donderdag 27 december 2012

Schaatsen in de stad

Midden in het centrum van de stad hebben ze een ijsbaan. Een kleintje maar, maar toch een heuse ijsbaan. Dat hebben ze al een paar jaar, en dit jaar ligt hij zo, dat ik hem goed kan zien van achter het raam van het Goudkantoor. En dat is leuk om naar te kijken, lekker relaxt met een kopje koffie kijken hoe de mensen heen en weer zwieren en kijken hoe de obermeneer de terrasverwarming ophangt.

Vandaag is het niet megadruk op de schaatsbaan, maar er zijn genoeg mensen om veel te kijken te hebben. De meesten hebben knaloranje schaatsen aan, die er wel wat uitzien als ijshockeyschaatsen. Een meisje heeft witte schaatsen aan en een jongedame doet het op echte kunstschaatsen, met zo een hoge witte schoen en van die hele lange veters, net als op de televisie bij wedstrijden. Twee kleine kinderen krabbelen onbeholpen op van die dubbel-ijzer-kinderschaatjes, terwijl ze angstig steun zoeken bij Papa en Mama.

Bij het zien van de kinderen moet ik denken aan die schaarse wintermomenten uit mijn eigen jeugd. De vijver was dan bevroren en iedereen van school ging schaatsen. Een heleboel klasgenoten konden het zelfs al best goed. Terwijl ik dan, weer eens gevallen, opkeek naar de kinderen die al zo goed konden schaatsen, voelde ik me altijd een enorme sukkel. Maar toch krabbelde ik dan weer overeind en stond te zwikken en te zwaaien op mijn houtjes terwijl ik met de moed der wanhoop iets probeerde te doen wat op schaatsen leek. Toen wist ik nog niet dat het helemaal niet erg is om iets niet goed te kunnen. Er zijn altijd wel andere dingen die je wel goed kunt. En je kunt leren.

Terwijl die herinneringen vrolijk door mijn hoofd buitelen, bewonder ik de mensen die met zoveel ogenschijnlijk gemak schaatsen. En het is zo fijn om te zien hoeveel plezier ze er in hebben. Een meisje valt, ze staat op, haalt haar schouders op, lacht even heel charmant en gaat meteen weer verder.

Schaatsen is net als het leven. Je valt en staat weer op en gaat weer verder.
Ik blijf graag nog even kijken naar al dat ijsplezier.

Ciao,
Ingrid.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen