zondag 29 november 2015

Hoe de kerstman de kerstman werd - deel 3 van een verhaal in 6 delen.


deel 1 | deel 2 | deel 3 | deel 4 | deel 5 | deel 6 

Hij droomde. Hij moest wel dromen. Tenminste, dat zei zijn verstand hem, want hij wist zeker dat dit niet echt kon zijn. Hij lag vast diep in slaap bij zijn vuurtje, met zijn rendieren om hem heen.

Om zich heen kijkend zag hij dat hij niet meer was waar hij in slaap gevallen was. Hier was het licht, en warm, en er lag geen sneeuw en er waren geen hoge dennenbomen en geen vuurtje waar hij bij warm zat te wezen. Hij keek om en zag zijn negen rendieren. Dat stelde hem weer een beetje gerust, in ieder geval was alles goed met hen. Hij aaide Rudolf over de kop. Het dier zag er zowaar weer wat beter uit, al was zijn neus beslist nog niet normaal, zo rood. Kris keek nog eens naar die neus: het leek haast wel of die neus lícht gaf! Dat was wel heel erg vreemd. Maar in ieder geval zat er verbetering in de situatie, dus misschien kwam alles toch nog goed. Hij rechtte de rug en begon te lopen. Verderop scheen een mooi helder licht. Daar was misschien iemand die hem kon vertellen waar ze waren.

Uren later hield hij even stil. Het licht kwam maar akelig langzaam dichterbij. Hij had niet verwacht dat het zo ver zou zijn. Zijn maag begon te knorren en ook de rendieren speurden verbeten de grond af naar iets eetbaars. Maar er was niets. Wat was dit voor een rare plek, waar dingen zoveel dichterbij leken dan ze waren?

Ineens kwam het licht hun kant op, bleef voor hen even stil in de lucht hangen en veranderde toen in een elf. Verbaasd deed Kris een stap achteruit, dat was wel het laatste dat hij verwacht had. Hij dacht altijd dat elfen maar sprookjes waren, bedacht om kinderen te plezieren. Maar hier stond er nu zo'n nijver persoontje voor hem. Dit was vast inderdaad een droom, dacht hij.

"Kris, jij bent uitgekozen!", zei de elf gewichtig.

"Uitgekozen?", zei Kris toen hij van zijn verbazing bekomen was, "waarvoor wel niet?"

De elf toverde een paar stoelen tevoorschijn en een tafel met een grote schaal koekjes en sandwiches erop met een groot glas melk er naast. Omkijkend naar de verontwaardigd snuivende rendieren toverde hij ook een smakelijk weitje. Tevreden begonnen de rendieren te eten.

"Laten we eerst zorgen dat jullie wat te eten krijgen", zei de elf. "Die magen van jullie kun je tien kilometer verderop nog horen rammelen!" Even werd er niks gezegd terwijl Kris hongerig de hele schaal wegwerkte.

Uiteindelijk leunde hij verzadigd achterover en keek even om naar de rendieren, die zich nu prima op hun gemak leken te voelen. Dat stelde Kris helemaal gerust; zijn rendieren voelden altijd precies aan wanneer het goed was en wanneer niet. "Zo", zei Kris, "dat smaakte. Bedankt."

De elf aankijkend ging hij geduldig zitten wachten op uitleg.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen