zondag 13 juli 2014

Fietsmuizenissen

Twee jaar geleden kocht ik van mijn vijftienjarigjubileumbonusdinges een nieuwe fiets. Een hele mooie, zij het nogal meisjesachtig roze, fiets. Met een vrolijk gekleurd mandje voorop en alles. Grootse plannen had ik, ik zou elke dag naar het werk gaan fietsen, en gezond doen, enzo. Want beweging is toch goed voor je lijf.

Er kwam weinig van terecht.

De eerste ochtend dat ik dapper op de fiets naar het werk ging, wist ik meteen waarom ik was gestopt met fietsen zodra ik mijn studenten-ov-kaart kreeg. Fietsen, en sporten in het algemeen, was stomvervelend, en nog zweterig op de koop toe ook. Wat voelde ik me vies en goor toen ik op mijn werk kwam. Jakkiebah!
Ik hield mezelf voor dat ik enkel moest wennen, dat ik het de tijd moest geven. Nou ja, er kwam niets van terecht.

Anderhalf jaar later, afgelopen februari, ging ik door mijn rug. Ik moest veel liggen en lopen en had dus weinig te doen, want zitten ging niet. Mezelf doodvervelend bestelde ik een boek bij de bol.com "Health at every size", van Linda Bacon. Want gezond zijn, gezond leven en goed voor mezelf zorgen, dat wou ik nog steeds. Dat wou ik steeds meer zelfs. Heel langzaam begon ik toch te geloven dat het het waard was. Dat ik het waard was om voor te zorgen.

Ergens in dat boek las ik ook een heel stuk over wat de schrijfster over beweging te melden had. Herkenbaar waren de anekdotes over enthousiast naar de sportschool gaan maar je daar volledig weggekeken voelen. Ongeveer zo: http://ingridsgedichten.blogspot.nl/2013/01/rubense-op-de-sportschool.html. De verhalen in het boek over begeleiders die meenden te motiveren door "je kunt het" en zo te schreeuwen, en die op mij altijd een ontzettend demotiverende werking hadden, waren ook terug te vinden in het boek. Ineens voelde ik mij niet zo alleen met mijn sporthaat.

Het boek gaf de tip om het idee van sporten om het sporten op te geven. In plaats daarvan, zo vond het boek, moest ik naar een bewegen zoeken die ik leuk vond. Want iets dat ik leuk vond, zou ik automatisch volhouden. Het boek vond alles goed: elke dag een half uurtje tikkertje spelen met de kinderen was helemaal prima, schreef het. Maar ook wandelen, fietsen, dansen. In bed liggend lag ik na te denken over het leuk vinden van bewegen. Dat had ik nooit leuk gevonden, ik was altijd een echte "bankaardappel" oftewel couch potato geweest. Lekker met een goed boek en een relaxt muziekje op de bank met een kop thee op de salontafel was zo ongeveer mijn idee van de hemel op aarde.

Maar ja, dat bewegen hè? Dat was gezond en dat hoorde bij goed voor jezelf zorgen. En ik begon steeds meer te vinden dat ik goed voor mezelf moest zorgen. Niet voor een ander, maar voor het eerst van mijn leven voor mezelf.

Liggend in bed lag ik na te denken.

Mijn fysiotherapeut had en heeft een klein sportzaaltje er bij. Mijn moeder sport er ook, en vindt het heel fijn, omdat ze je goed begeleiden en in de gaten houden.

Misschien was dat wat. Met mijn fysiotherapeut kan ik goed opschieten, dus was ik er van overtuigd dat als ik hem alles rustig en uitgebreid uitlegde, het wel goed over zou komen. De eerstvolgende keer dat ik weer naar behandeling moest, begon ik er over.

"Ik wil eigenlijk wel eens een keer gaan sporten", zei ik. "Niet voor de sport, niet voor het afvallen en dun worden, niet omdat het goed is voor je lijf, maar om mezelf de kans te geven het leuk te leren vinden". Een sport beoefenen die je leuk vindt, daar was hij meteen voor dus spraken we af dat ik bij hem ging sporten zodra mijn rug er aan toe was. Dan zouden we een beetje cardio doen en een beetje oefeningen ter versterking van de rug. Dan zou ik de kans hebben om van het bewegen te leren genieten en het zou ook goed zijn voor de rug.

Zo gezegd, zo gedaan.

Sinds een twee maanden zit ik dus op fysiofitness. Elke keer een stukje op de loopband, op de rugspieroefeningapparatendingesen en een stukje op de fiets. Hometrainer. Fiets. Dat ding, in elk geval.
Ik moest er wel aan wennen om te sporten, vooral het zweten. Ik zweet nogal snel. Ome Dok zegt dan "ja, da's prima want dat betekent dat jouw natuurlijke koelsysteem prima werkt". Maar ik moest er wel aan wennen. Vond het een vies gevoel. Maar toch, ik sportte. Ik deed wat. Ik kon zeggen dat ik op fysiofitness zat. De fysiotherapeut kent mij al langer dan vandaag, en laat mij dus meestal met rust als ik bezig ben. Af en toe krijg ik een knijpertje op mijn vinger, dan meet hij mijn hartslag en de zuurstofgehalte in mijn bloed. Ze houden je goed in de gaten, daar. Dat voelt veilig.

En langzaamaan begon ik er achter te komen dat ik het poosje op de hometrainer eigenlijk best wel leuk begon te vinden. "Ik heb thuis nog die vijftienfiets staan", dacht ik. Misschien moest ik maar eens kijken in wat voor staat die is.

Meteen kwam mijn denkhoofd met allemaal muizenissen aanzetten. Daar is het goed in, in muizenissen. "Jamaar dan moet je evenwicht bewaren!", dacht het. En: "dan moet je op- en afstappen! Dat is moeilijk!". Ik voelde wel dat het wel even zou duren om die muizenissen los te laten. Want dat het muizenissen waren, dat stond voor mij als een paal boven water. Als ik even van buitenaf naar mijn muizenissen keek, zag ik duidelijk dat het meer  "ja maar daar heb ik geen zin in"-gedachten waren. Ik besloot het wat tijd te gunnen, maar wel alvast die fiets eens na te kijken. De banden oppompen enzo. Het zou dan vanzelf zover zijn dat ik mezelf dapper genoeg voelde om het gewoon te doen: fietsen!

Vandaag, thuisgekomen na het schrijfcafé, had ik ineens zin. Ik haalde de fiets uit de schuur, sloot het huis af en ging op weg naar Kardinge. Een klein rondje. Gewoon even een klein rondje. Alleen maar om mezelf te bewijzen dat ik het wél kon. Het was mooi bewolkt, geen felle zon. Een warm maar niet te warm briesje streek langs mijn blote armen. De bomen ruisten en vogels floten. En ik genoot! Van de ruisende bomen, de fluitende vogels en het gevoel van mijn fietsende lijf. Ziejewel dat ik het wél kon! Ik fietste voorbij de pitch and putt, en remde netjes af voor een paar fietsers die van rechts kwamen. Mijn zadel bleek zo laag te staan dat ik met mijn tenen bij de grond kan, dus afstappen was geen enkel probleem. En opstappen ook niet. Zo makkelijk. Genietend van het weer, de omgeving, de geluiden en de middag fietste ik door, om de Kardingerplas heen bij Lewenborg langs richting Drielanden.

Later kreeg ik het briesje tegen, en hij wakkerde nog aan ook. Gelukkig nog niet erg, al moest ik er nu wel echt voor werken. De wind vond duidelijk dat ik wel wat aan mijn conditie kon werken. Nou, dat kon hij krijgen. Ik fietste door, ondanks dat mijn lijf nu toch wel heel erg begon te zweten, en ook wel moe werd. Maar ik was al een heel eind, en ik wist dat mijn lijf het kon. Voordat ik het wist, fietste ik alweer in mijn eigen straat.

Heb ik me daar op een hele gewone zondagmiddag zomaar een stukje gefietst. En de warme zomerwind alle fietsmuizenissen uit mijn hoofd weg laten blazen.

Ik ga gauw weer een stukje fietsen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen