De zomervakantie is weer aangebroken.
Ik merk het niet alleen aan het weer, dat toch wel zomerse temperaturen vertoont, maar meer nog aan de volheid van de parkeerplaats.
Of liever gezegd, de leegheid.
Want zelf om een uur of tien, als toch zo’n beetje iedereen wel binnen zou moeten zijn, is de parkeerplaats helemaal leeg, waar hij een twee week geleden op dat uur nog propvol stond.
En ook in de kantoortuin is het leeg. We zitten met drie man in een tuin voor twintig. Dat geeft een erg leeg gevoel. Eenzaam bijna. Vooral omdat iedereen die binnen komt wandelen mij vraagt waar iedereen toch is.
Ik ga me bijna afvragen wat ik verkeerd doe, totdat ik bedenk dat mijn vakantie nog komt.
Ciao,
Ingrid.
Een Rubense Schone geeft haar meningen, gedachten en gevoelens over alles wat het leven haar brengt. De proza wordt hier gepubliceerd, gedichten worden verzameld op ingridsgedichten.blogspot.com.
Ik publiceer onregelmatig, dus abonneren op rss of e-mail is handig.
woensdag 15 juli 2009
dinsdag 9 juni 2009
Kennis versus ervaring
Boeken zijn zeer beslist De Grootste Liefde in mijn leven. Zelfs nog voor dansen, hoewel ik dat ook heel erg leuk vind. Maar Boeken staan op nummer één. Meestal lees ik fictie, zoals bijvoorbeeld de boeken van Raymund Feist. Even lekker alles vergeten terwijl ik mezelf verdiep in een lekker spannend boek, heerlijk.
Maar soms word ik nieuwsgierig naar andere boeken, meestal non-fictie boeken. Door dingen die ik hoor op de televisie, of lees op internet, of door mensen die vinden dat ik dit of dat toch echt een keer moet lezen. Zo heb ik bijvoorbeeld Organisatiestructuren gelezen. En ik vond het erg interessant, ik ga hem vast en zeker nog een keer lezen (want ik heb hem gekocht natuurlijk, niet alleen is het een superinteressant boek, hij staat ook erg mooi in de kast :) ). En de laatste maanden ben ik ook steeds nieuwsgieriger geworden naar een ander boek: Kritiek van de zuivere rede van Immanuel Kant. Mensen hebben mij voor dit boek gewaarschuwd. "Weet waar je aan begint" kreeg ik te horen, "het is een erg moeilijk boek en dat ding lezen is een levenswerk op zich". En omdat ik nogal tegendraads in elkaar zit soms, heb ik die waarschuwingen in de wind geslagen en ben lekker toch met lezen begonnen. Ik heb de inleiding al uit...
Een moeilijk boek is het inderdaad. Niet alleen omdat de schrijver allemaal hele lange zinnen gebruikt met bijzinnnen in bijzinnen in bijzinnen, en niet alleen omdat de schrijver allemaal moeilijke woorden gebruikt war ik aan moet wennen, maar vooral omdat het – tot dusver – gaat over dingen waar je normaal eigenlijk nooit bij stilstaat of over nadenkt. En ik ontdek dat ik juist dat hartstikke leuk vind aan dat boek. Ik heb alleen de inleiding nog maar gelezen, maar ik betrap mezelf er op dat ik ineens over dingen uit die inleiding zit na te denken, en dat ik mezelf dingen afvraag die ik mezelf nog nooit eerder heb afgevraagd. En dat ik zit te kijken naar hoe mensen leren/kennis opdoen. Vooral dat laatste.
Ik heb namelijk een stuk achter de rug waarin nagedacht wordt over kennis. Dat komt uit ervaring, Er staat een hele verhandeling over kennis vóóraf en en kennis achteraf. Het doet me wat denken aan bijvoorbeeld hoe natuurkundige experimenten worden gedaan: eerst een theorie, dan experimenten bedenken die de theorie moeten verifieren of falsificeren, dan het experiment doen en daarna kijken of de theorie (de kennis vooraf dus) klopt. Dus nu zit ik heel de tijd na te denken over en te kijken naar kennis, en kennis opdoen. Hoe mensen dat doen, aanpakken. Hoe ik dat doe. Hoe mijn dansleraren kennisoverdracht aanpakten. Enzovoorts
En ergens roept de schrijver dan ook nog dat kennis die niet gebaseerd is op ervaring absolute of zuivere kennis is. Toen ik afgelopen weekend een paar kinderen zag spelen, moest ik daaraan denken. En prompt zat ik me af te vragen of zuivere kennis dan wel bestaat. Kinderen leren spelenderwijs, door ervaringen op te doen. Pas op school ga je leren wat anderen je vertellen. Valt de kennis die je daar opdoet ook onder ervaringskennis? Tenslotte leer je daar indirect via ervaringen van anderen lijkt me. En het leren zelf is ook een ervaring.
En dan ben ik nog maar aan het begin.
Ik ben zó nieuwsgierig naar de rest van het boek!
Ciao,
Ingrid.
Maar soms word ik nieuwsgierig naar andere boeken, meestal non-fictie boeken. Door dingen die ik hoor op de televisie, of lees op internet, of door mensen die vinden dat ik dit of dat toch echt een keer moet lezen. Zo heb ik bijvoorbeeld Organisatiestructuren gelezen. En ik vond het erg interessant, ik ga hem vast en zeker nog een keer lezen (want ik heb hem gekocht natuurlijk, niet alleen is het een superinteressant boek, hij staat ook erg mooi in de kast :) ). En de laatste maanden ben ik ook steeds nieuwsgieriger geworden naar een ander boek: Kritiek van de zuivere rede van Immanuel Kant. Mensen hebben mij voor dit boek gewaarschuwd. "Weet waar je aan begint" kreeg ik te horen, "het is een erg moeilijk boek en dat ding lezen is een levenswerk op zich". En omdat ik nogal tegendraads in elkaar zit soms, heb ik die waarschuwingen in de wind geslagen en ben lekker toch met lezen begonnen. Ik heb de inleiding al uit...
Een moeilijk boek is het inderdaad. Niet alleen omdat de schrijver allemaal hele lange zinnen gebruikt met bijzinnnen in bijzinnen in bijzinnen, en niet alleen omdat de schrijver allemaal moeilijke woorden gebruikt war ik aan moet wennen, maar vooral omdat het – tot dusver – gaat over dingen waar je normaal eigenlijk nooit bij stilstaat of over nadenkt. En ik ontdek dat ik juist dat hartstikke leuk vind aan dat boek. Ik heb alleen de inleiding nog maar gelezen, maar ik betrap mezelf er op dat ik ineens over dingen uit die inleiding zit na te denken, en dat ik mezelf dingen afvraag die ik mezelf nog nooit eerder heb afgevraagd. En dat ik zit te kijken naar hoe mensen leren/kennis opdoen. Vooral dat laatste.
Ik heb namelijk een stuk achter de rug waarin nagedacht wordt over kennis. Dat komt uit ervaring, Er staat een hele verhandeling over kennis vóóraf en en kennis achteraf. Het doet me wat denken aan bijvoorbeeld hoe natuurkundige experimenten worden gedaan: eerst een theorie, dan experimenten bedenken die de theorie moeten verifieren of falsificeren, dan het experiment doen en daarna kijken of de theorie (de kennis vooraf dus) klopt. Dus nu zit ik heel de tijd na te denken over en te kijken naar kennis, en kennis opdoen. Hoe mensen dat doen, aanpakken. Hoe ik dat doe. Hoe mijn dansleraren kennisoverdracht aanpakten. Enzovoorts
En ergens roept de schrijver dan ook nog dat kennis die niet gebaseerd is op ervaring absolute of zuivere kennis is. Toen ik afgelopen weekend een paar kinderen zag spelen, moest ik daaraan denken. En prompt zat ik me af te vragen of zuivere kennis dan wel bestaat. Kinderen leren spelenderwijs, door ervaringen op te doen. Pas op school ga je leren wat anderen je vertellen. Valt de kennis die je daar opdoet ook onder ervaringskennis? Tenslotte leer je daar indirect via ervaringen van anderen lijkt me. En het leren zelf is ook een ervaring.
En dan ben ik nog maar aan het begin.
Ik ben zó nieuwsgierig naar de rest van het boek!
Ciao,
Ingrid.
woensdag 6 mei 2009
Bullebakken
Een paar blogjes geleden meldde ik dat ik Star-Trek-afleveringen aan het kijken was. Daar ben ik nog steeds mee bezig, en vandeweek keek ik naar de aflevering "Pegasus". In die aflevering zag ik een heel nieuw niveau van - in mijn ogen - slecht leiderschap.
In de aflevering in kwestie gaat de USS Enterprise op zoek naar de USS Pegasus. Dit ruimteschip moet geborgen worden, ondanks dat het al een oud schip is kan Starfleet het zich niet permitteren om het schip (en daarmee de technologie) in vijandelijke handen te laten vallen. Omdat de Pegasus een experimenteel schip was en er nog steeds geheime apparatuur aan boord moet zijn gaat Admiraal Eric Pressman (ooit Captain van de Pegasus en kennishebber van alle apparatuur) mee op deze missie.
Starfleet dacht heel lang dat de Pegasus vernietigd was; in de loop van de aflevering blijkt dat het schip een - illegale - "phased cloaking device" aan boord had. De bemanning was het niet eens met de experimenten daarmee en sloeg uiteindelijk aan het muiten. Een toen jonge cadet die net van de Academie kwam verdedigde Captain Pressman en met zijn tweeen zijn ze ontsnapt. Eenmaal in een reddingscapsule zagen ze een explosie die naar ze dachten het schip vernietigde. De toen jonge cadet in kwestie is nu Commander William Riker, en hij vindt het maar niets dat hij toen zo gehandeld heeft. En hij vindt het cloaking device ook maar niks, want dat is in strijd met het Verdrag van Algeron. Na een hoop discussies en zelfs ruzies met Admiraal Pressman krijgt hij de opdracht om te zwijgen van de Admiraal:
"You keep your mouth shut about this, that's an order. I made you mister, and I can break you just as easily!!"
Naarmate de Admiraal tegen het einde van de aflevering steeds verder in het nauw wordt gedreven, doordat Commander Riker het geheim toch deelt met Captain Picard, begint hij steeds meer te dreigen, totdat hij door Captain Picard gearresteerd wordt en in de cel gegooid wordt:
"I have a lot of friends in high places!" roept de Admiraal kwaad.
Picard laat zich niet gek maken en antwoordt kalm: "You're going to need them."
En dan kan ik me ineens toch wel heel goed voorstellen dat de bemanning van de Pegasus aan het muiten was geslagen; met zo'n baas zou ik ook diep ongelukkig zijn. Dan ga je elke dag met een klomp angst in je maag naar je werk. Na even nadenken schiet het me te binnen dat deze Star-Trek-aflevering niet de enige plek is waar ik dit "Leidinggeven door de bullebak uit te hangen" tegenkom. Ik ben hem ook tegengekomen bij sommige van de huurlingenlegers uit de Boeken van de Slangenoorlog van Raimund Feist.
Ik neem me voor om nooit zo'n bullebak te worden.
Ciao,
Ingrid.
In de aflevering in kwestie gaat de USS Enterprise op zoek naar de USS Pegasus. Dit ruimteschip moet geborgen worden, ondanks dat het al een oud schip is kan Starfleet het zich niet permitteren om het schip (en daarmee de technologie) in vijandelijke handen te laten vallen. Omdat de Pegasus een experimenteel schip was en er nog steeds geheime apparatuur aan boord moet zijn gaat Admiraal Eric Pressman (ooit Captain van de Pegasus en kennishebber van alle apparatuur) mee op deze missie.
Starfleet dacht heel lang dat de Pegasus vernietigd was; in de loop van de aflevering blijkt dat het schip een - illegale - "phased cloaking device" aan boord had. De bemanning was het niet eens met de experimenten daarmee en sloeg uiteindelijk aan het muiten. Een toen jonge cadet die net van de Academie kwam verdedigde Captain Pressman en met zijn tweeen zijn ze ontsnapt. Eenmaal in een reddingscapsule zagen ze een explosie die naar ze dachten het schip vernietigde. De toen jonge cadet in kwestie is nu Commander William Riker, en hij vindt het maar niets dat hij toen zo gehandeld heeft. En hij vindt het cloaking device ook maar niks, want dat is in strijd met het Verdrag van Algeron. Na een hoop discussies en zelfs ruzies met Admiraal Pressman krijgt hij de opdracht om te zwijgen van de Admiraal:
"You keep your mouth shut about this, that's an order. I made you mister, and I can break you just as easily!!"
Naarmate de Admiraal tegen het einde van de aflevering steeds verder in het nauw wordt gedreven, doordat Commander Riker het geheim toch deelt met Captain Picard, begint hij steeds meer te dreigen, totdat hij door Captain Picard gearresteerd wordt en in de cel gegooid wordt:
"I have a lot of friends in high places!" roept de Admiraal kwaad.
Picard laat zich niet gek maken en antwoordt kalm: "You're going to need them."
En dan kan ik me ineens toch wel heel goed voorstellen dat de bemanning van de Pegasus aan het muiten was geslagen; met zo'n baas zou ik ook diep ongelukkig zijn. Dan ga je elke dag met een klomp angst in je maag naar je werk. Na even nadenken schiet het me te binnen dat deze Star-Trek-aflevering niet de enige plek is waar ik dit "Leidinggeven door de bullebak uit te hangen" tegenkom. Ik ben hem ook tegengekomen bij sommige van de huurlingenlegers uit de Boeken van de Slangenoorlog van Raimund Feist.
Ik neem me voor om nooit zo'n bullebak te worden.
Ciao,
Ingrid.
vrijdag 24 april 2009
De baas draagt een bolhoed
Thuis in de DVD-kast heb ik een verzamelbox staan met een aantal afleveringen van de TV-serie "Are You Being Served?". Are You Being Served is een serie van de BBC uit de jaren zeventig en speelt in een warenhuis, Grace Brothers. De hoofdrolspelers in die serie zijn de drie verkopers van de herenmode-afdeling, de twee verkopers van de damesmode-afdeling, de "Floor walker" (zeg maar de teamleider) en het afdelingshoofd.
Het hoofdthema van de betreffende aflevering is de inzakkende verkopen. Het afdelingshoofd wil daarom een denktank organiseren - zeg maar een brainstormsessie - zodat iedereen met ideeën kan komen om de verkopen te stimuleren. De goede ideeën worden door het afdelingshoofd vervolgens naar "boven" verkocht als zijnde zijn eigen ideeën. Maar naast dit hoofdthema loopt als rode draad door het verhaal een heel gedoe met hoeden. Het gaat er om wie welke hoed op dient te hebben - vreemd genoeg geldt dit trouwens enkel voor de heren van het personeel.
Het begint als Mr. Rumboldt Captain Peacock binnen ziet komen met een bolhoed op zijn hoofd. Naar de mening van Mr. Rumboldt kan dit echt niet en hij spreekt Captain Peacock er dan ook gelijk op aan: bolhoeden dienen alleen gedragen te worden door afdelingshoofden en hoger management. Niet door Captain Peacock. Iemand met zijn functie dient iets op zijn hoofd te zetten wat een Homburg wordt genoemd en dat geldt ook voor Mr. Grainger als senior verkoper. De ander twee heren van de herenmode-afdeling dienen een pet of een vilthoed te dragen. Nogal gepikeerd na deze korte lezing over hoeden legt Captain Peacock zijn hoed weg en tekent het aankomstregister.
In de volgende scene komt Mr. Humphries binnen. Hij blijkt een Homburg op te hebben en dat valt Captain Peacock direct op. Hij besluit om er direct wat van te zeggen en aldus zijn irritatie kwijt te raken door naar beneden te schoppen. Nu is Mr. Humphries dus eveneens gepikeerd. Als Captain Peacock weer een scene later ook Mr. Lucas onder handen neemt - die helemaal geen hoed op heeft - is de sfeer op de herenmode-afdeling niet bepaald goed meer. Als Mr.Rumboldt vervolgens na sluitingstijd een vergadering wil beleggen, stuit hij op nogal veel tegenstand, want de heren moeten allemaal direct weg "om een nieuwe hoed te kopen". Mr. Lucas merkt zelfs nog op dat hij "een hoed moet kopen die bij zijn miezerige functie past".
Aan het einde van de aflevering hebben alle heren uiteindelijk de hoed op die ze van Mr. Rumboldt dienen te dragen. Ze staan op het punt om naar huis te vertrekken als Young Mr. Grace - de eigenaar van de winkel - binnenkomt en de autoriteit van het afdelingshoofd onderuit haalt door tegen Captain Peacock te zeggen dat zijn Homburg hem niet staat. Hij zou een bolhoed moeten kopen en die ten allen tijde dragen........
