maandag 29 maart 2010

Tussenschuifdeuren

Afgelopen weekend ben ik naar de grote-maten-beurs in Eindhoven geweest. Daar zouden allemaal stands zijn van winkels die specifiek zijn voor kledingmaat 46 en groter. En dat leek me wel wat. Als vervoermiddel om in Eindhoven te komen, koos ik voor de trein. Zaterdag zou ik heen gaan en dan - na een overnachting in een supergrote hotelkamer van het Holiday Inn aldaar - ging ik zondag weer terug. Lekker met de trein en uiteraard met mijn ASL-boek mee zodat ik in de trein lekker rustig zou kunnen studeren. Voor de zekerheid had ik de batterij van mijn smartphone helemaal opgeladen, zodat ik de hele rit kon genieten van de muziek van André Rieu en zijn Johann Strauss orkest. Ik had er superzin in, maar wist nog niet dat mijn aandacht getrokken zou worden door iets anders, iets ogenschijnlijk volkomen onbelangrijks...


Lezers die wel eens in een trein komen, weten dat die - in Nederland tenminste - onderverdeeld zijn in coupé's die gescheiden worden door schuifdeuren. Omroepende conducteurs noemen die dingen altijd tussenschuifdeuren als ze op Utrecht Centraal of op Zwolle omroepen dat de trein gesplitst wordt en dat je op de nummers boven de tussenschuifdeuren moet letten. Nu gaan in Koplopers en modernere treinen die deuren redelijk automatisch open en dicht: je hoeft alleen de hendel maar een duwtje te geven in de richting waar de deur heen moet. Erg handig als je in de deuropening staat en de deur schuift plotseling dicht: een klein duwtje voorkomt dat je klem komt te zitten. Alleen heeft niet iedereen dat door, en omdat ik afgelopen weekend tot drie keer toe bij een tussenschuifdeur kwam te zitten had ik alle kans om te observeren hoe mensen met zo'n onverwachte hindernis als een dichtschuivende deur omgaan.


Ik ben er achtergekomen dat je, als het om tussenschuifdeuren gaat, de mensheid ruwweg in drie hokjes kunt stoppen:






  • mensen die snappen hoe een tussenschuifdeur werkt en die gauw de hendel een duwtje geven als de deur plotseling dichtschuift terwijl zij in de deuropening staan




  • mensen die in paniek raken als de deur plotseling dichtschuift terwijl zij in de opening staan; de persoon stuift achteruit en kijkt leeg en hulpzoekend om zich heen.




  • mensen die het niet pikken dat die deur zomaar het gore lef heeft om dicht te schuiven terwijl zij in de opening staan en die met grof geweld zichzelf door de opening heen wringen terwijl de deur - zoals hij geprogrammeerd is - zijn best doet om netjes en niet-mensen-plettend dicht te schuiven.


Stel dat dit kleine totaal niet representatieve onderzoekje met de NS-tussenschuifdeuren zomaar eens representatief zou zijn voor hoe mensen met obstakels in het algemeen omgaan? Dan zou je de bovenstaande onderverdeling dus kunnen veralgemeniseren naar de ondergenoemde "hokjes":






  • mensen die het obstakel bestuderen, er over nadenken, het analyseren en vervolgens rationeel besluiten wat de beste handelwijze lijkt




  • mensen die in paniek raken, op tilt slaan en aan de hand genomen moeten worden




  • mensen die agressief worden en het obstakel koste wat kost uit de weg proberen te ruimen, desnoods met bruut geweld.


In wat voor hokje zou ik passen? En zouden er nog meer hokjes zijn, die je bij tussenschuifdeuren niet tegenkomt?


Toch maar eens gaan opletten!


Ciao,


Ingrid.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen