zondag 19 maart 2017

Een wintersportverhaal

Laatst was er weer eens een schrijfcafé, en uit alle 5-minuten-hier-en-3-regels-daar-opdrachten rolde aan het eind dit verhaal


De weide van wit van de sneeuw. Stiekem vroeg hij zich af of er boven op de bergtop een Heidi woonde, met haar grootvader. Nu hij voor het eerst in winters Zwitserland was, vond hij het nogal wat voor zo'n oude baas om bovenop een alp te wonen, maar als je er al je hele leven woonde wist je natuurlijk niet beter. Terugdenkend aan de vele middagen dat hij het verhaal had zitten voorlezen aan zijn zieke zus, veronderstelde hij wel dat het een schamel leven geweest moest zijn. In ieder geval zouden Heidi en haar grootvader beter kunnen skieën dan hij. De eerste paar lessen waren geen succes geweest en hij had het maar opgegeven. Volgend jaar ging hij wel naar de Rivièra of zo.


Hij vroeg zich af waarom hij altijd opgaf. Opgeven liep als een rode draad door zijn doelloze leven. Het enige waar hij keihard voor gevochten had, was het leven van zijn zus, zijn lieve Marie. Trouw had hij aan haar bed gezeten, met zijn negen jaren wist hij heel goed hoeveel hij om haar gaf en hoeveel juist de kleine dingen voor haar betekenden. Een verse kop thee, een koud kompres voor haar koortsige voorhoofd, haar voorlezen of simpelweg zijn huiswerk maken. De namen van de landen samen opzoeken op de wereldbol die vader hen cadeau gedaan had, en fantaseren hoe het daar zou zijn, welke feesten ze daar zouden vieren, welke taal ze zouden spreken en wat ze leuk en niet leuk zouden vinden. Ooit zouden ze er samen naartoe.


Niks te doen. Niksniksniksniks. Aan de koffie na het ontbijt terwijl zijn reisgenoten op de piste stonden. Of anders er naartoe onderweg waren met die vreselijke stoeltjeslift. Hij verveelde zich en speelde gedachtenloos met het koekje dat bij zijn koffie zat. Misschien moest hij over zijn zieke zus gaan schrijven. Gewoon voor zichzelf, en over dat alles wat hij gedaan had voor haar toch niet had kunnen voorkomen dat ze dood ging. Doorzetten was zinloos, had hij toen geleerd, maar vaak dacht hij dat dat misschien wel niet klopte. Als hij alles uit zijn hoofd kon krijgen, kwam hij daar misschien wel vanaf. En bovendien had hij nu toch niets beters te doen.


Nadat zijn koffie op was, toog hij de kou in naar het enige winkeltje in dit kleine alpendorp, om potloden en een schrift te kopen. De dagen er op kon men hem naarstig bezig zien, het potlood als een levend wezen over het papier dansend, terwijl hij met zijn gedachten in die slaapkamer was, duitse woordjes repeterend terwijl zijn zuster sliep, de gordijnen gesloten tegen de schelle middagzon. Wat zou hij niet geven voor nog één laatste gesprek met haar!


De rust werd ruw verstoord toen zijn reisgenoten terug kwamen van de piste. Sjaals en wanten vlogen her- en derwaarts toen ze neerploften en om glühwein vroegen. Flink veel, want ze wilden graag dronken worden. Opeens kwam hem dat zinloos voor, en hij verkoos het gezelschap van zijn zuster, ofschoon zij nu nog enkel bestond in de woorden die hij aan het goedkope schriftje had toevertrouwd. Hij mompelde een excuus en vertrok naar zijn kamer.


Nee, wintersport was niks voor hem. Oh zeker, het was een mooi land, net een levende kerstkaart, maar skieën was niks voor hem, en après-ski ook niet echt. Het gaf hem een gevoel van weglopen voor zichzelf. De anderen zouden dat niet snappen, die dachten simpelweg aan lol maken. Maar hun definitie van lol kwam toch niet echt overeen met het zijne. Nee, volgend jaar bleef hij wel mooi thuis.


Het begon weer te sneeuwen en een poosje zat hij te staren naar het neerdwarrelende wit. In het echt leek sneeuw meer op watten dan op de mooie zeskantige kunstwerken die je onder de microscoop zag. Gelukkig gingen ze morgen terug naar huis, en vol verwachting keek hij uit naar zijn straat, zijn voordeur, zijn woonkamer, zijn oude koffiemok en zijn bed. Hij hoefde alleen vandaag nog maar door te komen en dan was het achter de rug. En hij was er ook wel klaar mee, eigenlijk. Wel zou hij het schriftje meenemen naar huis, en hij beloofde zichzelf om elke avond voor het slapen gaan aan zijn zuster te schrijven. Wie weet was ze nu wel een engel en zou ze in zijn dromen terugschrijven.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen