zaterdag 3 september 2016

Bestemming groen, deel 6 van 7


deel 1 | deel 2 | deel 3 | deel 4 | deel 5 | deel 6 | deel 7

Ik straal over naar de planeet en zie dat Herman er is om me van het station af te halen. We begroeten elkaar met klappen op schouders en leuk-je-weer-te-ziens, waarna we naar het parkeerterrein lopen. Herman heeft een heel oud, gammel zwevertje waar hij regelmatig aan moet klussen. Een mooie nieuwe zwever kan er niet af met zijn kleine en onzekere inkomsten.

Onderweg naar zijn huis vertelt hij dat ze het gastenverblijf al helemaal klaar hebben gemaakt voor me. Dat is een voordeel van deze mooie maar schaars bevolkte planeet: grond om op te bouwen kost hier zo goed als niets, waardoor je mooie grote huizen kunt bouwen voor verrassend weinig geld. Het nadeel is natuurlijk dat je hier in een ontzettende uithoek zit, maar dat gold voor de lavahel ook. Van daar komend lijkt het hier voor mij wel het paradijs, en ik kijk mijn ogen uit onderweg. Al dat groen! Al dat water! Kijk, die planten, en bomen, en struiken, en bloemen en alles!

Na een nacht erg goed slapen en een paar dagen doorbrengen met het zien van de weinige sights en in het algemeen tot rust komen, biedt Herman op een ochtend aan om mij een rondleiding te geven op zijn werk, en te laten zien waar ze mee bezig zijn. Hij vertelt over watervormers die ze zo omgebouwd hebben dat ze ook vloeistoffen als ranja, sinaasappelsap en koemelk aankunnen. Dat wil ik natuurlijk wel eens zien!

Op zijn werk aangekomen kijk ik mijn ogen uit naar alles en ik vraag en vraag en mag zelfs van alles proberen. Ik vermaak mezelf prima en betrap mezelf regelmatig op de gedachte dat ik hier wel zou willen werken, in ieder geval een poosje. De mensen zijn aardig en wat ik dat korte poosje aan bedrijfscultuur ervaar bevalt me ook wel.

Ik experimenteer wat met een watervormer en maak iets simpels: een zonnebloem van sinas. Van het onderste blad druppelen sinasdauwdruppels in een bassin zodat mensen een glas sinas kunnen tappen.

Ze zijn enthousiast dat ik dat zo vlot voor elkaar krijg en ik begin aan de waterdolfijn waar ik al zo lang naar verlang. Maar voordat ik er serieus aan kan beginnen, zegt Herman dat ik nog één ding moet zien. "We hebben het mooiste en bijzonderste voor het laatst bewaard", zegt hij, "en aangezien je vorige week onderweg van het transportstation naar huis zo je ogen uitkeek, denk ik dat je dit net als ik erg bijzonder zult vinden, ook al verkeert het nog in het experimentele stadium".

Hij neemt me mee naar een afgesloten zaal. Wat ik daar zie is zo onverwacht dat ik eventjes helemaal niet weet wat ik moet zeggen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen