vrijdag 27 mei 2011

Drakenjurk



Soms heb je van die nachten dat je verbeelding je door de diepste dalen voert van nachtmerries en soms voert je verbeelding je 's nachts over de hoogste toppen van heerlijke dromen. Van die dromen die overdag bij je blijven en die heel de dag een glimlach op je gezicht toveren.

Zo'n droom had ik vannacht.

Ik droomde dat ik een draak was.
Een hele mooie chinese geluksdraak, met goudkleurige schubben en witte stekels op de nek en rug, vanaf mijn kop helemaal tot het puntje van mijn staart. En een sterke nek en grote gouden vleugels, van die vleermuisachtige, en grote ivoren tanden en ogen die wel van barnsteen gemaakt leken. Ik droomde dat ik mijn spiegelbeeld bewonderde in een meer terwijl bewoners van de stadjes en dorpjes in de buurt om me heen zwermden om mij eventjes aan te mogen raken - mij aanraken bracht ze geluk. Als ze te opdringerig werden, brulde ik gewoon even, of spuwde ik wat vuur in de lucht. Dat schrok ze genoeg af om respectvol te blijven.

Ik droomde dat ik vloog.
Hoog in de lucht, met salto's en loopings en zinderende duikvluchten.
En dat kon ik als draak net zo makkelijk als ademhalen. Ik keek naar beneden en zag een lappendeken van akkers met daartussen boerderijen zo klein als huisjes bij een speelgoedtreinbaantje op N-formaat. Ik ging op jacht en maakte een duikvlucht en strekte mijn poten met gevaarlijke klauwen om een hert te vangen dat zo dom was in zijn eentje op pad te gaan.
Ik was volkomen vrij.

Ik droomde dat ik een draak was, machtig, gevreesd, bewonderd en geliefd.
Ik heb fantastisch gedroomd.

En nu blijft het beeld hangen van een rode jurk met daarop de slingerende contouren van een gouden draak. Ik weet al precies hoe hij er uit zou moeten zien. Ik moest dat ontwerp maar eens gaan tekenen, voor het geval ik ooit iemand tegenkom die weet hoe je gouden draken op rode jurken moet maken.

Ciao,
Ingrid.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen