maandag 3 september 2012

Oortjes, oortjes en oortjes

Zondagochtend vroeg. Nou ja, vroeg. Een uur of elf, dus eigenlijk laat. Maar vroeg voor de café's. Als je op dat moment in de stad bent, zijn alle café's net open en zijn overal mensen bezig met het neerzetten van tafels en stoelen voor het terras. Ik ga op een terrasje zitten dat ongeveer half af is. Een meneer is bezig de andere helft van het terras af te maken en even verderop is een meneer van de concurrent bezig met precies hetzelfde. Het valt me op dat ze allebei muziek-oortjes in hebben (en dat ze elkaar geen blik waardig gunnen).

Ook in de bus en de trein valt me dat vaak op. Iedereen heeft wel een of andere vorm van koptelefoon op. En dan zitten ze op een bankje met de ogen aan de telefoon vastgeplakt, te sms-sen of te whatsappen of iets dergelijks. Helemaal teruggetrokken in hun eigen wereldje, en zo min mogelijk te maken willen hebben met de mensen om hen heen. Dat vind ik erg jammer. En de mensen (mannen :) meestal) die wel kijken, kijken in eerste instantie naar mijn boezem. Dus daar krijg ik ook maar moeilijk oogcontact mee (hoewel ik dan stiekem wel denk dat ze wel in zijn voor een andersoortig contact dan oogcontact, maar dat wil ik dan weer niet...).

Soms wil ik ook wel eens koptelefoontjes over de oren dragen. Op die momenten dat je in de stad of zo loopt en iemand nare dingen naar je roept. Zo van die "Femme de la Rue"-achtige dingen (zelf googlen). Maar koptelefoontjes sluiten je toch wel erg af van de wereld, dus doe ik het toch niet. Want je hoort ook aardige mensen niet meer. Je weet wel, die mensen die goedemiddag zeggen bij de bushalte, en als je dag terugzegt beginnen ze misschien wel een gezellig kletspraatje over het weer of zo. Die in de bus naast je komen zitten en waarmee je op de een of andere manier heel de rit gezellig zit te kletsen over niks. En dan ben je bij de halte waar je er uit moet en denk je: "goh wat jammer dat ik er uit moet".

Vroeger droeg ik ook vaak een koptelefoontje, en zat het "grote en vooral boze buitenwereld"-idee stevig in mijn hoofd. Groot gebracht met vermaningen om nooit met vreemde mannen mee te gaan (want er liepen kinderlokkers rond in onze buurt - nu zouden dat pedofiele mensen heten denk ik) zat het wantrouwen sterk verankerd. Nu draag ik nooit meer een koptelefoontje en draag ik altijd mijn hoortoestelletjes. Want op de keper beschouwd zijn de meeste mensen eigenlijk best wel aardig. Af en toe kom je iemand tegen die niet aardig is, nou ja, dat is dan pech. Maar de meeste mensen zijn best wel oké.

Weg met de koptelefoons en leve de hoortoestelletjes!

Ciao,
Ingrid.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen