zaterdag 5 augustus 2017

Jeugdwinkel - een verhaal

De bel klingelde.
Nieuwsgierig keek de verkoper op van zijn toonbank om te zien wie er binnenkomt.
"Goh, wat een leuk winkeltje!", zei een ouder vrouwtje die achter een rollator voorzichtig naar binnen schuifelde. "Het lijkt wel een ouderwetse kruidenier!"
"Dank u wel voor het compliment, mevrouw", antwoordde de verkoper, "en welkom in Jeugdwinkel Rimpelvrij. Waar kan ik u mee helpen?"

De mevrouw keek even rond, aarzelde.
"Zegt u het maar, mevrouw, ze komen hier uit alle lagen van de bevolking."
Ze giechelde als een jong meisje, en even zag je duidelijk welk een schoonheid ze moest zijn geweest.
"Eigenlijk was ik op zoek naar, ehh, nou ja, ehhh", aarzelde.

Begrijpend glimlachte de verkoper. Zijn producten waren ook nog wel erg nieuw, maar effectief waren ze wel. "Leve de wetenschap die dit allemaal mogelijk maakt", dacht hij bij zichzelf.

"U bent nog zo jong, u begrijpt het misschien niet, maar ik zou zo graag wat soepeler zijn", maakte het oude vrouwtje uiteindelijk haar zin af.
De verkoper kuchte om haar te onderbreken.
"Eigenlijk ben ik 85 jaar, mevrouw. Maar ik heb zelf ook een kuur gedaan, vandaar dat ik fysiek 25 ben.", legde hij uit. "En wat een verschil!", ging hij juichend verder, "geen artritis, geen moeizaam bijhouden van alle veranderingen om ons heen, soepel de trappen op en af zonder pijn in je knieën, zomaar even een gevallen tablet van de grond oprapen, het kan ineens allemaal weer!"

"Ja ehhh ja, dat klinkt goed. Dat is het eigenlijk precies", zei het oude vrouwtje. "Dat wil ik ook, en ik heb gespaard en ehhh, ja ehhh, ik hoopte eigenlijk dat ik me een paar jaar jonger zou kunnen veroorloven."
"Nou, daar kunnen we vast wel voor zorgen", reageerde de verkoper begripvol. Hij legde uit dat het een tweemaandelijkse kuur betrof van pillen die ze elke dag moest slikken. En hij mocht het haar niet zomaar meegeven, ze moest eerst een briefje van haar huisarts laten zien. Als de kuur eenmaal afgelopen was, zouden alle cellen in haar lichaam verjongd zijn, en vanaf dan zou ze weer gewoon normaal verouderen als ieder ander.

Het oude vrouwtje keek wat twijfelend. "En wat kost dat dan allemaal?'.
"Nou, de 25 kost 439 allor, de 21 is 459 allor, en de 18 is momenteel in de aanbieding voor slechts 229 allor."
"Oh, 229 allor kan ik betalen!", riep het vrouwtje verheugd. "Maar is 18 jaar niet een beetje erg jong?"
"Om u de waarheid te zeggen: ja inderdaad. Daarom is het ook in de reclame, het wordt lang niet zo goed verkocht als de andere leeftijden. De 21 is het populairst, daarna de 25 en de 29 en daarna op grote afstand de 18 pas."
"Maar als de kuur af is, verouder ik weer gewoon zoals normaal? Ik ga dan niet pardoes ineens terug naar nu?"
"Nee mevrouw, als u eenmaal verjongd bent, wordt u weer gewoon ouder net zoals de eerste keer dat u 18 was."

Even was het vrouwtje stil. Ze vond het toch wel een grote beslissing.
Tenslotte hakte ze de knoop door.
"Doet u mij maar een kuurtje 18", besloot ze.
De verkoper pakte haar bestelling in, en nadat ze afgerekend had stopte ze het kostbare pakje in het mandje van haar rollator, om even later voorzichtig de winkel weer uit te schuifelen.

Er zat wel een zekere symmetrie in, bedacht ze. Nu was ze 81, over twee maanden zou ze 18 zijn. Jong genoeg om weer te gaan studeren. Misschien kon ze bejaardenverzorger worden, of verpleger of zo. Ze wist nu uit eigen ervaring was het was om gebrekkig te zijn en dagelijks pijn te hebben.

Als ze éénmaal weer jong was, ging ze beslist wat met die ervaring doen.

Maar ze zou ook genieten. Genieten van haar jonge lijf, van soepel trappen op en af rennen, van hele middagen wandelen in het bos en van moeiteloos een gevallen pen van de grond oprapen, en van alle dingen die vrouwen nu mochten die zij nooit mocht toen ze nog jong was.

vrijdag 28 juli 2017

Geruststellende vrachtwagen

Semi Truck
Bron: KOMUnews, Flickr
Vrijdag is mijn vaste vrije dag. Dat komt omdat ik een 32-urige werkweek heb. Je levert dan wel 20% van je loon in, maar je krijgt er een hele mooie vrije dag voor terug. Een lekker lang weekend.Meestal doe ik die vrijdag maar weinig spannende dingen. Ik reserveer hem altijd voor dingen als wassen, strijken en boodschappen doen. Die dingen die steeds weer terug komen en steeds weer moeten, maar die je eigenlijk liever niet op je vrije zondagmiddag doet.

Wat ik natuurlijk wel doe vrijdag, net als altijd, is het lopen van mijn rugrondjes. Vanochtend viel één van die rondjes samen met het rondje van de vuilniswagen door mijn straat. Terwijl ik langs de vrachtwagen loop, en stiekem uit een ooghoek even kijk naar het ding, denk ik bij mezelf: "hè wat een geruststellende aanwezigheid".

Meteen vraag ik mezelf af waarom ik dat eigenlijk denk. Allereerst natuurlijk de taal: waarom denk ik niet gewoon: "hee tof een vrachtwagen"? Ben ik zo bedorven door alle gedoe-taal om ons heen? Ik weet het niet. "Geruststellende aanwezigheid" klinkt niet echt megazweverig en ook niet echt megabullshittiaans, dus waar dat zomaar ineens weg kwam, geen flauw idee. Daar moet ik misschien maar eens een nachtje over slapen.

De tweede vraag, waarom ik zo'n grote auto een geruststellende aanwezigheid vind, is makkelijker te beantwoorden. Denk ik tenminste. Het is een auto die er stáát, die er gewoon is en ook blijft en waar je simpelweg niet zomaar omheen kunt (in je hoofd dan, op de weg kun je hopelijk wel omheen :) ). Als een klein personenwagentje tegen een vrachtwagen botst, ligt de personenauto in kreukels terwijl de vrachtwagenchauffeur er amper wat van voelt. Een kennis van me heeft dat jaren geleden ooit gehad, en de vrachtwagen waar ze tegenaan botste merkte er bijna niks van, zei hij.

En natuurlijk roept een vrachtwagen bij mij de illusie van vrijheid op: jij en je autoradio en de weg en verder niks. Een illusie natuurlijk, want in de werkelijkheid moet je op een bepaalde tijd ergens zijn, en zitten er files en je snijdende automobilisten in de weg. Maar een mooie illusie is het wel, aangewakkerd door films als Convoy en liedjes als Kilometervreter.

Toen ik net bij Vertis begon, had ik twee collega's die regelmatig tegen elkaar zeiden: "ach, we kunnen altijd nog vrachtwagenchauffeur worden". Te oordelen naar hun linkedinprofiel zijn ze dat niet geworden, maar ik ben duidelijk niet de enige die vrachtwagens gaaf vind!

Wanneer was het truckstar festival ook alweer?

dinsdag 18 juli 2017

Notitieblokkers en laptoppers

Sailor 1911 vulpen,. Bron: Colin Harris, Flickr.
Schrijven vind ik meestal wel leuk om te doen. Dan denk je misschien: "eh, ja dûh, anders had je geen blog!" En dat is natuurlijk ook zo, maar dat bedoel ik nu even niet. Ik bedoel fysiek schrijven, een pen in de hand hebben en setjes mooie georganiseerde lijntjes op papier tekenen die we met ons allen op de lagere school hebben leren herkennen als letters.

Dat schrijven, dus.

Vroeger deed je dat veel. Aantekeningen maken op school en later op de HTS, aantekeningen maken tijdens vergaderingen op het werk. Dan zaten we met ons allen rond een vergadertafel met een overheadprojector, aan de wand een diascherm waar het ding op projecteerde. Voor onze neus grote mokken koffie en aantekenblokken met Vertislogo. Een enkele gelukkige had zelfs een pen met Vertislogo, een hele mooie witte parkerpen.

Dat is nu wel anders.

Vanochtend had ik een vergadering, tegenwoordig meestal "meeting" geheten, eentje met zes deelnemers. Van de zes hadden er vier een laptop bij zich waar ze aantekeningen op maakten, twee maakten aantekeningen op papier. Van die twee was ik er eentje.

Toen kreeg ik toch wel even het gevoel bij een uitstervende diersoort te horen: die der notitieblokkers.

Natuurlijk, een laptop is in sommige opzichten praktischer: je kunt meteen je aantekeningen in een notulenachtig document stoppen en je actiepunten in je favoriete dingen-die-je-nog-moet-doen-lijstjes-bijhouder zetten. Ik snap het wel als je dat handiger vindt. Bovendien is tikken meestal sneller dan schrijven, althans voor mensen die heel de dag zitten te toetsenborden wel.

Toch maak ik nog altijd vaak graag aantekeningen op papier. Omdat ik schrijven nou eenmaal leuk vind, omdat ik misschien een verstokte schrijver ben. Maar ook omdat ik soms het vage idee heb, dat ik dingen beter onthou als ik ze opschrijf. Dingen die ik opschrijf, blijven vaak beter en langer hangen dan dingen die ik optik. Dat kan aan mij liggen natuurlijk, en/of aan de manier waarop ik van oudsher op school geleerd heb om dingen te leren en te onthouden.

Maar het kan ook zijn dat dat komt omdat je toch een fractie van een seconde na moet denken over wat je opschrijft: schrijven gaat nu eenmaal langzamer dus je moet samenvatten. Tikken gaat vaak snel, en dan kun je ook nog bochtjes afsnijden door de vergaderorganisator te vragen om dit of dat alvast even door te mailen.

En misschien is het wel gewoon een simpel superpersoonlijk dat-vind-ik-nou-eenmaal-handiger dingetje.

Hoe dan ook, ik ben voorlopig nog steeds een notitieblokker.

zondag 9 juli 2017

Aan de man

Een kennis van mij is sinds nog niet zo lang min of meer verliefd. Meer méér dan min, te oordelen naar de manier waarop ze praat. En zoals dat dan gaat, roept ze dan meteen: "ik zou zo graag willen dat jij ook eens een vriend krijgt, ik gun je dat geluk zó!" Erg lief, op zich, dat ze mij geluk gunt (maar ze is dan ook een ontzettend lief mens). En begrijpelijk denk ik, als je zelf zo hoteldebotel bent. 

Maar waarom schijnen mensen zo vaak te vinden dat je geluk af moet hangen van een relatie? Het idee is zelfs zo wijd verspreid, dat er een aparte uitdrukking voor is: "aan de man komen". (is er trouwens een "aan de vrouw komen" equivalent voor mannen?). 

Nu ben ik al best wel lang alleen, en dus misschien niet in de beste positie om dat te beoordelen.  Maar ik mag toch graag denken dat ik gelukkig ben, of tenminste tevreden. Lekker mijn uurlijkse rondjes lopen in de zon en genieten van de warmte, lekker mijn uurlijkse rondjes lopen onder een paraplu en genieten van het geruis van de regen in het groen en die heerlijke frisse het-heeft-net-geregend-geur.  Soms voel je je rot, maar dat is bij iedereen zo. Als je ruzie hebt met je partner voel je je ook rot, tenslotte. 

Maar toch. Aan de man komen.  Wat een stomme uitdrukking is dat ook eigenlijk, denk ik als iemand het zegt. We ginnegappen en giebelen er over, en maken het belachelijk. En dan soms, zomaar ineens, loop je aan tegen iemand die dat een goed idee vindt voor mij.

Soms ben ik heel recalcitrant, en denk ik: "ik blijf lekker alleen". 
En soms denk ik: "misschien hebben ze wel gelijk, je weet het niet."

Maar hoe dan ook, om dat te ontdekken moet ik natuurlijk wel eerst verliefd worden op iemand. Ik vermoed tenminste dat dat wel zou helpen :) 

Tot die tijd blijf ik lekker alleen leuke dingen doen. Zoals even naar de bioscoop, of lekker lopen in de zon. Of onder een plu, natuurlijk.

donderdag 6 juli 2017

Mooi weer

Zonneschijn en regen
Artiest: Christa Fokkelman


Het is weer de periode voor mooi weer en vakantie en veel zon en meer van zulke dingen. In de kleine nietserige gesprekjes in liften en bij bushaltes wordt er dan ook volop over gepraat, over het weer:

"Mooi weer vandaag, niet?"
"Ja man, zalig met die zon er bij!"

Of misschien:

"Lekker weertje vandaag!"
"Nou, dertig graden is mij toch iets te warm, het mag wel een graad of tien koeler."

Of misschien:

"Wat een klotenweer, zo somber en die regen!"
"Och, ik vind het wel lekker, buiten lopen onder een plu en dan luisteren naar het getik van de regen op de paraplu en zo. Het is ja toch warm zat zo in de zomer."

Afijn, we kletsen allemaal over het weer. En ergens lijkt er een soort stilzwijgende ongeschreven regel te zijn dat je weer met veel zon mooi vindt, of het nou tien graden of dertig graden boven nul is. En evenzogoed  verwachten mensen dus van je dat je regen maar niets vindt. Als je ergens op de fiets of zo heen moet, kan ik me daar iets bij voorstellen, dan is regen geen pretje. Maar voor de rest vind ik het in de zomer meestal niet zo erg. De druppels zijn warm, de temperatuur is warm. En het klinkt gezellig: ruisen van de regen in het groen, tikken van druppels op paraplu's en in plassen. Laarsjes aan en stiekem lekker door alle plassen banjeren omdat dat vroeger nooit mocht ("daar wordt je broek zo vies van" - en dat was natuurlijk ook zo).

Kennissen van me gaan daar nog veel verder in: die houden helemaal niet van de zomer maar zijn dol op de herfst en de winter. Vooral winters met veel sneeuw, en dan gaan ze lekker veel wandelen met de hond (ze hebben een Finse Lap, een ras dat ook van veel sneeuw houdt). "Team Winter!", roepen ze dan op facebook, wat natuurlijk weer allerlei weergerelateerde grapjes over en weer veroorzaakt.

Mooi weer is dus eigenlijk maar een onhandig iets. We hebben het er overal over, we breken er het ijs mee en we denken dat we allemaal wel ongeveer hetzelfde bedoelen. Maar in werkelijkheid bedoelen we allemaal weer nét wat anders met mooi weer en praten we stiekem allemaal over iets anders terwijl we denken dat we het over hetzelfde hebben met ons allen.

Gelukkig is het dit moment mooi weer. Iets te warm naar mijn zin, maar wel mooi weer. Tijd om de zonnebril op te zetten en te gaan wandelen. Lekker in de zon, die ik over een paar dagen vast wel weer minder lekker vind omdat ik dan weer naar regen verlang. Dan vind ik dat weer mooi weer.

dinsdag 20 juni 2017

Gestalked door de boordcomputer


In Star Trek weet de boordcomputer van de Enterprise altijd precies waar je bent op het schip. Commander Riker kan daarom op de brug aan de computer vragen wat de locatie is van de kapitein, en dan te horen krijgen dat die zich in holodek 3 bevindt. Je wordt gestalked door de computer zolang je aan boord bent.

Daar stond ik vroeger eigenlijk nooit zo bij stil.
Maar nu wel.

Als ik tegenwoordig Star Trek zit te kijken, vraag ik me wel eens af hoe dat nou beveiligd is, dat de computer alles van je weet. Je ziet daar in de serie nou nooit wat over. Het is in elk geval niet aan schip gebonden: als ze een verlaten ruimtestation vinden, kan Geordi LaForge gewoon bij alle logboeken komen, ondanks dat hij niet bij de bemanning van het ruimtestation hoort.

Misschien is het wel gebonden aan rang, gecombineerd met stemautorisatie of zo. Je hoort in de serie af en toe wel eens dat ze deurbeveiliging van een of ander appartement uitschakelen, daarvoor roepen ze een bepaalde autorisatie, die meestal bestaat uit hun naam gevolgd door één of andere code ( iets als "Authorisation Riker-Omega-Three" of zo). Dus er is wel iets van beveiliging, kennelijk gebaseerd op spraakherkenning plus een code die je uit je hoofd moet weten.

Als je dan een stem-nadoe-apparaatje hebt, moet je de echte persoon eerst verleiden tot het geven van zijn of haar echte code. Nu ik dit zit te tikken, bedenk ik me ineens dat dát ook ongeveer is wat er gebeurt in de aflevering "Ship ina Bottle": op het holodeck weet Professor Moriarty door een handig staaltje misleiding Captain Picard te verleiden tot het geven van zijn autorisatiecodes.

Hardop roepen van je autorisatie is dus alleen handig als je zeker weet dat er niemand anders meeluistert. Gelukkig weet je dat aan boord van een federatiesterrenschip meestal wel aardig zeker.

Misschien moest ik wat Deep Space Nine afleveringen gaan kijken, om eens te zien hoe ze daarmee omgaan aan boord van een ruimtestation waar Jan en alleman komt passagieren.
En je dus niet zomaar kan weten dat er alleen "veilige" oren meeluisteren.

woensdag 3 mei 2017

Te hard, maar waarom?

Laatst reed ik te hard. Een heel klein beetje maar, en ik wist het ook alleen maar omdat mijn tegenwoordige auto een digitale snelheidsmeter heeft, die me vertelde dat ik 72 reed waar ik 70 mocht. Toen ik voorbij het flitskastje reed, dacht ik even bij mezelf: “Oh shit, nou word ik geflitst!”. Maar vanwege die zoveel-procent-correctie die de politie altijd toepast, werd ik niet geflitst toen ik voorbij dat vermaledijde flitskastje op de ringweg reed. Een kleine zucht van verlichting was het resultaat, want ik geef mijn geld liever uit aan leukere dingen dan boetes.

Te hard rijden doen we allemaal wel eens, maar soms vraag ik me toch wel af waarom. Een paar dagen geleden reed ik op de snelweg van Groningen richting Assen, en omdat je daar 130 mag, reed ik daar 130. Altijd de maximumsnelheid rijden als dat weerstechnisch gezien verantwoord is, zo leerde mijn rijinstructeur mij ooit. De anderen op de weg rijden namelijk ook hard, dus je aanpassen is het veiligst.

Goed, ik reed dus 130. Best wel snel, of niet? Toch haalden veel auto’s mij in met een flinke vaart. Ze moeten minstens 150 gereden hebben en misschien wel harder. Dan zit ik achter het stuur te foeteren en vraag ik me af waarom ze dat doen (“ik rij ja al hartstikke hard!”, roept het stemmetje in mijn achterhoofd dan), ondanks dat ik ergens ook wel weet dat ik eigenlijk geen haar beter ben. Soms vraag ik er wel naar, en dan krijg je antwoorden als “eerder thuis zijn”, en “tijd besparen”. Een enkeling zegt iets met “leuk” of “kick” er in.

En als ik een poging doe om uit te rekenen hoeveel tijd je zou kunnen besparen, denk ik dat de mensen die tijd besparen wel veel meer waarde hechten aan tijd dan ik. Reken maar eens mee: als je 200 kilometer moet rijden (dus zeg maar Groningen naar Utrecht), en je doet dat met gemiddeld 120 kilometer per uur, dan ben je 200/120=1,66 uur onderweg als er geen files staan (hé, niet lachen daar achterin). Da’s ongeveer 1 uur en 40 minuten. Rijd je die 200 kilometer met gemiddeld 140 kilometer per uur, dan ben je 200/140=1,42 uur onderweg. Da’s ongeveer 1 uur en 25 minuten. Je bespaart dan dus maar een kwartiertje op meer dan anderhalf uur, is dat nou echt dramatisch veel? Zij vinden van wel, in elk geval.

Maar ja, aan de andere kant, ik rijd zelf ook wel eens te hard. Soms is dat gewoon leuk, en misschien zit er diep in mijn hart ook wel een klein coureurtje te wachten tot ‘ie naar buiten mag komen. Nu ik een auto heb met cruise-control, die ik in de bebouwde kom vast kan zetten op een brave 50, gaat het wel meteen een stuk beter, al heb ik dan wel het onaangename gevoel dat ik in een slak zit als ik net van de snelweg kom.

De volgende keer dat ik zit te foeteren op snelheidsduivels, kan ik daarom misschien beter eerst eens kijken naar de splinter in mijn eigen oog. En denken aan dat kleine coureurtje in mijn hart, dat eigenlijk geen haar beter is.