Silmana tot dusver verzameld had. Alles met elkaar waren ze nu wel overtuigd van zijn goede bedoelingen. Dat ze zelfs de beurs voor hun onderzoek aan bemoeienissen van Silmanas ministerie te danken hadden, had helemaal de deur dicht gedaan.

Intussen wisten ze wel meer van de situatie. Het bleek dat de handel in sterrendiamanten aan deze zijde van de poort voornamelijk liep via de georganiseerde misdaad, die sterrendiamanten door de poort smokkelde om ze aan de andere zijde via onwetende juweliers zoals Kodiko te verkopen.

Omdat Silmana politierechercheur was, was hij zo bij de zaak betrokken geraakt. Handel in elfen was niet bepaald de mensenhandel waar Silmana gewoonlijk bij betrokken was, maar vanwege de enorme bedragen die er in deze handel omgingen, werd zijn ervaring bijzonder op prijs gesteld door de undercover agenten die al aanwezig waren op Kerstania. Het onderzoek van de wetenschappers was door Silmana met vreugde begroet: de mensen moesten weten wat er gebeurde omdat de wetten over mensenhandel enkel over mensen ging en niet over elfen of andere bewuste wezens waarvan de mensen niet wisten dat ze bestonden. Dat detail maakte dat de handel in sterrendiamanten volledig legaal was, en dus ook dat politie en justitie eigenlijk maar weinig konden doen, ook al was dit overduidelijk niet in de haak. En daar kwamen de wetenschappers in beeld: mits juist aangepakt konden hun onderzoeken en publicaties helpen de mensen te overtuigen van de verkeerdheid van dit alles.

Een slangenkuil was het, dacht professor Fonda. Dat had die oude van Vliet goed gezien tijdens dat gesprekje op het plein. Ze zouden hun onderzoek met plezier doen en met vreugde openbaar maken als dat ervoor kon zorgen dat iedereen hier rechtvaardig behandeld werd. Eerst en vooral moesten ze wetenschappelijk bewijzen dat de wezens hier bewust waren, en denkend, en konden organiseren, en alles. Het tafereel met de balies in de aankomsthal suggereerde alvast een uitgebreide bureaucratie, en dat betekende toch een samenleving met een hoge organisatiegraad. Daarom hadden ze hier net zo goed recht op mensenrechten als ieder ander, vond de professor. Al moest je die dan natuurlijk wel anders noemen.

Het landschap onder hen was intussen wit geworden en de lucht koud. De rendieren zetten de daling in en voorzichtig landde de slee op wat er uitzag als een klein vliegveld, compleet met landingsbaan en verkeerstoren. Voor een klein gebouwtje kwamen ze tot stilstand. Daarachter was een uitgestrekte stad zichtbaar. Ze stapten uit en een sterrendiamant kwam hun kant op zoemen en bleef stil hangen voor het gezicht van professor Fonda. Intuïtief stak hij zijn vlakke hand uit, en met een tinkelend plofje veranderde de sterrendiamant in de kleinste elf die hij hier tot dusver gezien had. Het was een vrouwelijk exemplaar en ze ging koket op zijn hand zitten.

"Dag heren", kwetterde de elf terwijl ze knipoogde naar de professor. Ze deed de professor tegelijkertijd aan Betty Boop en aan Tinkelbel denken en even was hij de lieftallige Latoko volledig vergeten. "Ik ben Rika. Welkom op Kerstania!". Met een tinkel was ze verdwenen, om even later op menselijke grootte voor hen te staan. "Zo", zei ze vrolijk terwijl ze voor hen uitliep naar een door yaks getrokken koets, "deze grootte vinden jullie vast prettiger. "

Ze bracht hen uiteindelijk naar een comfortabel ingerichte zitkamer waar het haardvuur lustig brandde. Een schenkkan en kopjes stonden naast een schaal koekjes op tafel, de kan bleek warme chocolademelk te bevatten. De jonge van Vliet bromde goedkeurend en schonk alvast drie kopjes in voor hen. Het laatste deel van de reis was toch wel wat koud geweest. "HO HO HO!", hoorden ze even later een stem in de gang lachen. "Jullie hebben je alvast maar ingeschonken! Heel goed, heel goed. Voel je op je gemak bij ons!". Ze keken om en een gezette figuur in rood-witte kleding stond op de drempel. De Kerstman!

donderdag 24 november 2016

Behoud van de sterrendiamanten, deel 6 van 9


Download het eBook: http://rubenseschone.nl/ebooks.php

Buiten de deur volgde het gezelschap Silmana naar een rustig hoekje van de tuin, waar ze eventuele afluisteraars van verre konden zien aankomen. "Heren", begon Silmana, "zoals u wellicht al gezien hebt, hebben wij veel te doen met betrekking tot de elfen oftewel sterrendiamanten. Aangezien u drieën wetenschappers bent, en dus geen handelsbelangen hebt, neem ik nu het risico om u te vertrouwen", ging Silmana op zachte toon verder.

"Een sterrendiamant is één van de vele vormen van de elfen die hier wonen. Het gaat hier om bewuste, denkende, aanspreekbare wezens met een eigen wil en een eigen mening. Het is verkeerd om hen te verhandelen alsof zij dieren of dingen zijn. Een aantal van ons is in de handelsketen geïnfiltreerd en met uw hulp hopen wij die handel op te kunnen rollen. Om ook aan deze zijde hulp te kunnen hebben en bieden, heb ik een audiëntie geregeld met het staatshoofd hier. Over tien minuten worden we opgehaald op het plein hier recht tegenover en dan …"

"Wacht even!", onderbrak de oude van Vliet, " 'We'? Wie zijn die 'we' eigenlijk? En wat hebben zij met ons onderzoek te maken? Ik wil wel wat meer van deze slangenkuil weten voor ik verder ga." Professor Fonda knikte instemmend, daar was hij ook wel benieuwd naar. Er was hier van alles aan de hand waar zij totaal niets van wisten en wat voor hun onderzoek van belang kon zijn.

"Terechte vraag", vond Silmana, "ik zal onderweg alles uit de doeken doen, ik hoor ons vervoer al aankomen. Voorlopig kunt u er van op aan dat ik met lijf en leden garant sta voor uw welzijn". Enigszins gerustgesteld luisterde professor Fonda, maar hoorde niets, behalve het zachte tinkelen van belletjes ver weg dat langzaam dichterbij leek te komen.

"Ik hoor niets", zei hij.
"Hoort u die belletjes?".
"Ja, maar wat hebben die belletjes…"
"Dat is ons vervoer. Kijk daar in de lucht".

En Silmana wees naar de horizon, waar een klein stipje langzaam groter werd, en uiteindelijk de vorm aannam van een heuse arrenslee met rendieren.

De arrenslee landde, en de professor zag dat hij leeg was. Er waren comfortabel uitziende banken waar ze op konden zitten, en achteraan was een grote bak waar kennelijk op kerstavond de grote zak met pakjes in vervoerd werd. Even voelde hij zich weer een kind, die aan de hand van zijn moeder bij het warenhuis in de rij stond voor een ontmoeting met de kerstman. Het zag er echt naar uit dat dat onbekende staatshoofd de kerstman kon wezen, al was dat natuurlijk ongelooflijk. Maar in de korte tijd die hij nu op deze wereld was, had hij aan de lopende band ongelooflijke dingen gezien.

Silmana nam hen mee om met de rendieren kennis te maken. Hij stelde ze alle negen voor (zelfs de namen van de rendieren klopten precies, bedacht de professor opgewonden) en één voor één negen ze het hoofd ter begroeting. "Prettig kennis te maken", sprak de voorste, die voorgesteld was als Rudolf en net zo'n rode lichtgevende neus had als in de kerstliedjes. "Als u in de slee stapt, brengen wij u naar het hoofdkwartier. Gelieve wel de gordels vast te maken, want we zullen hoog en snel vliegen en als u uit de slee valt, kunnen we niet vlug genoeg bij u zijn om u op te vangen voor u te pletter valt". Ze klauterden in de slee en vertrokken meteen met een flinke vaart.

zaterdag 19 november 2016

Behoud van de sterrendiamanten, deel 5 van 9

Download het eBook: http://rubenseschone.nl/ebooks.php

Hij wist niet wat hij zag, en daarom stond professor Fonda met open mond en grote ogen te staren. "Sodeju, werkelijk zeg, sodeju", hoorde hij de jonge van Vliet naast hem vol verbazing mompelen. En wát een magnifiek gezicht was het!

Ze stonden in een grote hal, een soort foyer, met aan de ene kant een serie balies en aan de andere kant hoge ramen en glazen deuren die uitkwamen op wat een grote tuin leek. Vreemd vertrouwde wezens krioelden door elkaar, bezig met wie-weet-wat, en sterrendiamanten zweefden door de lucht terwijl ze glinsterend fonkelende stof uitstrooiden. Professor Fonda wist niet waar hij moest beginnen met kijken, maar na een ogenblik begonnen hem toch dingen op te vallen.

Voor een balie stonden twee rendieren met rode neuzen op luide toon te redetwisten met het peperkoekmannetje dat achter die balie hulpeloos met een vel papier stond te zwaaien. Een balie verderop zweefden een stel elfjes die bezig waren met het invullen van een stapel formulieren, hun fragiele vleugeltjes glinsterend in het licht van de enorme kerstboom die in het midden van de hal vrolijk kerstliedjes stond te zingen. Een grote zwerm rood-witte snoepstokken hinkelde over het grasveld buiten terwijl ze onder elkaar vrolijk kwetterden. Terwijl hij naar ze stond te kijken, veranderden de twee elfjes pardoes in sterrendiamanten en scheerden door één van de deuren naar buiten over de snoepstokken heen, waar de snoepstokken zo van schrokken dat ze pardoes alle kanten uit hinkelden. Het was net een troep mussen, vond professor Fonda.

"Silmana had gelijk", dacht de professor, "het zijn inderdaad levende wezens. Elfjes nog wel!". Iemand naast hem porde hem in de zij.

"Wat een kerstige boel hier, niet?", zei de jonge van Vliet met een lyrische uitdrukking op zijn gezicht. "Is het niet geweldig!".

"Ja, zag je net ook hoe die twee elfjes ginder pardoes in sterrendiamanten veranderden?", vroeg professor Fonda.

"Ja, man! Zouden die sterrendiamanten die bij ons thuis verkocht worden ook elfjes zijn? En kunnen ze dan nog wel terug veranderen, of zitten ze opgesloten?". De lyrische uitdrukking op het gezicht van de jonge van Vliet was verdwenen en had plaatsgemaakt voor een bezorgde uitdrukking. "We hebben hier in elk geval een hoop te doen, en thuis straks ook, want dat kan natuurlijk niet zomaar.", besloot de jonge van Vliet strijdlustig.

donderdag 10 november 2016

Behoud van de sterrendiamanten, deel 4 van 9



"Zo!", zei professor Fonda tegen iedereen, "volgens mij hebben we nu alles. Heeft iedereen het noodzakelijke ingepakt? Ja? Mooi, dan kunnen we gaan. Op naar de sterrenpoort!", sprak hij terwijl hij zijn rugzak op zijn rug hees. Verbaasd keek hij om toen zijn twee mede-expeditieleden begonnen te klappen. Die reactie op zijn toch wel erg magere aanmoedingspreek had hij niet verwacht. Maar kennelijk was de magie van het onbekende achter de sterrenpoort sterk genoeg om ook hen te betoveren.

Hij liep de trap op en bleef op het podium vlak voor de poort nog even staan. Na nog één blik achterom naar Kodiko en Latoko richtte hij zijn aandacht op de paarse schemering voor hem waar Silmana al in verdween. Met een mengeling van angst en nieuwsgierigheid ging hij Silmana achterna naar het onbekende.

De paarse schemering in de poort was desoriënterend en drukkend en professor Fonda was blij dat hij na een lange minuut kon afstappen. Hij stond in een groot gebouw, kennelijk was de poort ook hier in een groot gebouw gebouwd. Of was het gebouw om de poort heen gebouwd. Om de poort te beschermen? Om de toegang te kunnen controleren? De poort begon achter hem luid te zoemen, en hij liep gauw de trap af om plaats te maken voor van Vliet en zich bij Silmana te voegen. Hij was het inmiddels volledig eens met Latoko's oordeel dat Silmana een louche sujet leek. Aan de andere kant moest hij toegeven dat Silmana in zijn leven weinig keuze gehad had en toch net als ieder ander eten en spullen moest kunnen kopen. De jonge idealist in de professors hoofd vroeg zich af hoeveel Silmanas er rondliepen in de bendes straatkinderen thuis, en hoeveel daarvan gered konden worden van een uitzichtloos lot als huurling. Hij schrok op uit zijn mijmering toen Silmana zijn stem verhief.

"De plaatselijke bevolking is heel vriendelijk", legde Silmana uit, "maar de tussenhandelaren die de sterrendiamanten verhandelen zijn keihard, en vaak onderdeel van de maffia. Met hen moet je uitkijken, zij geloven enkel in het recht van de sterkste." Met een veelbetekenende blik op de professor liep Silmana een eindje opzij en de professor volgde hem.
"Luister, professor, ik weet dat u geen hoge pet van mij op heeft. En terecht, want uw enige kennis over mij komt van Kodiko. Maar het is goed dat u en uw expeditie meegegaan zijn, want er zijn hier een hoop dingen verschrikkelijk mis en we kunnen goede wetenschappers goed gebruiken."
"Nou, ach, eh", begon de professor hakkelend, "ik ben hier voor wetenschappelijke studie, niet om maatschappelijke problemen op te lossen. "
"Wetenschappelijke studie en de bijbehorende publicatie is juist wat nodig is", antwoordde Silmana fel, "want die sterrendiamanten zijn geen mineralen, maar levende wezens in gekristalliseerde vorm. Dénkende wezens, bewúste wezens, waar je mee kunt praten en lachen en debatteren en alles. U zult het straks wel zien.

Professor Fonda bleef geschokt achter. Levende wezens in kristalvorm? Dat zette niet alleen zijn ideeën over wat wel en niet leven is op zijn kop, maar riekte ook naar slavernij. Wat was er nou precies aan de hand? Door de geheimzinnigheid was hij op zijn hoede en door de opmerkingen van Silmana wist hij niet helemaal meer wat hij aan die man had en was hij danig van zijn stuk gebracht.

"Oké mensen!", riep Silmana tegen de hele groep wetenschappers, "zo meteen, achter die deur, zullen jullie je eerste glimp opvangen van deze wereld en haar bewoners. Wees voorzichtig: er gelden hier andere regels dan thuis en zelfs de natuurwetten werken hier anders. En wees vooral op je hoede voor de magie: dat hebben we thuis niet dus je hebt geen idee wat het doet, kan, en wat de risico's zijn." Met die woorden stapte Silmana resoluut de deur door en de expeditieleden dromden gretig achter hem aan, nog nieuwsgieriger geworden dan ze al waren door Silmanas opmerkingen over andere natuurwetten en magie.