dinsdag 9 april 2013

Wat is dat toch met knuffelen?


Een kennis van mij doet aan verhalen vertellen. Daar verdient hij zijn brood mee. Ik had nog nooit de kans gehad om één van zijn workshops bij te wonen, dus toen hij mailde dat hij eentje ging geven waar ik naartoe kon, zei ik meteen ja. 

Dus toog ik naar Leeuwarden, naar de WTC Expo. Daar was een beurs waar hij ook een stand had, en waar hij zijn workshop zou geven. Al lang las ik trouw elke week het verhaaltje op zijn blog, nu zou ik hem eindelijk in levenden lijve horen vertellen. En in levenden lijve, da’s toch anders dan op het grote, anonieme internet. Niet elke schrijver is het gegeven om ook goed te kunnen vertellen. 

Het werd een aangename avond, met een leuk, herkenbaar en goed verteld verhaal. Lekker veel variatie in de stem, gebaren, gezichtsuitdrukkingen. Hier stond duidelijk iemand die het énig vond om verhalen te vertellen. Workshop geslaagd dus. Wat vreemd genoeg vooral in mijn gedachten bleef hangen, was de begroeting. We kennen elkaar uit de ICT, vroeger waren wij collega’s. En in de ICT heerst - in mijn ervaring althans - een soort ongeschreven regel dat je elkaar “aanraakloos” begroet. Je mag de ander de hand schudden, maar dat is het ook wel. Een hand op de schouder is al heel frivool.

Maar onze verhalenverteller trok zich niets aan van die regel, en gaf mij, oude bekende, een dikke knuffel als begroeting. Dat maakte mij verrast, aangenaam verrast, maar toch verrast. Dat had ik dus niet verwacht. Toen ik er later over vertelde, riepen sommige mensen in mijn omgeving direct: “kijk maar uit hij wil wat van je”. Maar zo voelde het helemaal niet. Het voelde gewoon. Gewoon een gezellige dikke knuffel. Gewoon van, gôh wat we hebben we elkaar lang niet gezien, en wat leuk dat we elkaar nu wel zien. Een Welshe vriendin van mij noemt zo een knuffel een “cwtch” (spreek uit: “kudsj”). Volgens haar is dat een Welsh woord, en betekent dat een platonische knuffel. Een gewone knuffel dus. Gewoon, omdat je het leuk vindt om elkaar weer eens te zien.

En iedere keer komen de reacties van toen weer in mijn hoofd terug. Waarom die reacties? Waarom denken mensen direct “hij zal je wel in bed willen”? Is dat omdat ze dat echt geloven, of is dat meer omdat zij zelf dat wel willen en die wens op mijn verhaal projecteren?
In dat laatste geval heb ik toch heel veel meer stille aanbidders dan ik dacht, eigenlijk. 

In ieder geval, ze kunnen me wat. Ik hou van mijn vrienden en knuffel en cwtch gewoon door. Of anderen er nou wat van denken of niet. Pûh.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen