woensdag 24 juni 2015

Handwerken herontdekt

Het bewuste zelf gehaakte kleedje van
geelwitgemeleerde wol.
Meer geel dan wit, goed beschouwd.
Vroeger, toen ik nog twee paardenstaartjes had, leerde ik van Mama handwerken. Breien, haken, borduren, dat werk. Een nuttige vaardigheid (want voor een tientje wol van de Zeeman is meestal goedkoper dan een klaargekochte trui van honderd euro in de winkel), en meestal nog leuk ook. Maar zoals dat gaat, kwam op een gegeven moment de periode dat ik dat maar "stom" vond. Jarenlang waren haken, breien en borduren heel ver uit beeld verdwenen ten gunste van dansen en computers. 

Maar tijden veranderen.
Mensen veranderen.
Prioriteiten veranderen.
Hobby's veranderen.

En ik verander ook, en herontdek soms dingen die ik vroeger leuk vond, en waarvan ik mezelf nu verbaasd afvraag: "waarom vond ik dat in vredesnaam ooit stom?".

Geïnspireerd door de mooie haaksels die een tante van mij op facebook zette (*kijkt naar Christa*), vond ik het laatst tijd om zelf ook eens weer te gaan haken. Op een dinsdagmiddag onderweg van werk naar huis ging ik tussen twee bussen door even de Grote Markt op om te kijken of de wolkraam er nog stond, nog open was, en zo ja of ze er iets leuks hadden. Nou, de markt was nog open en de kraam stond er nog en ze hadden ook nog een hoop leuks! 

Uiteindelijk na veel wikken en wegen thuisgekomen met vier knotten geel-wit gemêleerde wol zat ik te bedenken wat ik dan maken moest. Verkeerde volgorde natuurlijk, want het is handiger om eerst te weten wat je maken wilt zodat je dán de juiste hoeveelheid wol kunt kopen. Maar goed. Een kleedje leek me een goed begin, een simpel patroon natuurlijk want ik had heel wat jaren niet gehaakt. De keuze was gauw gemaakt en ik ging aan de slag, en al gauw was het ding klaar. Sommige dingen verleer je nooit en handwerken is er blijkbaar één van. 

En het leukste was de ontdekking dat ik 't tegenwoordig weer echt leuk vind om te doen! 

Ik zit al te denken over een volgend project, een handwerktas van omavierkantjes of granny squares lijkt me wel wat. Er staan een heleboel hele mooie op google die zo simpel ogen dat ik ze wel na zou moeten kunnen maken, zelfs als er geen patroon bij staat. Zeer binnenkort gaan we hier dus maar eens aan de slag met het maken van een stel "bröddellappies" (of in goed Nederlands proeflapjes, maar 't Groningse woord is toch eigenlijk leuker :) ). En misschien ga ik wel een vest voor mezelf haken. Of een sjaal. Of meer kleedjes voor op tafel. Of misschien beesten haken, daar staat ook wel een hoop van op internet en lijkt me ook hartstikke leuk. En ze dan in december aan de voedselbank geven of iets in die geest.

Een leuk aantal verschillende kleuren knotten wol hebben is dan wel handig. Dus moet ik binnenkort maar eens bij de Zeeman kijken naar wol.
En een mand of ton om al die knotten wol en ook de bröddellapjes in te bewaren is misschien ook wel handig. Want al die wol moet ergens bewaard worden.

Zoveel ideeën om uit te proberen!
Een heel internet vol haaksels! 

Haken is leuk en haken is hip en haken heb ik helemaal herontdekt! 

En het is ook zo simpel, eigenlijk. Als je 't niet kunt maar wel graag wil kunnen heb ik 't je vast heel snel uitgelegd. 

vrijdag 5 juni 2015

Uitgebreid ontbijten

Laat me eens raden hoe jouw ochtend er uit ziet. De maandagochtend, bijvoorbeeld. Het begin van de werkweek en voor veel mensen de moeilijkste dag. In ieder geval voor veel mensen moeilijk genoeg om grappige memes op mijn facebooktijdlijn te dumpen. 

De wekker gaat.  Slaperig druk je op snooze en draai jezelf nog even om. Even later gaat het vermaledijde ding weer. 
Je bedenkt jezelf dat het maandag is. Shit, maandag! Had je gisteravond nou maar wat eerder op bed gegaan. Moet je er echt zo vroeg uit? Zuchtend hijs je jezelf uit bed, en na een korte douche voel je je al wat wakkerder. Eindelijk aangekleed sleep je jezelf naar de keuken om eerst maar eens koffie te zetten. Je kijkt op de klok en schrikt van de tijd. Je moet opschieten anders kom je te laat! Het ontbijt en de kop koffie sla je maar over, je rent de deur uit en springt in de auto, spurt naar de bushalte of stapt op de fiets. 

Klinkt bekend?

Vroeger ging het bij mij ook zo. Nog niet eens zo lang geleden, tot aan dat mijn rug vorig jaar stukging, om precies te zijn. 

Toen ik weer wat aan de beterhand was, en weer aan het werk ging, was ik zo uitgerust dat ik uit mezelf vroeg wakker werd. En dus alle tijd had voor ontbijt. Een wandelingetje. Meestal liep ik eerst, nog voor het ontbijt. Lopen was goed voor de rug. Daarna rustig ontbijten, en rustig naar mijn werk. Zonder stress. Ik begon te ontdekken dat het wel wat had om de dag rustig te beginnen. Dat was eigenlijk wel de moeite waard om vast te houden, vond ik. 

Dus ben ik bewust blijven ochtendwandelen en rustig uitgebreid ontbijten en zo. Ik sta er bewust een uur eerder voor op, en ga er de avond tevoren ook bewust een uurtje eerder voor naar bed. Nu is vroeg opstaan voor mij niet zo moeilijk, ik ben altijd een ochtendmens geweest, als kind al. Als je een avondmens bent, kan ik me voorstellen dat je er liever voor kiest om wat later te beginnen met werken - vooropgesteld dat je die keuze überhaupt hebt, want dat hangt natuurlijk nogal af van je baan. 

Maar toch. 

Even lekker rustig tijd voor jezelf. 
Even niks. 
Even rustig ontbijten. 


Je begint de dag dan toch heel anders. Rustiger. Minder stresserig en gejaagd. En dat bevalt wel, eigenlijk. 

dinsdag 28 april 2015

Een keurig nette verslaving

De koffieautomaat is op het werk de plek waar ik het eerst heen loop als ik 's ochtends mijn laptop geïnstalleerd heb. En dat geldt voor veel mensen. Normaal is dat ook geen probleem. Je komt binnen, je hoofd nog duf, opent je koffer, plukt daaruit de laptop, voeding, muis en stander en heel de zooi en zet de boel klaar en de computer vervolgens aan. Terwijl het ding staat wakker te worden/op te starten, kun je mooi even koffie halen.

Vanochtend ging dat iets anders dan normaal.

Het laptop-opzetten-deel ging helemaal prima. 

En toen pakte ik mijn koffiemokje en liep naar de koffieautomaat. Om te ontdekken dat er een tekentje op stond dat 'ie onderhoud nodig had en dat hij me geen koffie geven wou. Zelfs geen heet water voor thee. Ik baalde, maar niet getreurd want er zijn nog vier automaten in het pand. Daarvan is er vast ergens wel ééntje die het doet. Toch?

Dus ik de gang door, op naar de volgende koffieautomaat. Waar een tekentje op bleek te staan dat betekende dat 'ie onderhoud nodig had, en me geen koffie geven wou. En ook geen heet water voor thee.

Nu begon ik toch wel een beetje meer dan geïrriteerd te worden. Kwaad eigenlijk, zelfs. 

"Maar", zo dacht ik bij mezelf, "er zijn nog drie automaten!"

Een verdieping lager liep ik de gang in naar de koffieautomaat, mezelf afvragend of deze het wel zou doen. Even later ontdekte ik van niet, en liep ik sip verder naar automaat nummer vier. Die het óók niet deed, en ook geen heet water voor thee meer had. Nu was ik toch wel boos dat ze het niet deden. En ook begon ik steeds bozer op mezelf te worden, omdat ik kennelijk toch wel zo erg koffie nodig had 's ochtends dat ik boos werd als er eens een automaat het niet deed. Boos worden op jezelf omdat je ergens boos om wordt.

Mopperend in mezelf liep ik ten einde raad naar de koffieautomaat op de begane grond. 

Die het ook niet deed.

Uiteindelijk moest ik water drinken, want de automaten wilden me niet eens warm water voor thee geven. Ik was boos dat ze het niet deden, ook al konden die automaten er zelf niks aan doen. En ik was boos op mezelf dat ik kennelijk zo verslaafd ben aan koffie 's ochtends, dat ik boos en geïrriteerd word als ik dat niet krijg. Dan ben ik toch wel verslaafder aan koffie dan ik graag denk.


Zou ik zonder koffie 's ochtends kunnen? Wakker worden met thee, bijvoorbeeld. Misschien moest ik dat eens een week of twee proberen. Een week om af te kicken en door de argh-ik-heb-geen-koffie-gehad-hoofdpijn-periode heen te komen, en één week om te kijken hoe me die thee bevalt. Misschien moest ik dat eens proberen. Een interessant experiment is het wel, vooral als ik in die periode eens een dagboekje ga bijhouden met hoe ik me voel en zo. Endan achteraf kijken of daar verschil is tussen met en zonder koffie. 

Ondertussen zing ik voorlopig maar mee met V.O.F. de Kunst. 

Eééééééééén kopje koffie! 
Lalalalala éééééééééén kopje koffie! 


woensdag 8 april 2015

De zeven werken van barmhartigheid


Voor het eerst hoorde ik van de zeven werken van barmhartigheid van Suske en Wiske's Lambik. In welk album dat was, wist ik niet meer, maar er stond een plaatje van een heks met een harp op de voorkant. Even zoeken leert me dat het het album van Suske en Wiske en de Zeven Snaren geweest is. 

Aan het begin van het album was iemand (ik geloof Lambik) die vroeg naar de zeven werken van barmhartigheid aan willekeurige voorbijgangers; de meesten kwamen niet verder dan een stuk of drie en deden het af als ouderwetse onzin. Uiteindelijk kwam Lambik - inmiddels nogal ontgoocheld - de heks tegen. Die wist ze allemaal wel en somde ze alle zeven met luide stem op:

1. de hongerigen spijzen
2. de dorstigen laven
3. de naakten kleden
4. de vreemdelingen herbergen
5. de zieken verzorgen
6. de gevangenen bezoeken
7. de doden begraven

Bekentenis: ik moest het volledige lijstje van internet plukken (wikipedialink ), want ik weet ze ook niet allemaal uit het hoofd. Die van die gevangenen bezoeken vergeet ik meestal en soms vergeet ik die van de vreemdelingen herbergen ook. 

Eigenlijk was ik die zeven werken min of meer vergeten, maar vandeweek werd ik er aan herinnerd omdat ze bij ons op het werk sinds kort koffiebekers hebben van een bedrijfje dat van elk bekertje een bepaald bedrag naar de voedselbank stuurt (of zoiets). En toen moest ik er ineens weer aan denken, ook omdat ik zelf donateur ben van onze lokale voedselbank.

Als je zo om je heen kijkt in het dagelijks leven, lijkt barmhartigheid soms ver weg. Er wordt volop geklaagd dat we het niet goed genoeg hebben, waarbij we alles dat we wél hebben graag uit het oog verliezen en voor vanzelfsprekend aannemen, compleet met alle voorrechten die daarbij horen. Zoals die kennis die ik laatst hoorde klagen over het feit dat hij nog maar twee keer per jaar met vakantie kon in plaats van drie keer. Dat maakte me kwaad, en ik antwoordde nogal venijnig dat ik mensen kende die nóóit op vakantie konden gaan omdat dat simpelweg te duur was voor ze en dat hij van geluk kon spreken dat hij überhaupt één keer per jaar op vakantie kon, laat staan zelfs twee keer. Wat een zalige luxe om twee keer per jaar weg te kunnen gaan!

Mensen lijken het soms graag te hebben over de "ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken"-samenleving en vergeten tijdens het klagen dat ze zelf geen haar beter zijn. En soms trap ik ook in die valkuil, want klagen is soms zo makkelijk. Veel makkelijker dan proberen er zelf iets aan te doen, in elk geval. 

Maar als je dan een tweede keer kijkt, en wat nauwkeuriger kijkt, zie je dat wij met ons allen de meeste van die zeven werken toch wel doen en het dus eigenlijk best wel meevalt. Het valt alleen niet op omdat we het allemaal zo ver weggestopt hebben in overheid en organisaties en bureaucratie en zo dat het bijna niet meer terug te vinden is onder de enorme stapel paarse krokodillen. Maar we doen ze nog wel, met ons allen. Ga  maar na: we hebben sociale verzekeringen (uitkeringen) die de nummers 1, 2 en 3 voor hun rekening nemen. Voedselbanken die daar nog een schepje bovenop doen omdat spijzen, laven en kleden van een uitkering ook op zijn zachtst gezegd geen vetpot is. 

Ziekenhuizen, huisartsen, wijkverpleegkundigen en mantelzorgers nemen het zieken verzorgen voor hun rekening. Uitvaartondernemingen die voor onze dierbare heengeganen zorgen. Alleen dat van de vreemdelingen herbergen en misschien gevangenen bezoeken zijn erg impopulair: kijk maar naar wat mensen allemaal roepen over asielbeleid en asielzoekers en dat die vreemdelingen vooral weg moeten blijven. 
Maar de meeste punten doen we toch wel, vinden we met ons allen kennelijk toch belangrijk genoeg. 

Voor mijn gevoel is alleen nummer 6 een vreemde eend in de bijt. Gevangenen bezoeken. Doen we dat? Nou ja, de familie en naaste vrienden van de gevangenen misschien, maar verder? Eigenlijk weet ik daar maar weinig van, behalve dan de verhalen die je op internet hoort over bedrijven die penvrienden en -vriendinnen regelen voor gevangenen. Misschien toch eens op internet gaan zoeken, want ik ben toch wel nieuwsgierig wat "we" als maatschappij van dat zesde werk vinden.

En dan neem ik me ook weer eens voor om daar zelf ook wat meer aandacht aan besteden, aan die zeven werken van barmhartigheid.


Verbeter de wereld, begin bij jezelf, immers.

vrijdag 20 maart 2015

Geldloos. Zou dat kunnen?

Geld is belangrijk voor ons. Als je er te weinig van hebt, beheerst het je hele leven, zo blijkt uit verhalen die je kon horen bij de Voedselbankactie rond afgelopen kerst. Toen ik laatst weer eens Star Trek zat te kijken en in dezelfde periode Thea Beckman’s Thule-trilogie (Kinderen van Moeder Aarde, Het Helse Paradijs en Het Gulden Vlies van Thule) zat te herlezen, vroeg ik me ineens af of we met ons allen - zo ongeveer wat we  “de samenleving” noemen zeg maar - zonder zouden kunnen. Zou je het hele idee “geld” af kunnen schaffen? Hoeveel zou dat veranderen? Hoeveel zouden wij veranderen? Hoeveel zou het “Het Ons” veranderen?

Een interessant idee was het wel. Ook een moeilijk idee, vooral om jezelf het voor te stellen.

Het verhaal in mijn hoofd redeneerde ongeveer zo: 

In de startrek-aflevering “Time’s arrow”  komt de bemanning van de Enterprise-D terecht in negentiende-eeuws Amerika. Ze ontmoeten daar onder andere Mark Twain en door wat gedoe komt Mark uiteindelijk op de Enterprise-D terecht in de vierentwintigste eeuw. Hij ontdekt dat ze geen Havanasigaren aan boord hebben en is daar he-le-maal niet blij mee. In de scène loopt hij door een van de vele gangen van het schip terwijl hij het daarover heeft met Counselor Deanna Troi, die hem vertelt dat er andere voordelen tegenover staan.

Ze vertelt hem dat ze geld en daarmee armoede geëlimineerd hebben, en dat een heleboel andere dingen die dat normaal met zich mee brengt ook verdwenen zijn. Mark is niet meteen overtuigd, hij vindt dat hij uit een tijd komt waarin de rijken rijker en machtiger worden door op de ruggen van de armen te staan. Uiteindelijk vindt hij toch dat het misschien toch wel waard is om zijn geliefde sigaar voor op te geven.

Geen geld. Een samenleving zonder geld. Zou dat kunnen? 

Wacht eens, dat boek ging ook over zoiets.

Thea Beckman beschrijft in haar Thuletrilogie een maatschappij die zo ongeveer hetzelfde probeert te bereiken. Mensen helpen elkaar gratis, en nemen niet meer van de gemeenschap (het collectief, zo je wil - al klinkt dat wel meteen weer heel erg akelig communistisch) dan ze nodig hebben. Ze hebben wel een munt, konarciq of zo heet het ding, maar die staat niet in hoog aanzien, vertelt een verthuleenste Badener in Het Helse Paradijs aan net aangekomen Badeners die het land willen veroveren. Thulenen ruilen liever goederen direct voor goederen of diensten, in plaats van voor geld. Eigenlijk net zo'n beetje als de Kelten goederen voor goederen ruilen in Manda Scott's "Boudica: Droom van de Arend". 
Maar de Thuleense (en ook Manda Scott's Keltische) samenleving is wel héél anders en vindt wel héél andere dingen belangrijk, blijkt uit de boeken als je ze leest. 

Dat krijg je niet zomaar voor elkaar, dat we met ons allen ineens heel andere dingen belangrijk gaan vinden dan we nu doen.

Maar zou dat in het echt kunnen? 
Laat ik eens proberen om het me voor te stellen.

Stel je eens voor, dat je bij de supermarkt je boodschappen gratis krijgt. Dat je bij de benzinepomp je auto gratis voltankt, en dat de fietsenmaker gratis je fiets repareert. Dat de supermarkt gratis zijn voorraden krijgt van de leverancier, die ze weer gratis krijgt van hun leveranciers en zo verder. 

Dat werkt natuurlijk alleen zolang we onszelf met elkaar een gemeenschap voelen. En zolang mensen niet uitgebuit en onderdrukt worden, zoals bijvoorbeeld die Bangladeshers die vorig jaar of zo in het nieuws waren omdat ze voor bijna niks onze kleren maken en wij dat nog helemaal prima vinden ook terwijl zij langzaam doodgaan van de honger.

En zolang niemand meer van “het ons” pakt dat hij of zij nodig heeft. Meer van “Het Ons” afpakken dan je nodig hebt, echt nodig hebt, kan niet. Want dan is er niet genoeg voor iedereen, en gaan mensen het oneerlijk vinden dat die éne zo veel mag pakken en zij niet en dan krijg je uiteindelijk vanzelf rellen en revoluties en zulke ellende. Je mag dus niet hebberig zijn en als je dat wel bent, is dat zo tegen de “je pakt alleen wat je echt nodig hebt” afspraak dat je het een misdaad zou moeten noemen. En het dus bestraffen.

Eigenlijk staat dat lijnrecht tegenover hoe we nu leven, met mensen, reclames en bedrijven die ons wijsmaken dat je vooral meer moet hebben dan een ander, en dat je vooral veel status nodig hebt en dat je vooral egoïstisch en hebberig moet zijn (denk maar eens aan Gordon Gekko’s “greed is good”). En dat je, als je minder hebt, vooral op moet kijken tegen mensen die meer hebben en dat je hen toch vooral heel erg supermegabelangrijk moet vinden en zo. Terwijl ze, zoals mijn vader dat vaak zei, net zo goed stinken als ieder ander als ze op de wc zitten.

Stel je voor dat we geld afschaffen. En dat hebberig dus fout wordt. 

Wat doen we dan met iemand die teveel pakt? In ons systeem zou hij of zij de cel in moeten. In de boeken van Thea Beckman kennen ze geen gevangenissen, maar krijgt iedere crimineel een stempel met langzaam vervagende inkt in het gezicht. Een soort tatoeage. Verschillende kleuren staan voor verschillende misdrijven. Ze blijven vrij rondlopen maar worden door iedereen veracht om wat ze hebben gedaan, dat is hun straf. De inkt vervaagt in de loop der jaren en als ’t weg is kan iemand opnieuw beginnen.

Zou zo’n systeem in het echt kunnen werken? Ik probeer het me voor te stellen maar dat lukt niet echt. Er zou dan zó veel moeten veranderen! En we zouden dingen als hebberigheid en status moeten afschaffen, dat lijkt me wel erg moeilijk. We zijn door de de eeuwen zó gewend en getraind om dat belangrijk te vinden. 

Ik denk niet dat het zou kunnen. 
In elk geval niet zomaar. 
Maar een interessant idee is het wel. 

Stel je eens voor dat je het hele idee “geld” zou kunnen afschaffen. Best wel een bijzonder idee, eigenlijk. 

Aan de andere kant misschien minder bijzonder dan het lijkt: als ik Joris Luyendijks boek "Dit kan niet waar zijn" goed begrijp, bestaat ons meeste geld nu ook al enkel digitaal en is daarmee eigenlijk niks. Gebakken lucht misschien. Lucht waar we met ons allen in geloven, maar toch lucht. Minder dan lucht nog, misschien. 

En toch, stel je eens voor. Een samenleving zonder geld. Ik vind het moeilijk om het me voor te stellen. Erg moeilijk. Het is zó anders dan wat we gewend zijn!

zondag 15 maart 2015

Hardlopen en zulks wat meer

Toen ik gisteren een aantal mensen zag hardlopen ("uitslovers" noemde Oma ze altijd) moest ik denken aan jaren geleden, toen een kennis quasi-grappend vond dat ik eens aan de 4 Mijl van Groningen moest meedoen. Hij had nog wel ergens een trainingsschema. 

Mijn eerste gedachte was dat het me helemaal niks leek. 
Mijn tweede gedachte was dat het me helemaal niks leek. 

Hij vertelde over wat hij noemde de "runners high", blijkbaar een diepmeditatieve en nogal euforische staat van zijn die je kon bereiken door het hardlopen. Naderhand ben ik begonnen met het letten op gezichten van hardlopers. Ze kijken allemaal alsof het zwaar is, en sommigen kijken alsof het pijn doet. Iets euforie-achtigs heb ik nog niet gezien helaas. Wel mensen met
een figuur zoals ik die vreselijk gepest en lastig gevallen werden tijdens het hardlopen, kennelijk omdat ze het gore lef hadden om "iets duns" te doen terwijl ze dat niet waren. 

Stom, om iemand zo te pesten alleen omdat hij of zij aan beweging doet. 

Zelf zit ik op fysiofitness. Net als een sportschool maar dan bij mijn eigen vertrouwde fysiotherapeut. Het is een heel klein zaaltje waar je alleen kunt zijn of soms met een of twee anderen. De fysio let op je, de blik in je ogen, hoe je de oefeningen doet. Soms krijg je een clipje op je vinger dat de hartslag meet en ook de hoeveelheid zuurstof in het bloed ( ofzoiets in elk geval). Ik hou niet van fitness en haat elke minuut van het uur dat ik bezig ben maar ik beweeg in elk geval en de kleinschalige opzet plus de echte aandacht van een ervaren fysio voelt veilig en dat is wel fijn. Hier zal tenminste niemand gemene dingen zeggen. 

Soms denk ik dat ik wel meer zou willen doen. Ik probeer regelmatig te wandelen maar vaak vind ik wandelen gewoon stomvervelend, hoe fanatiek ik ook mijn best doe om mezelf wijs te maken dat ik het wel leuk vind. 

Vroeger vond ik dansen leuk. Ik was er gek op. Nu niet meer. Hoeft niet meer van mij. Ik zou wel eens willen weten waarom ik dat niet leuk meer vind, en of ik dat wel weer leuk zou kunnen gaan vinden. Of misschien andere sporten proberen. Er is zoveel dat ik nog nooit gedaan heb: tennissen en hockeyen en golfen en judoën en schermen en noem maar op. Hoe weet je nou welke sport je wél leuk gaat vinden? Eigenlijk zou je een soort van probeerprogramma ofzo moeten kunnen volgen dat zich over verschillende sportverenigingen uitstrekt, zodat je de kans hebt om te ontdekken wat je wel en niet zou kunnen liggen.

Misschien is zoiets er wel. Toch eens een keer in het internet klimmen om te zoeken. 

dinsdag 10 februari 2015

De goede dingen doen

Zo'n achttien jaar geleden begon ik met werken. Bij Vertis in Veendam. Dat was toen nog een klein bedrijfje van net boven de honderd man. Met elkaar maakten we van Vertis een mooi bedrijf dat in 2005 de Abel Tasmanprijs won. Toen ik in dienst kwam vertelden ze mij het bedrijfsmotto: "De goede dingen doen. Dus niet de dingen goed doen, maar de goede dingen doen. En die goede dingen dan ook goed doen." en dat is altijd een beetje blijven hangen in mijn hoofd, al is het meestal wel op de achtergrond.

Das war einmal Vertis.
Soms komt die herinnering naar de voorgrond. Zoals laatst. Dan weet ik ineens weer dat ik dat stiekem toch wel belangrijk vind, ook al is goed een ontzettend lastig iets.


De goede dingen doen. 

Want wat zijn die goede dingen dan? Als je er over na gaat denken, is "goed" eigenlijk verrekte subjectief. Iedereen vindt iets over "goed", en we nemen allemaal automatisch maar aan dat we er allemaal hetzelfde mee bedoelen, maar eigenlijk is dat helemaal niet zo. Als je over een willekeurig ding op een rijtje gaat zetten wat mensen overal ter wereld er van vinden, kom je een hoop verschillende dingen tegen. 

Zoveel verschillende dingen, dat ik me vaak afvraag of "goed" op de keper beschouwd wel bestaat. Ook al zegt iedereen van wel. Ik kan me herinneren dat Jan Pompe van Axis into Management ons tijdens een CSDP-training ooit uitgelegd heeft dat goed en fout ooit zoveel duizend jaar geleden bedacht zijn door de Perzen. Dat betekent automatisch dat 't voor die tijd niet bestaan heeft. Of in elk geval anders heel anders bestaan heeft dan nu.

Aan de andere kant lijken we het met ons zeven miljarden wel min of meer met elkaar eens te zijn over een (klein) aantal nogal fundamentele dingen: een ander mens doodmaken is niet goed, en de spullen van een ander mens afpakken is bijvoorbeeld ook niet goed. Maar toch voeren we oorlog met elkaar en maken we andere mensen dood om via De Buit hun spullen/land/olie/whatever af te pikken. Omdat wij  "goed zijn" en zij "slecht zijn" mogen we dat. Of zo.

De goede dingen doen.

Als je er goed over nadenkt (hah) kun je daar eigenlijk veel minder mee dan je eerst dacht. Je moet dan immers eerst bedenken wat het goede ding is, en waarom, en ook moet je weten wat de mensen om je heen eigenlijk het goede ding vinden. En die vinden soms hetzelfde maar soms ook heel wat anders en lang niet iedereen kan dan begrijpelijk uitleggen waarom eigenlijk. "Nou, gewoon", of "nou dat spreekt toch vanzelf", hoor je als je er naar vraagt. "Maar als dat nou niet vanzelf spreekt?", vraag ik me dan af. Soms durf ik dat zelfs hardop te vragen. Mensen en culturen kunnen zo veel verschillende dingen goed vinden. Zelfs in ons eigen kleine landje bestaat er een groot verschil tussen de Randstad en het Groningse Ommeland. En dat ligt minder dan drie auto-uren uit elkaar.

En toch spreekt het me nog steeds aan. De goede dingen doen. Het goede doen. Het heeft iets hoopvols, iets moois en idealistisch, iets "laten-we-samen-met-mekaar-van-de-wereld-een-betere-plek-maken"-achtigs.

De goede dingen doen. 
Ik zou er bijna een dikke vette Tsjakka achteraan roepen, en die zou dan uit mijn hart komen ook nog. Misschien ben ik toch wel een beetje een idealistische wereldverbeteraar. 
Maar ja, verbeter de wereld, begin bij jezelf. Toch?