dinsdag 28 augustus 2012

Ruziekind - een gedicht

Een gedicht dat mij al een poosje kriebelde. Al sinds vlak na alleenkind eigenlijk.

Zij verstopt zich op haar kamer
In bed met de dekens over haar hoofd
Oh, waren haar ouders maar verdraagzamer
Liggend luistert zij naar hen, van angst verdoofd

Het is weer ruzie thuis, rust is van de baan
Papa schreeuwt en raast en tiert
Dronken is hij, daar is geen twijfel aan
Want wat hij zegt is niet bepaald welgemanierd

Tegen Mama schreeuwt hij, die halve zool
Lieve Mama, bij wie zij altijd uithuilen mag
Als zij ontsnapt is aan de pesterij op school
Vandaag is voor haar niet echt een goede dag

Bang is zij, niet eens kan zij huilen
Stil zijnd doet de angst haar rillen
Zij zou haar ouders nu heel graag ruilen
Maar dat hoor je toch niet te willen?

Dat is lelijk, laag en zondig
Zo is haar steeds geleerd
Zij denkt kort en bondig
And're ouders willen is verkeerd

Ooit zal het over zijn, neemt zij zich voor
Met ogen dicht in fantasie wegdrijvend
Stopt zij haar vingers in haar oor
De fantasie, de mooie droom, beklijvend

Zij stelt zich voor een huisje, klein maar keurig net
Met alleen maar haar er in
Niemand die nauwkeurig op haar let
Niets doet zij tegen haar zin

Niemand die tegen haar schreeuwen zal
Niemand die haar kan bevelen
Niemand die haar afblaffen zal
Die rust zal haar nooit vervelen

Later als zij groot is, zal zij snappen
Dat het zo gemeen bedoeld niet is
Maar vandaag krijgt haar kinderziel zware klappen
Vandaag is het weer eens helemaal mis

Met grote ogen kijkt zij voor zich uit
Haar trouwe teddybeer die kijkt haar aan
Zij klemt zich vast aan zijn pluchen huid
Stille tranen over haar wangen stromen gaan 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen