zaterdag 10 november 2012

Vrolijk kletsen

Zoals zo vaak ga ik even fluks met de bus naar de stad. Ondanks dat het nog maar het twaalf uur is, is het toch al wel druk. In de bus is een van de weinig plekjes nog vrij aan de rechterkant van het gangpad. Er zit alleen een jongedame van een jaar of zeven. Ze kletst vrolijk tegen een meneer die aan de linkerkant van het gangpad bij een wandelwagentje zit. Ze zegt Papa tegen hem.
Ik vraag haar of ik er bij mag komen zitten. Schuchter kijkt ze een keertje naar me en knikt dan. Gauw gaat ze naar buiten kijken als ik plaatsneem. Haar aanval van verlegenheid duurt niet lang, want even later begint ze vrolijk tegen me te kletsen. "De weg gaat heel snel", zegt ze. Als we bij een bushalte staan om mensen in te laten stappen, zegt ze: "kijk, nu staat de weg stil". Ik glimlach, knik en zeg: "ja en als de bus strakjes wegrijdt, gaat de weg weer heel snel.".
Even later op de busbaan stopt de bus weer bij een halte. "Waarom stoppen we?", vraagt het meisje naast me."omdat er iemand met de bus mee wil", antwoord ik terwijl de bus wegrijdt. "En zometeen moeten we stoppen omdat er iemand uit moet. Het rode lampje brandt". Ik wijs naar de rood brandende stoplamp voorin de bus. Terwijl het kind haar aandacht verdeelt tussen buiten en binnen de bus, en onderwijl vrolijk doorkletst over alles wat ze ziet, verbaas ik mij.
Dat ze dat zomaar doet, en durft. Zo praten tegen een wildvreemde. En dat haar vader dat zomaar goed vindt. Eigenlijk vind ik dat wel leuk. Vrolijk klets ik terug tegen de jongedame, zoals zij tegen mij kletst. Heel mijn leven heb ik gedacht dat ik totaal niet met kinderen kon omgaan. Misschien had ik wel helemaal ongelijk, al die tijd.

Ciao
Ingrid.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen