zondag 3 februari 2013

121876 wordt betrapt



Een vervolgverhaal over een maatschappij waar de mensen geen namen, maar nummers hebben.

deel 5 - Betrapt!


Een jammerende toon klonk door de luidsprekers. 121876 schrok op van zijn werk. Lunchtijd! De pad op zijn bureau bureau piepte twee keer en straalde een kommetje pap op. Fronsend keek hij naar de kom. Hij had een hekel aan pap. “Waarom krijgen we hier ook altijd pap?”, vroeg hij zich sikkeneurig af. Nou ja, niets aan te doen, iets anders kreeg hij toch niet. Het was pap eten of honger hebben.
Gauw pakte hij de kom, zich schuldig voelend over de ongewenste hekel aan pap in zijn hoofd. Daar hadden de monitorders vast van alles over te zeggen als hij betrapt werd want je hoorde alles van Het Regime en van de Grote Leider fantastisch te vinden. De pad piepte nogmaals en straalde een koffie-rantsoen op. In ieder geval kregen ze een bakkie koffie bij de lunch. 

Terwijl hij gedachteloos de smakeloze pap at, klikte hij lukraak wat rond op censornet. Een artikel over een gebied dat Lauwersmeer heette, verscheen op zijn scherm. “Het Lauwersmeer is een belangrijk vogelgebied”, las hij. Opgefleurd en geïnteresseerd klikte hij verder, langs de lijst van vogels die er voorkwamen. Hij moest het eens met Dirk de Vogelaar hebben hierover, dacht hij, want daar wou hij wel een keertje heen. 

De afgelopen maanden was hij twee keer per week naar De Geheime Kroeg geweest. Het waren gezellige avonden geweest, hij had vaak met Dirk zitten praten. Dirk was onder nummer geboren, en wist alleen dat hij nummer 546237 was. Maar in De Kroeg noemde iedereen hem Dirk de Vogelaar, omdat hij zo graag vogels ging kijken in de weekenden. n Dirk de Vogelaar was apetrots op die naam. Hij had beloofd om 121876 een keer mee te nemen. Bij de laatste brouwdienst had hij honderduit verteld over een gebied dat Loosdrechtse Plassen moest heten, en waar hij geweest was. 
Bij de gedachte aan vogels wierp 121876 een blik naar buiten en zag vogels hoog in de lucht. 121876 hield veel van vogels, vaak dacht hij dat zij de enige wezens waren die nog Echt Vrij waren in dit land. Al moest je dat natuurlijk niet denken waar een gedachtenstraler je kon betrappen. 

Er klonk weer een jammerende toon uit de luidsprekers. 121876 zette zijn nu lege kom pap op de pad, nam een slok koffie en ging dapper weer aan het werk. Gelukkig kon hij op zijn werk denken waaraan hij maar wou, de enige gedachtenstraler was in het kantoor van de districtschef en dat was ver genoeg weg. Zo’n groot bereik hadden die dingen nou ook weer niet. Naarstig werkte hij door, want vanavond wou 121876 beslist op tijd klaar zijn met zijn werk. Geen overwerk vanavond, want hij had bardienst! Vanavond zou hij niet aan de bar zitten te kijken naar de wulpse barmeid, vanavond zou hij samen met Wulpse Jetta achter de bar staan en stiekem als een schooljongen in haar décolleté proberen te gluren terwijl zij hem leerde hoe hij een biertje moest tappen en wat een kopstootje was.
“Het is niet moeilijk hoor”, had Jetta gezegd. “Het enige wat je effe moet oefenen is een goed biertje tappen, de rest zit gewoon in flessen om uit te schenken, makkelijk zat. En mocht iemand een cocktail willen, dan stuur je die maar naar mij. Maar dat komt bijna nooit voor.” 

Laat kwam hij die avond thuis. De hele avond had hij heen en weer gehold achter de bar met glazen en drinken. Met een grote grijns op zijn gezicht stapte hij de voordeur binnen. Hij had nooit geweten dat drinken inschenken voor mensen zo leuk was! Hij liep naar het raam om de gordijnen dicht te doen, terwijl hij opgetogen fantaseerde over de bar die hij zou openen als het land ooit weer vrij zou zijn. Een langgerekte piep klonk van de gedachtenstraler voor zijn raam. Verschrikt keek hij naar het ding op, om vervolgens met een plotselinge, wilde beweging de loodgordijnen dicht te trekken. 

Niet te geloven! Stomme ezel!

Hij schold op zichzelf, hij moest zijn gedachten echt beter onder controle zien te krijgen! Als de monitorders dit nu maar niet gezien hadden! Hij kon niet geloven dat hij zomaar vrij had gedacht waar de gedachtenstralers het konden zien. Zwaar plofte hij in een stoel. Shitshitshitshitshit, mompelde hij steeds maar weer. Even later keek hij luisterend op. Meteen was hij alert en op zijn hoede. Buiten kwamen zware, dreunende voetstappen dichterbij. Ineens vloog de voordeur open en stond zijn huis vol met mensen in uniform, ieder bewapend met een dodelijke verdwijner. 
“Monitorders!”, blafte de voorste. “Dus jij hebt aan vrijheidsplannen lopen denken? Jij hebt het lef om onze Grote Leider af te wijzen? Wij houden je al een poosje in de gaten, 121876! Het moet nu maar eens uit zijn met die ketterse gedachten! Jij gaat naar de heropvoeding!”. Ruw hesen ze hem uit zijn stoel, dwongen zijn handen op zijn rug. Hij voelde de boeien om zijn polsen dichtklikken. Iemand gaf een trap in zijn rug, hij struikelde naar voren, de voordeur uit en de trap af. Onder de blauwe plekken kwam hij op straat. De monitorders waren niet bepaald zachtzinnig met hem.
Buiten was het een drukte van belang, het lawaai van de razzia had heel de buurt naar buiten gelokt. Hij keek rond en zag bezorgde en meelevende gezichten, die prompt in de plooi schoten toen een gedachtenstraler hun kant op zwaaide. De mensen begonnen hem uit te schelden, zodat ze zelf buiten schot zouden blijven. Ze schopten en sloegen naar hem terwijl de monitorders hem hardhandig het wachtende gevangenisbusje in dirigeerden. 

Even dacht hij nog aan de vogels die hij die middag had zien vliegen, voordat de betraliede deur achter hem werd dichtgeslagen. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen