maandag 7 januari 2013

Wandelend weerbaar

"Kom", dacht ik laatst, "laat ik eens naar de stad wandelen". Dat had ik sinds mijn overspannenheid niet meer gedaan. Het was droog en het zou droog blijven, dus die dag was een mooie dag om weer met naar-de-stad-lopen te beginnen, zo dacht ik. Het was boven nul, dus ik kon lekker zittende cowboylaarzen aantrekken in plaats van de lelijke verstandige sneeuwlaarzen. Jas aan, sleutels mee, en ik kon op pad.

Het eerste stuk van de wandeling leidt door mijn wijk en dan een stukje over de brug over de ringweg en het fietspad richting de draaibrug. Daarna loop je gewoon de weg af, de hoek om en weer de weg af en dan ben je er. "Immer gerade aus und links um die Ecke", noemde een kennis van mij dat vroeger altijd. Het gebeurde op het eerste stuk.

Er kwam een meneer naast me lopen. Ik had mijn hoortoestelletjes niet in, en kon dus maar moeilijk verstaan wat hij zei. Eerlijk gezegd deed ik er ook niet veel moeite voor, want hij had iets griezeligs. Ik ving de woorden "hoer" en "lekkere slet" op, en iets over wat drinken bij hem thuis. Dit was niet goed. Dit was helemáál niet goed. "Waarom komen ze ook altijd achter míj aan!", dacht ik kwaad bij mezelf. Paniekerig probeerde ik te bedenken wat we op weerbaarheidscursus geleerd hadden over een situatie als deze. Rustig en diep ademhalen. Gronden. Rechtop staan. Zelfvertrouwen uitstralen. Denk aan het plankje dat je doorgeslagen hebt. Dat je sterker bent dat je denkt. Duidelijk zeggen wat je niet en wel wilt en waarom. Van je af slaan als het moet. 
Voordat ik iets kon doen, hoorde ik een vrouwenstem achter me roepen:"hey hallo!". Een onbekende vrouw kwam naar me toe, omhelsde me omstandig en riep iets over "zo lang niet gezien". De hond die ze bij zich had gromde naar de lastigvallende man, die ik geen meneer meer wil noemen en die zich inmiddels had omgedraaid en vlot wegliep. 

We liepen samen een stukje op terwijl de zwart-wit gevlekte hond om ons heen dartelde. "Sorry hoor", zei ze, "maar ik stond naar buiten te kijken en zag wat er gebeurde. Ik heb mijn jas gepakt en de hond geroepen en ben naar buiten gerend". Ik wist even niet wat ik zeggen moest, helemaal overdonderd wist ik uiteindelijk een zacht "bedankt" er uit te wringen. Ik wist weer waarom ik ooit gestopt ben met naar de stad lopen. 
"Nou, hier moet ik naar rechts", zei de onbekende mevrouw. Ik omhelsde haar, nu echt, en bedankte haar dat ze gedaan had wat ze gedaan had. "Geen probleem", zei ze,"zolang je maar wel belooft dat je, als je het ooit tegenkomt, voor een ander doet wat ik net voor jou heb gedaan. Mensen moeten lief en vriendelijk voor elkaar zijn." Ze zwaaide ten afscheid. "Fijne feestdagen!", riep ze nog.

Terwijl ik verder liep zakte mijn hart, die bovenin mijn keel zat, langzaam terug naar zijn normale plek in mijn borstkas. Brrrr. Het vaste voornemen om voor een ander te doen wat die volkomen onbekende vrouw voor mij gedaan had, verankerde zich met iedere stap steviger in mijn denken. 

Naastenliefde is iets heel moois.

Ciao,
Ingrid.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen