donderdag 10 november 2016

Behoud van de sterrendiamanten, deel 4 van 9



"Zo!", zei professor Fonda tegen iedereen, "volgens mij hebben we nu alles. Heeft iedereen het noodzakelijke ingepakt? Ja? Mooi, dan kunnen we gaan. Op naar de sterrenpoort!", sprak hij terwijl hij zijn rugzak op zijn rug hees. Verbaasd keek hij om toen zijn twee mede-expeditieleden begonnen te klappen. Die reactie op zijn toch wel erg magere aanmoedingspreek had hij niet verwacht. Maar kennelijk was de magie van het onbekende achter de sterrenpoort sterk genoeg om ook hen te betoveren.

Hij liep de trap op en bleef op het podium vlak voor de poort nog even staan. Na nog één blik achterom naar Kodiko en Latoko richtte hij zijn aandacht op de paarse schemering voor hem waar Silmana al in verdween. Met een mengeling van angst en nieuwsgierigheid ging hij Silmana achterna naar het onbekende.

De paarse schemering in de poort was desoriënterend en drukkend en professor Fonda was blij dat hij na een lange minuut kon afstappen. Hij stond in een groot gebouw, kennelijk was de poort ook hier in een groot gebouw gebouwd. Of was het gebouw om de poort heen gebouwd. Om de poort te beschermen? Om de toegang te kunnen controleren? De poort begon achter hem luid te zoemen, en hij liep gauw de trap af om plaats te maken voor van Vliet en zich bij Silmana te voegen. Hij was het inmiddels volledig eens met Latoko's oordeel dat Silmana een louche sujet leek. Aan de andere kant moest hij toegeven dat Silmana in zijn leven weinig keuze gehad had en toch net als ieder ander eten en spullen moest kunnen kopen. De jonge idealist in de professors hoofd vroeg zich af hoeveel Silmanas er rondliepen in de bendes straatkinderen thuis, en hoeveel daarvan gered konden worden van een uitzichtloos lot als huurling. Hij schrok op uit zijn mijmering toen Silmana zijn stem verhief.

"De plaatselijke bevolking is heel vriendelijk", legde Silmana uit, "maar de tussenhandelaren die de sterrendiamanten verhandelen zijn keihard, en vaak onderdeel van de maffia. Met hen moet je uitkijken, zij geloven enkel in het recht van de sterkste." Met een veelbetekenende blik op de professor liep Silmana een eindje opzij en de professor volgde hem.
"Luister, professor, ik weet dat u geen hoge pet van mij op heeft. En terecht, want uw enige kennis over mij komt van Kodiko. Maar het is goed dat u en uw expeditie meegegaan zijn, want er zijn hier een hoop dingen verschrikkelijk mis en we kunnen goede wetenschappers goed gebruiken."
"Nou, ach, eh", begon de professor hakkelend, "ik ben hier voor wetenschappelijke studie, niet om maatschappelijke problemen op te lossen. "
"Wetenschappelijke studie en de bijbehorende publicatie is juist wat nodig is", antwoordde Silmana fel, "want die sterrendiamanten zijn geen mineralen, maar levende wezens in gekristalliseerde vorm. Dénkende wezens, bewúste wezens, waar je mee kunt praten en lachen en debatteren en alles. U zult het straks wel zien.

Professor Fonda bleef geschokt achter. Levende wezens in kristalvorm? Dat zette niet alleen zijn ideeën over wat wel en niet leven is op zijn kop, maar riekte ook naar slavernij. Wat was er nou precies aan de hand? Door de geheimzinnigheid was hij op zijn hoede en door de opmerkingen van Silmana wist hij niet helemaal meer wat hij aan die man had en was hij danig van zijn stuk gebracht.

"Oké mensen!", riep Silmana tegen de hele groep wetenschappers, "zo meteen, achter die deur, zullen jullie je eerste glimp opvangen van deze wereld en haar bewoners. Wees voorzichtig: er gelden hier andere regels dan thuis en zelfs de natuurwetten werken hier anders. En wees vooral op je hoede voor de magie: dat hebben we thuis niet dus je hebt geen idee wat het doet, kan, en wat de risico's zijn." Met die woorden stapte Silmana resoluut de deur door en de expeditieleden dromden gretig achter hem aan, nog nieuwsgieriger geworden dan ze al waren door Silmanas opmerkingen over andere natuurwetten en magie.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen