donderdag 13 november 2014

Niet te bevatten: Rosetta, Philae en Komeet #67P

Ergens, vijfhonderd miljoen kilometer van hier in de lege kou en eenzame duisternis van de ruimte, is een machientje ter grootte van een wasmachine geland op een badeendvormige sneeuwbal van een kilometer of vier groot. Er waren wat problemen en vragen en onzekerheden, maar toch. Hij is geland. De sneeuwbal in kwestie is zo klein dat 'ie vrijwel geen zwaartekracht heeft: het machientje weegt op aarde iets van 100kg zeggen de heren en dames sterrenkundigen, maar dáár schijnt het net zoveel te wegen als een velletje papier of een pingpongbal of zo hier doet. Het ding kan dus zomaar weer weg waaien. En de sneeuwbal is een komeet onderweg naar de zon, dus er is alle kans op wegwaaien.

Niet te bevatten. 
Schieten op een vlekje stof dat zo gigantisch ver weg is, en dan nog raak schieten ook. 
Da's knap.

Tien jaar geleden vertrok een ruimtevaartuigje van onze europese ESA om op weg te gaan naar een komeet. Een poosje geleden is Rosetta (zo heet het ding) aangekomen en afgelopen woensdag is de lander die Rosetta meegenomen had (en die Philae heet) succesvol geland op een komeet. Op die badeendvormige komeet waar de afgelopen maanden zoveel foto's van overal rondzwerven. Ongelooflijk. Terwijl ik dit typ zit ik weer vol bewondering te grijnzen achter de monitor; de kleine sterrenkundige in mijn achterhoofd gaat helemaal uit haar dak van enthousiasme en zat woensdag aan het eind van de middag vol spanning naar de webcast van de ESA te kijken.
 
Nog nooit vond ik het zo spannend om een heel half uur te kijken naar een scherm waarop te zien was hoe mensen naar een schermpje keken.

't Is niet te bevatten, tien jaar en vijfhonderd miljoen kilometer.
Tien jaar onderweg: toen Rosetta in 2004 gelanceerd werd, bestonden smartphones nog niet eens. En facebook niet, en twitter niet. Gmail kwam in 2004, en Windows en Lindows (ja mede-nerds, dat was toen nog Een Ding) hadden ruzie over elkaars naam en "blog" was het woord van het jaar. 
Vertis was nog Vertis en van overname was nog geen sprake. We hadden amper twee jaar de euro en we verlangden nog collectief terug naar guldens. 2004 was ook het jaar van de aanslagen in Madrid, de start van het proces tegen Saddam Hussein, de zomerolympische spelen in Athene en de eerste release van het Unix-OS Ubuntu. We begonnen op te krabbelen uit de put van de ergens in 2001 geknapte internetzeepbel.  

En dan die afstand. 500 miljoen kilometer. Ik heb 't eens uitgerekend en da's ongeveer 12.500 keer om de aarde heen. Da's vijf miljard voetbalvelden. Da's tien miljard baantjes in een 50-meter-zwembad. Stel dat je tien seconden over één baantje doet (geen idee of dat realistisch is eigenlijk, maar 10 seconden is een mooi rond getal), dan moet je zo'n 3171 jaar op topsnelheid blijven zwemmen om die afstand te halen. Of stel dat je in een auto zit die 120 kilometer per uur rijdt, dan moet je 475 jaar blijven doorrijden, en had je in 1539 moeten beginnen met rijden. Da's zelfs nog voor de gouden eeuw en de tachtigjarige oorlog.

500 miljoen kilometer is ver. 
Heel ver. 
Gigántisch ver.

't Is niet te bevatten, en ik vind het heel erg knap.

En voor de zuurpruimen die vinden dat dit weggegooid geld is, die nodig ik uit om in eigen huis eens te kijken naar alle spullen die een spinoff zijn van diverse ruimtevaartprogrammas: http://spinoff.nasa.gov/Spinoff2008/tech_benefits.html

Naast dingen als bijvoorbeeld tornado- en orkaanwaarschuwingen (oké dat is dan weer vooral nuttig als je in orkaanlanden woont, maar goed), weersvoorspellingen en je gps-navigatiedingetje op de smartphone in je zak. Ruimtevaart blijkt een investering in het leven van onze kleinkinderen en achterkleinkinderen. 

't Is niet te bevatten, ik vind het heel knap dat mensen dit kunnen. 
En durven. 
Want serieus: landen op een komeet! 
Wie bedenkt dat nou? 
Laat staan om dat nog te gaan doen ook!

Ohja; en tenslotte nog even de fantastische XKCD  over de komeetlanding. Let vooral op het Status Report rechtsonderin; dat wordt steeds grappiger en meliger :)

zaterdag 1 november 2014

Op een bankje

Op een bankje 
Heerlijk rustig op een bankje
Op een bijna leeg perron

Op een bankje
Stil genieten op een bankje
Van de warme herfstzon 

vrijdag 24 oktober 2014

Schaarse stilte


Tegenwoordig krijg je overal ongevraagd muziek om je oren geslagen: in de kledingwinkel, tijdens de koffie in het kleine restaurant, in de lift, in de wachtkamer van de tandarts en in de wachtrij bij de telefonische helpdesk. In het restaurant een poosje geleden had de Cubaanse muziek best wel een stuk zachter gekund. In het winkelcentrum mogen ze van mij de muziek wel uit laten. 

Niks rustig lopen, zitten, zijn. Muziek is overal. Muziek is gratis, lijkt wel, want het wordt immers overal ongevraagd aan je opgedrongen. Ergens weet je wel dat dat niet zo is natuurlijk en dat er muzikanten hard voor moeten werken, maar als je ergens binnenstapt en weer eens met niet-zo-fijne te hard staande (en dan ben ik nog wel slechthorend) muziek te maken krijgt, is dat soms wel irritant.

Eigenlijk is het nergens meer echt stil. Behalve thuis dan, en daar heb ik maar zelden muziek aan. Een teevee heb ik niet eens meer. Zalige stilte is dat dan. Luisteren naar het gedrup van de regen buiten, wind die ruist - of stormt - in de bomen, en in de lente in de ochtend naar zingende vogels. Of gewoon luisteren naar het niks.

Stilte lijkt bijna wel een bedreigde diersoort.

Maar dat is natuurlijk niet altijd zo geweest. Ooit waren er geen radio's of teevees of mp3spelers-met-duizend-liedjes-in-je-binnenzak. Dan was het stil thuis, als je alleen woonde (áls je alleen woonde, dat gebeurde natuurlijk niet zoveel vroeger). Als je dan muziek wou horen moest je een heel eind lopen of fietsen (want auto was duur en luxe) naar een gelegenheid waar ze een jukebox hadden, en waar je dan naar Bill Haley of zo kon luisteren. "Muziek luisteren" was een activiteit op zich.
En nog vroegerder, voor de jukebox en voor de fonograaf kon je alleen naar muziek luisteren als je het zelf maakte. Ze zeggen dat wij met ons allen toen ook veel meer zongen, bij het werk en 's avonds met het gezin en zo meer. En ik kan me heel goed voorstellen dat bijvoorbeeld een groep matrozen aan boord van een schip zeilen hijst terwijl ze samen een shantylied zingen. Dan blijf je ook lekker in het hijsritme met elkaar. 

Soms zou ik best wel eens in een tijdmachine willen stappen om te zien of dat echt zo was. En wat ze dan zongen. Maar ja, klanken fossileren niet. Dus dat kan niet.

Tenzij een echte Willy Wortel een vasofoon uitvindt, natuurlijk. 

In de tussentijd geniet ik graag van de stilte. 
Van die o zo schaarse en o zo zalige stilte.

maandag 13 oktober 2014

Ansichtkaarten

Voor ansichtkaarten heb ik altijd een zwak gehad. Als ik een pen of een envelop nodig heb, kijk ik in de winkel altijd even bij de kaartjes. Verjaardagskaartjes, jubileumkaartjes, zomaarkaartjes. Leuk! Bij de Bruna op het station even kijken naar de toeristenansichtkaartjes. In een vreemde stad op zoek naar een kaartjeswinkel en kijken wat voor toeristenkaartjes ze daar hebben. Ik stuurde nooit wat. Naar wie kan ik iets sturen? Voorzover ik wist vond iedereen dat maar raar, die kaartjestic. Maar gewoon in mijn eentje even kijken was ook al leuk. 

Zo ging het lang. Heel lang. Tot een poosje geleden, toen ik er achter kwam dat veel meer mensen een kaartentic hebben. 

Een paar maanden geleden kwam ik in het happinez tijdschrift namelijk een artikel tegen over een site die postcrossing heet. Het klonk goed, dus ik de interwebz inklimmen om naar die site te kijken. Blijkt het een site te zijn voor mensen die van ansichtkaarten houden. Een kaartjestic hebben, dus, net als ik. Dus ook een site voor mij! Na wat rondkijken en rondklikken heb ik een profiel aangemaakt en mijn eerste adres gevraagd. Van de site moest ik een kaartje sturen naar iemand in de Verenigde Staten. 

Inmiddels zijn we alweer een aantal maanden verder en heb ik al tien kaartjes gestuurd, naar de VSA, naar Duitsland en Rusland en Japan en China en overal heen. En een stuk of zeven teruggekregen, overal vandaan. Hartstikke leuk, om thuis te komen en een kaartje uit Verweggistan op de mat te vinden, al vraag ik me soms wel bezorgd af wat de postbode eigenlijk wel niet moet denken van al die kaartjes uit rare plaatsen. 



Je kunt een profiel aanmaken waarin je wat over jezelf kunt vertellen, en over het soort kaartjes wat je wilt ontvangen. Alle verzonden en ontvangen kaartjes komen er ook in terecht, je scant ze in en zet ze op je prikbord. Ik heb in mijn profiel gezegd dat ik graag lees over waar je woont en je werk en dagelijks leven. Interessante feitjes. Van die gewone dingen die voor een vreemde misschien helemaal niet gewoon zijn. 

En soms schrijven mensen daarom hele leuke dingen. Soms schrijven ze alleen maar "happy postcrossing", maar soms schrijven ze de kaart helemaal vol met van alles en nog wat. Een meisje van elf uit Duitsland schreef op een kaart met twee katten dat ze dol is op katten en honden. Op zo'n schattige (duitstalige) elfjarigentoon. Iemand uit een stad die Chengdu heet (en die ik op moest zoeken op de kaart/Google Maps omdat ik geen flauw idee had waar dat ligt) vertelde dat ze studeerde aan de Universiteit voor Traditionele Chinese Geneeskunst. Wat mij leerde dat er dus kennelijk een universiteit bestaat voor traditionele chinese geneeskunst (en dat die staat in een stad die Chengdu heet). Iemand uit de VSA vertelde dat hij professioneel fotograaf was, en stuurde een kaart met een foto die hij zelf gemaakt had. 

En vandeweek heb ik een kaart gekregen uit Wit-Rusland, Belarus heet het nu kennelijk (want dat staat op de kaart) met een plaatje van een kerstkaartachtig huis met een typisch getekend ierse-leprechaun-achtig oud mannetje er op. Ze schreef dat dat een Damavik of Domovoj was en dat dat een huisgeest was. Ik moest meteen aan het verhaal van de schoenmaker en de kabouters denken. Ik had nooit gehoord van Damavik en heb met interesse het stukje op Wikipedia gelezen dat Google uiteindelijk voor me vond. 

En zo leer ik iedere keer weer wat. Iets totaal onverwachts vaak, over heel verschillende dingen en dat is superleuk! En ik mag kaartjes sturen, ik heb alweer een paar nieuwe in huis om te sturen, met de Oale Grieze er op en met het hoofdstation en gezellig gevulde terrasjes op de Grote Markt. En ik kijk vooruit naar het volgende kaartje dat ik ontvangen zal. Waar vandaan zal het komen? En wat voor interessant feit zal er op geschreven staan?

Happy postcrossing!

donderdag 25 september 2014

Naar 't Spoorwegmuseum

Al vaker had ik er over nagedacht maar nog nooit was ik er echt geweest: het spoorwegmuseum in Utrecht. Dus toen ik dagkaarten kocht in een blokkeraanbieding, moest ik daar ineens weer aan denken. Misschien moest ik er toch maar eens heen. Ik had vakantie nu, immers. 


Er bleek een trein heen te gaan vanaf Utrecht Centraal. Een van de weinige musea die een station op zich is, denk ik. De trein erheen was een ouwe gele met een hondekop aan de voorkant. De airconditioning bestond uit ramen die je open kon zetten en de motor gromde onder mijn voeten. Een goed begin, zo'n echte oude trein. Ook al stond er gewoon een chippaal bij het museum waar je uit kon checken. 

Aangekomen wou ik eerst koffie (want dat had ik vanaf Groningen niet meer gehad), dan kon ik ook meteen rustig even de plattegrond bekijken die ze me bij de ingang gegeven hadden. Ik zag al snel dat ze het museum ingedeeld hadden in werelden, genummerd van een tot en met vijf. Ik begon dus braaf bij hal of wereld een. 


Bij de deur stond een mevrouw die me een kastje gaf en een koptelefoon. Het kastje kon ik harder zetten zodat zelfs ik het goed verstaan kon. Ik stapte de deur door een hokje in die er uitzag als een hele oude mijnlift. De deur ging dicht en ik greep me stevig vast aan een handvat. Die handvaten zaten er vast niet voor niks, dacht ik net voordat de bodem begon te trillen en schudden. 


Hoewel de "lift" op zijn plek bleef had je toch best wel het idee dat je ergens heen ging. Volgens de stem van het kastje gingen we terug in de tijd en zouden we uitkomen in de negentiende eeuw. Uiteindelijk hield het schudden op en ging er een deur open. Ik stapte erdoor en stond in een mijngang. Met rails op de grond en een mijnkarretje volgeladen met kolen. 

Terwijl de stem in het kastje vertelde over kolen en kanaries bewonderde ik alles om me heen. Helemaal toen we even verderop uit de mijngang in een mijnwerkersdorp terecht kwamen. Het was echt een attractie, zoals in de Efteling. Mooi vormgegeven, net echte stenen muren en alles en details die klopten: een bureaukalender met de juiste datum, een nepmuis die mechanisch over de balken trippelt. Alles met elkaar was ik alweer toe aan koffie toen ik klaar was met wereld een bewonderen. 


Deel 2, of wereld 2, gaat over de Oriënt Express en zo. Zeg maar begin twintigste eeuw, toen je per trein door heel Europa kon reizen. Er staat een zitplaatsrijtuig en een restauratiewagen en je verwacht bijna Hercule Poirot er uit te zien stappen terwijl hij met zijn gedachten bij een moordzaak is die hij onder handen heeft. Erg mooi, je krijgt zoveel zin om eens in die periode rond te kijken. Die periode heeft me altijd getrokken, en dan vooral een trein naar het toen nog magische en mystieke Oosten. En ook heb ik zin om Agatha Christie's moord in de Oriënt express te herlezen.


Ergens anders stonden rijtuigen van de Nederlandse tweede (char à banc) en derde klas (de waggon). Het oogde weinig, een open rijtuig met bankjes. Geen ramen, geen kachel. Een frisse, en in de winter zelfs koude bedoening. Gelukkig hebben we nu 's winters wel een kachel in de trein. Ik moest aan Eline Vere denken bij het zien van de waggon, en hoe ze in het boek aan mevrouw van Raat uitlegt hoe simpel reizen is. Ze zei dat men eens wat vroeg en informeerde en dat "men in zijn waggon ging zitten". Zou zij echt derde klas gereisd hebben? Dat verbaasde me wel; in het verhaal beweegt Eline zich in nogal welgestelde milieus en dan verwacht je eigenlijk stiekem dat ze eerste klas reist. Maar kennelijk had Louis Couperus het toch anders met haar voor want de door Eline genoemde waggon blijkt toch echt derde klas te zijn. 

Er waren verder ook nog een klein achtbaantje (engheidsniveau "kinder" dus precies goed voor mij) en een kleinschalige theatervoorstelling van één acteur, drie decors en twintig minuten verhaal. En treinen! Veel treinen, stoomlocomotieven en rijtuigen van vroeger. Een oude postwagon met de postzakken en sorteervakjes er nog in. Daar werd de post gesorteerd terwijl de trein onderweg was. Toen dat nog met de hand ging. Veel te zien, veel te kijken en veel jezelf voor te stellen hoe dat vroeger geweest moet zijn. 

Voor een treintjesliefhebber als ik is het spoorwegmuseum een prima bestemming!


donderdag 18 september 2014

Vakantie

Het is lunchpauze. Eigenlijk is die alweer voorbij voor de meesten dus is het lekker rustig in de kantine. Kan ik even rustig eten, en een stukje schrijven. 

Vandaag is mijn laatste volledige dag voor de vakantie. Morgen nog een halve dag en daarna tweeëneenhalve week niks. Nou ja, niks, geen computerproblemen op te lossen. Eigenlijk kan ik dat nog helemaal niet bevatten. Mijn verstand weet het wel, maar gevoelsmatig heb ik nog niks van "Jeuj", of zoiets. Zal maandag wel komen, als ik zit te ontbijten en niet maar het werk hoef.

Toch ben ik wel blij met die twee week. Het valt me de laatste tijd steeds vaker op van mezelf dat mijn tenen steeds langer worden, bijvoorbeeld. Stukken langer dan me lief is, waardoor ik veel gauwer gefrustreerd en kwaad ben dan ik wil. En dan word ik weer kwaad op mezelf omdat ik kwaad word...

Het wordt steeds lastiger om niet te grauwen en snauwen.  En ik wil niet grauwen en snauwen, want dat voelt zelf niet leuk en is voor de mensen om je heen ook niet leuk. Na veertig jaar ervaring met mezelf weet ik wel dat ik heel gemeen uit de hoek kan komen als ik niet tot tien tel. Alhoewel tot honderd tellen vaak beter lijkt dan tot tien. Tien is zo kort! 

Ja ik ben blij met twee week vakantie. Ik ben er toch wel een beetje veel aan toe, geloof ik. 


woensdag 20 augustus 2014

Diogenes en hebben

Ooit, toen het nog klassieke oudheid was, woonde in Griekenland een meneer die Diogenes heette. Ze zeggen dat hij sliep in een regenton, of amfora misschien, en dat hij er bewust voor had gekozen om te leven met zo min mogelijk bezittingen. Zelf maakte ik met Diogenes voor het eerst kennis in een Suske en Wiske, waarin hij getekend werd als een meneer van middelbare leeftijd die gekleed was in iets toga-achtigs. Toen hij Lambik bij een fontein zag drinken, waarbij Lambik zijn handen als kommetje gebruikte, riep hij "Eureka!" en gooide meteen zijn drinkbeker weg. Want die had hij niet meer nodig. En hoe minder bezittingen, hoe beter, schijnt hij gevonden te hebben. Alsof bezit vergif is, of zo.

Misschien is bezit ook wel een soort van vergif. Vergif voor je hoofd, voor je denken.

Sommige dingen zijn natuurlijk noodzakelijk, zoals bijvoorbeeld een lekkere dikke warme winterjas bij tien graden celcius onder nul. Of een boterham elke ochtend. Want je wilt immers niet doodvriezen, en je wilt ook regelmatig wat te eten hebben, want overleven.
Maar daar voorbij? Hoeveel spullen hebben we met elkaar nou eigenlijk echt nódig?

Het is makkelijk om te denken dat je iets nodig hebt. Dat wordt je ook aangepraat door reclames overal om je heen, het idee dat je die nieuwe iWatch of iTime of Samsuing Gear echt nodig hebt. Dat je die nieuwe deodorant, parfum, teevee, autoradio, wasmiddel en noem maar op echt nodig hebt. Reclamemakers willen je dat natuurlijk ook graag aanpraten, want anders verkopen hun bedrijven niet genoeg. En er moeten spullen verkocht worden, want geld moet rollen. We hebben met de financiële crisis allemaal kunnen ervaren wat er gebeurt als 't niet meer rolt maar stil ligt.

Maar toch.

Wat heb je nou eigenlijk echt nódig? Ik vraag me dat dagelijks af. Wat heb ik nou echt nodig? Wat kan ik eigenlijk beter weggooien? Waarom wil ik dat nieuwe dingsigheidje nou eigenlijk écht hebben? Ja, koffie 's ochtends, bijvoorbeeld. Heb ik dat echt nodig? En als ik vind dat ik koffie nodig heb 's ochtends, ga ik dan lekker gemakkelijk een koffiemachineding aanzetten of ouderwets handmatig opschenken? Het gemak wint het dan al gauw, ook bij mij. 

Maar bezit kan dan leuk en gemakkelijk en soms noodzakelijk zijn, het is ook gedoe.

Je auto die door de APK moet, een koffiemachine die ineens stuk is en waarvan je vindt dat je een nieuwe nodig hebt omdat je jezelf niet zonder koffie 's ochtends kunt voorstellen. Een koophuis hebben en lekkerij hebben in de douche, of een rooklucht in de meterkast. Een verse scheur in de muur na de laatste aardbeving. Allemaal gedoe.

Ik blijf het me afvragen: heb ik dat écht nódig? En zo ja, waarom vind ik dan dat ik dat nodig heb?