dinsdag 19 september 2017

Nieuwe onderhuurder

Ineens op een ochtend zag ik hem.

Mijn nieuwe onderhuurder. Compleet met kruis op zijn rug.

Zonder dat ik het wist was hij al druk aan het werk geweest in de tuin, en had een mooi plekje gebouwd voor zichzelf waar hij zijn werk kan doen, nijver ambachtsman en geduldig jager als hij is.

Ook in andere tuinen zijn er veel te zien, en ook in struiken langs de weg. Op een mistige ochtend lijkt het wel alsof iemand watten over de struiken heeft uitgestrooid. Of engelenhaar, misschien, Je weet wel, van dat jeukende spul dat je in de kerstboom stopt. Het is erg mooi om te zien, die fijne waterdruppeltjes bengelend aan de draden die het werk van deze harde werkers samenbinden.

Ik ben geen fan van hun uiterlijk, met die acht poten en zo.
Helemaal niet.
Brrrrrrr!

Maar wat ze doen, daar ben ik wel voor. Want vliegjes, nee, daar hou ik nog veel minder van. Die steken je terwijl je slaapt, heel stiekem, en dan heb je de volgende ochtend een superirritante jeukende muggebult.

Dan heb ik liever een grote spin in de tuin.
Of twee, misschien.

zaterdag 2 september 2017

IJs bij de kachel

Foto: jen (flickr)
Laatst kwam ik op internet, nou ja, eigenlijk op pinterest, een meme tegen, die de volgende tekst bevatte:

"People who say it's too cold for ice cream are people you don't need in your life".

Oftewel in het Nederlands:

"Mensen die zeggen dat het te koud is voor ijs, zijn mensen die je niet nodig hebt in je leven."

Dat riep meteen een herinnering op. Aan ijs. En aan Oma. En aan een ijsje halen midden in de winter.

Vlakbij waar Oma woonde was een pleintje met wat winkels. Gewoon zo'n lokaal wijkwinkelpleintje. Er was een Fred van der Werff (later de Boer en nog later Super De Boer), er was een fietsenwinkel, een warme bakker, een postkantoor, een kiosk, en er was ook een Jamin. En bij die Jamin verkochten ze onder andere ijs. Rechthoekige ijsjes, en je deed dan een ijsje tussen twee wafeltjes en zo at je 'm op. Woensdagmiddag na school gingen we naar Oma, en dan liepen we in de loop van de middag even naar het plein. En soms, soms, soms mochten we een ijsje van Oma. En ze nam er zelf ook een.

Ook midden in de winter, als het koud was en sneeuw-achtig en zo.

En dan vertelde ze over een tante van haar, Tante Anna, die wel eens op bezoek kwam. Dan vertelde over hoe Tante Anna een decolleté verschrikkelijk vond. "Hai, wat ja bloot", zei ze dan. En over hoe dol Tante Anna was op ijs. Ook in de winter. Oma vertelde dan ook altijd dat Tante Anna dan vond dat een ijsje eten in de winter best kon. "Want we zitten ja toch bij de warme kachel!"

En ze zei altijd dat Tante Anna dat zei, maar eigenlijk vond ze dat zelf ook wel. Of anderen dat nou stom vonden of niet, maakte haar niet uit.

Dus doe gerust eens iets raar als een ijsje eten in de winter. Want je zit immers toch bij de warme kachel!

zondag 27 augustus 2017

In de hens

Vanochtend on kwart voor acht begon ineens mijn telefoon te blèren. NL-Alert. Het casino in de stad stond in brand en of we met ons allen ramen en deuren dicht wouden houden. Want rook. Ik drukte de melding weg en dacht er verder niet over na want echt wakker-wakker was ik nog niet.
Kattendiep, zondagochtend rond 10:00
Foto: ik

Later die ochtend ging ik naar de bios, en toen ik in de bus onderweg de enorme rookkolom zag, was ik wél wakker en dacht ik er ineens wel degelijk over na. Je kunt ook moeilijk om zo'n enorme bult rook heen kijken. Wetend dat ik op het Zuiderdiep - vlakbij dus - uit moest stappen, beloofde ik mezelf dat ik meteen naar de bios zou gaan en niet ramptoeristje zou gaan spelen. Maar ja, niets menselijks is mij vreemd dus even later vond ik mezelf ondanks mezelf toch terug te midden van een kijkende menigte. 

En toen kwamen de herinneringen. Aan de keer dat ik daar geweest was, samen met een paar mededansers. Ik stond toen ik weet niet hoe lang te kijken bij de Franse roulette, de croupiers bewonderend die zo handig waren met hun harkjes. 
Aan toen ik een BHV-cursus deed, en aan de cursusleider die bevelvoerder was geweest op een tankautospuit. "Het is feest", zei hij toen hij probeerde uit te leggen hoe dubbel hij zich als brandweerman voelde onderweg naar een brand en niet meer wist hoe hij het uitleggen moest. Sommige dingen zijn niet uit te leggen, en dit is er kennelijk één van. 
Aan de eindeloze rijen auto's die zaterdagmiddag altijd voor de parkeergarage er onder stonden. Hoeveel mensen uit het hotel er tegenover zijn nu hun auto kwijt?

Ik wurm mezelf wat dichter naar de hekken toe die het Kattendiep afzetten en sta te kijken hoe de rook de hemel in wolkt. Vuildonkergeel is 'ie, met veel donkergrijs en een enkele vlek wit er in. Als ik naar het casino kijk, zie ik vlammen flakkeren waar ramen zouden moeten zitten. De weg ziet rood van de brandweerauto's en er staan ook een paar ambulances. Een paar politieagenten manen ons kijkers voortdurend om de kruising vrij te houden. Er staan zoveel mensen dat de bussen de draai naar de Oosterstraat maar amper kunnen maken.  

Later, als ik uiteindelijk toch maar naar de bios loop, hoor ik getoeter in de verte. Ik kijk om, nog net op tijd om te zien hoe nóg een brandweerauto zich door de menigte wurmt om te helpen met blussen. Familie uit Leek meldt via whatsapp dat verscheidene korpsen uit de omgeving opgetrommeld zijn. Ook dat van Leek. 

En even vraag ik me af hoe het er nu binnen in uitziet. Zou je überhaupt wat kunnen zien door alle vieze dikke rook? Is het een soort van helder-achtig, zoals in een actiefilm, of is het zoals ze op BHV-cursussen altijd zeiden, dat je letterlijk geen hand voor ogen kunt zien en gewoon een blinddoek kunt omdoen als je wilt weten hoeveel je kunt zien? Ik denk het laatste, want een film is maar alsof en brandweermensen hebben 't echie meegemaakt en weten dus precies waar ze het over hebben.

Hoe zou het zijn met de mensen zijn die daar werken? Er zijn geen gewonden gevallen, roept het internet (later schijnt er toch iemand onwel geworden te zijn door de rook, aldus de RTV-Noord liveblog), maar ik vraag het me toch af. Ik probeer me voor te stellen hoe dat is: wakker worden en op de lokale teevee horen dat je werkplek in de hens staat. Je verwacht om 's avonds gewoon aan het werk te gaan: bier tappen achter de bar, kaarten uitdelen aan de blackjacktafel, draaien aan roulettewielen en handig met harkjes fiches bij elkaar vegen. En dan zet je de teevee aan en zie je ineens dat dat niet meer kan. Ik faal jammerlijk, het idee is zo groot dat ik mijn hoofd er niet omheen kan winden. Maar moeilijk zal 't wel zijn, lijkt me.

Roulettewielen, fiches en harkjes zijn nu alleen nog maar herinneringen in een uitgebrand gebouwvormig geraamte.

Ja, ik vind het erg. Een cliché van jewelste, maar ik vind het wel echt erg, en hoe moet je dat anders uitdrukken?

Maar naast dat alles ben ik ook dankbaar dat er mensen zijn die brandweer willen zijn, en zulke situaties willen en durven aan te pakken. Ik moet er niet aan denken hoe de wereld er uit zou zien als brandweer niet zou bestaan.

zaterdag 5 augustus 2017

Jeugdwinkel - een verhaal

De bel klingelde.
Nieuwsgierig keek de verkoper op van zijn toonbank om te zien wie er binnenkomt.
"Goh, wat een leuk winkeltje!", zei een ouder vrouwtje die achter een rollator voorzichtig naar binnen schuifelde. "Het lijkt wel een ouderwetse kruidenier!"
"Dank u wel voor het compliment, mevrouw", antwoordde de verkoper, "en welkom in Jeugdwinkel Rimpelvrij. Waar kan ik u mee helpen?"

De mevrouw keek even rond, aarzelde.
"Zegt u het maar, mevrouw, ze komen hier uit alle lagen van de bevolking."
Ze giechelde als een jong meisje, en even zag je duidelijk welk een schoonheid ze moest zijn geweest.
"Eigenlijk was ik op zoek naar, ehh, nou ja, ehhh", aarzelde.

Begrijpend glimlachte de verkoper. Zijn producten waren ook nog wel erg nieuw, maar effectief waren ze wel. "Leve de wetenschap die dit allemaal mogelijk maakt", dacht hij bij zichzelf.

"U bent nog zo jong, u begrijpt het misschien niet, maar ik zou zo graag wat soepeler zijn", maakte het oude vrouwtje uiteindelijk haar zin af.
De verkoper kuchte om haar te onderbreken.
"Eigenlijk ben ik 85 jaar, mevrouw. Maar ik heb zelf ook een kuur gedaan, vandaar dat ik fysiek 25 ben.", legde hij uit. "En wat een verschil!", ging hij juichend verder, "geen artritis, geen moeizaam bijhouden van alle veranderingen om ons heen, soepel de trappen op en af zonder pijn in je knieën, zomaar even een gevallen tablet van de grond oprapen, het kan ineens allemaal weer!"

"Ja ehhh ja, dat klinkt goed. Dat is het eigenlijk precies", zei het oude vrouwtje. "Dat wil ik ook, en ik heb gespaard en ehhh, ja ehhh, ik hoopte eigenlijk dat ik me een paar jaar jonger zou kunnen veroorloven."
"Nou, daar kunnen we vast wel voor zorgen", reageerde de verkoper begripvol. Hij legde uit dat het een tweemaandelijkse kuur betrof van pillen die ze elke dag moest slikken. En hij mocht het haar niet zomaar meegeven, ze moest eerst een briefje van haar huisarts laten zien. Als de kuur eenmaal afgelopen was, zouden alle cellen in haar lichaam verjongd zijn, en vanaf dan zou ze weer gewoon normaal verouderen als ieder ander.

Het oude vrouwtje keek wat twijfelend. "En wat kost dat dan allemaal?'.
"Nou, de 25 kost 439 allor, de 21 is 459 allor, en de 18 is momenteel in de aanbieding voor slechts 229 allor."
"Oh, 229 allor kan ik betalen!", riep het vrouwtje verheugd. "Maar is 18 jaar niet een beetje erg jong?"
"Om u de waarheid te zeggen: ja inderdaad. Daarom is het ook in de reclame, het wordt lang niet zo goed verkocht als de andere leeftijden. De 21 is het populairst, daarna de 25 en de 29 en daarna op grote afstand de 18 pas."
"Maar als de kuur af is, verouder ik weer gewoon zoals normaal? Ik ga dan niet pardoes ineens terug naar nu?"
"Nee mevrouw, als u eenmaal verjongd bent, wordt u weer gewoon ouder net zoals de eerste keer dat u 18 was."

Even was het vrouwtje stil. Ze vond het toch wel een grote beslissing.
Tenslotte hakte ze de knoop door.
"Doet u mij maar een kuurtje 18", besloot ze.
De verkoper pakte haar bestelling in, en nadat ze afgerekend had stopte ze het kostbare pakje in het mandje van haar rollator, om even later voorzichtig de winkel weer uit te schuifelen.

Er zat wel een zekere symmetrie in, bedacht ze. Nu was ze 81, over twee maanden zou ze 18 zijn. Jong genoeg om weer te gaan studeren. Misschien kon ze bejaardenverzorger worden, of verpleger of zo. Ze wist nu uit eigen ervaring was het was om gebrekkig te zijn en dagelijks pijn te hebben.

Als ze éénmaal weer jong was, ging ze beslist wat met die ervaring doen.

Maar ze zou ook genieten. Genieten van haar jonge lijf, van soepel trappen op en af rennen, van hele middagen wandelen in het bos en van moeiteloos een gevallen pen van de grond oprapen, en van alle dingen die vrouwen nu mochten die zij nooit mocht toen ze nog jong was.

vrijdag 28 juli 2017

Geruststellende vrachtwagen

Semi Truck
Bron: KOMUnews, Flickr
Vrijdag is mijn vaste vrije dag. Dat komt omdat ik een 32-urige werkweek heb. Je levert dan wel 20% van je loon in, maar je krijgt er een hele mooie vrije dag voor terug. Een lekker lang weekend.Meestal doe ik die vrijdag maar weinig spannende dingen. Ik reserveer hem altijd voor dingen als wassen, strijken en boodschappen doen. Die dingen die steeds weer terug komen en steeds weer moeten, maar die je eigenlijk liever niet op je vrije zondagmiddag doet.

Wat ik natuurlijk wel doe vrijdag, net als altijd, is het lopen van mijn rugrondjes. Vanochtend viel één van die rondjes samen met het rondje van de vuilniswagen door mijn straat. Terwijl ik langs de vrachtwagen loop, en stiekem uit een ooghoek even kijk naar het ding, denk ik bij mezelf: "hè wat een geruststellende aanwezigheid".

Meteen vraag ik mezelf af waarom ik dat eigenlijk denk. Allereerst natuurlijk de taal: waarom denk ik niet gewoon: "hee tof een vrachtwagen"? Ben ik zo bedorven door alle gedoe-taal om ons heen? Ik weet het niet. "Geruststellende aanwezigheid" klinkt niet echt megazweverig en ook niet echt megabullshittiaans, dus waar dat zomaar ineens weg kwam, geen flauw idee. Daar moet ik misschien maar eens een nachtje over slapen.

De tweede vraag, waarom ik zo'n grote auto een geruststellende aanwezigheid vind, is makkelijker te beantwoorden. Denk ik tenminste. Het is een auto die er stáát, die er gewoon is en ook blijft en waar je simpelweg niet zomaar omheen kunt (in je hoofd dan, op de weg kun je hopelijk wel omheen :) ). Als een klein personenwagentje tegen een vrachtwagen botst, ligt de personenauto in kreukels terwijl de vrachtwagenchauffeur er amper wat van voelt. Een kennis van me heeft dat jaren geleden ooit gehad, en de vrachtwagen waar ze tegenaan botste merkte er bijna niks van, zei hij.

En natuurlijk roept een vrachtwagen bij mij de illusie van vrijheid op: jij en je autoradio en de weg en verder niks. Een illusie natuurlijk, want in de werkelijkheid moet je op een bepaalde tijd ergens zijn, en zitten er files en je snijdende automobilisten in de weg. Maar een mooie illusie is het wel, aangewakkerd door films als Convoy en liedjes als Kilometervreter.

Toen ik net bij Vertis begon, had ik twee collega's die regelmatig tegen elkaar zeiden: "ach, we kunnen altijd nog vrachtwagenchauffeur worden". Te oordelen naar hun linkedinprofiel zijn ze dat niet geworden, maar ik ben duidelijk niet de enige die vrachtwagens gaaf vind!

Wanneer was het truckstar festival ook alweer?

dinsdag 18 juli 2017

Notitieblokkers en laptoppers

Sailor 1911 vulpen,. Bron: Colin Harris, Flickr.
Schrijven vind ik meestal wel leuk om te doen. Dan denk je misschien: "eh, ja dûh, anders had je geen blog!" En dat is natuurlijk ook zo, maar dat bedoel ik nu even niet. Ik bedoel fysiek schrijven, een pen in de hand hebben en setjes mooie georganiseerde lijntjes op papier tekenen die we met ons allen op de lagere school hebben leren herkennen als letters.

Dat schrijven, dus.

Vroeger deed je dat veel. Aantekeningen maken op school en later op de HTS, aantekeningen maken tijdens vergaderingen op het werk. Dan zaten we met ons allen rond een vergadertafel met een overheadprojector, aan de wand een diascherm waar het ding op projecteerde. Voor onze neus grote mokken koffie en aantekenblokken met Vertislogo. Een enkele gelukkige had zelfs een pen met Vertislogo, een hele mooie witte parkerpen.

Dat is nu wel anders.

Vanochtend had ik een vergadering, tegenwoordig meestal "meeting" geheten, eentje met zes deelnemers. Van de zes hadden er vier een laptop bij zich waar ze aantekeningen op maakten, twee maakten aantekeningen op papier. Van die twee was ik er eentje.

Toen kreeg ik toch wel even het gevoel bij een uitstervende diersoort te horen: die der notitieblokkers.

Natuurlijk, een laptop is in sommige opzichten praktischer: je kunt meteen je aantekeningen in een notulenachtig document stoppen en je actiepunten in je favoriete dingen-die-je-nog-moet-doen-lijstjes-bijhouder zetten. Ik snap het wel als je dat handiger vindt. Bovendien is tikken meestal sneller dan schrijven, althans voor mensen die heel de dag zitten te toetsenborden wel.

Toch maak ik nog altijd vaak graag aantekeningen op papier. Omdat ik schrijven nou eenmaal leuk vind, omdat ik misschien een verstokte schrijver ben. Maar ook omdat ik soms het vage idee heb, dat ik dingen beter onthou als ik ze opschrijf. Dingen die ik opschrijf, blijven vaak beter en langer hangen dan dingen die ik optik. Dat kan aan mij liggen natuurlijk, en/of aan de manier waarop ik van oudsher op school geleerd heb om dingen te leren en te onthouden.

Maar het kan ook zijn dat dat komt omdat je toch een fractie van een seconde na moet denken over wat je opschrijft: schrijven gaat nu eenmaal langzamer dus je moet samenvatten. Tikken gaat vaak snel, en dan kun je ook nog bochtjes afsnijden door de vergaderorganisator te vragen om dit of dat alvast even door te mailen.

En misschien is het wel gewoon een simpel superpersoonlijk dat-vind-ik-nou-eenmaal-handiger dingetje.

Hoe dan ook, ik ben voorlopig nog steeds een notitieblokker.

zondag 9 juli 2017

Aan de man

Een kennis van mij is sinds nog niet zo lang min of meer verliefd. Meer méér dan min, te oordelen naar de manier waarop ze praat. En zoals dat dan gaat, roept ze dan meteen: "ik zou zo graag willen dat jij ook eens een vriend krijgt, ik gun je dat geluk zó!" Erg lief, op zich, dat ze mij geluk gunt (maar ze is dan ook een ontzettend lief mens). En begrijpelijk denk ik, als je zelf zo hoteldebotel bent. 

Maar waarom schijnen mensen zo vaak te vinden dat je geluk af moet hangen van een relatie? Het idee is zelfs zo wijd verspreid, dat er een aparte uitdrukking voor is: "aan de man komen". (is er trouwens een "aan de vrouw komen" equivalent voor mannen?). 

Nu ben ik al best wel lang alleen, en dus misschien niet in de beste positie om dat te beoordelen.  Maar ik mag toch graag denken dat ik gelukkig ben, of tenminste tevreden. Lekker mijn uurlijkse rondjes lopen in de zon en genieten van de warmte, lekker mijn uurlijkse rondjes lopen onder een paraplu en genieten van het geruis van de regen in het groen en die heerlijke frisse het-heeft-net-geregend-geur.  Soms voel je je rot, maar dat is bij iedereen zo. Als je ruzie hebt met je partner voel je je ook rot, tenslotte. 

Maar toch. Aan de man komen.  Wat een stomme uitdrukking is dat ook eigenlijk, denk ik als iemand het zegt. We ginnegappen en giebelen er over, en maken het belachelijk. En dan soms, zomaar ineens, loop je aan tegen iemand die dat een goed idee vindt voor mij.

Soms ben ik heel recalcitrant, en denk ik: "ik blijf lekker alleen". 
En soms denk ik: "misschien hebben ze wel gelijk, je weet het niet."

Maar hoe dan ook, om dat te ontdekken moet ik natuurlijk wel eerst verliefd worden op iemand. Ik vermoed tenminste dat dat wel zou helpen :) 

Tot die tijd blijf ik lekker alleen leuke dingen doen. Zoals even naar de bioscoop, of lekker lopen in de zon. Of onder een plu, natuurlijk.