Ook al is de serie in kwestie een parodie, ik zou niet graag in dat warenhuis willen werken. Het gedoe met de hoeden is symbolisch voor de hele manier waarop ze met elkaar omgaan. "Rangen en standen moeten er zijn" wordt wel eens gezegd, en die serie is dat duidelijk zichtbaar, van het Common-Sense-denken hebben ze duidelijk geen kaas gegeten. Alle karakters slijmen naar boven en schoppen naar beneden en spreken hun superieuren nauwelijks tegen (tenzij ze daarmee kunnen "scoren" uiteraard). Het lijkt me uitermate frustrerend, en ik ben blij dat ik niet bij een bedrijf werk waar het er zó aan toe gaat!
Ciao,
Ingrid.
Het hoofdthema van de betreffende aflevering is de inzakkende verkopen. Het afdelingshoofd wil daarom een denktank organiseren - zeg maar een brainstormsessie - zodat iedereen met ideeën kan komen om de verkopen te stimuleren. De goede ideeën worden door het afdelingshoofd vervolgens naar "boven" verkocht als zijnde zijn eigen ideeën. Maar naast dit hoofdthema loopt als rode draad door het verhaal een heel gedoe met hoeden. Het gaat er om wie welke hoed op dient te hebben - vreemd genoeg geldt dit trouwens enkel voor de heren van het personeel.
Het begint als Mr. Rumboldt Captain Peacock binnen ziet komen met een bolhoed op zijn hoofd. Naar de mening van Mr. Rumboldt kan dit echt niet en hij spreekt Captain Peacock er dan ook gelijk op aan: bolhoeden dienen alleen gedragen te worden door afdelingshoofden en hoger management. Niet door Captain Peacock. Iemand met zijn functie dient iets op zijn hoofd te zetten wat een Homburg wordt genoemd en dat geldt ook voor Mr. Grainger als senior verkoper. De ander twee heren van de herenmode-afdeling dienen een pet of een vilthoed te dragen. Nogal gepikeerd na deze korte lezing over hoeden legt Captain Peacock zijn hoed weg en tekent het aankomstregister.
In de volgende scene komt Mr. Humphries binnen. Hij blijkt een Homburg op te hebben en dat valt Captain Peacock direct op. Hij besluit om er direct wat van te zeggen en aldus zijn irritatie kwijt te raken door naar beneden te schoppen. Nu is Mr. Humphries dus eveneens gepikeerd. Als Captain Peacock weer een scene later ook Mr. Lucas onder handen neemt - die helemaal geen hoed op heeft - is de sfeer op de herenmode-afdeling niet bepaald goed meer. Als Mr.Rumboldt vervolgens na sluitingstijd een vergadering wil beleggen, stuit hij op nogal veel tegenstand, want de heren moeten allemaal direct weg "om een nieuwe hoed te kopen". Mr. Lucas merkt zelfs nog op dat hij "een hoed moet kopen die bij zijn miezerige functie past".
Aan het einde van de aflevering hebben alle heren uiteindelijk de hoed op die ze van Mr. Rumboldt dienen te dragen. Ze staan op het punt om naar huis te vertrekken als Young Mr. Grace - de eigenaar van de winkel - binnenkomt en de autoriteit van het afdelingshoofd onderuit haalt door tegen Captain Peacock te zeggen dat zijn Homburg hem niet staat. Hij zou een bolhoed moeten kopen en die ten allen tijde dragen........
Ook al is de serie in kwestie een parodie, ik zou niet graag in dat warenhuis willen werken. Het gedoe met de hoeden is symbolisch voor de hele manier waarop ze met elkaar omgaan. "Rangen en standen moeten er zijn" wordt wel eens gezegd, en die serie is dat duidelijk zichtbaar, van het Common-Sense-denken hebben ze duidelijk geen kaas gegeten. Alle karakters slijmen naar boven en schoppen naar beneden en spreken hun superieuren nauwelijks tegen (tenzij ze daarmee kunnen "scoren" uiteraard). Het lijkt me uitermate frustrerend, en ik ben blij dat ik niet bij een bedrijf werk waar het er zó aan toe gaat!
Ciao,
Ingrid.
To explore strange new worlds...
Had ik een poosje geleden een paar weken dat ik afleveringen van Zorro keek – noodgedwongen via YouTube – op het moment heb ik de gewoonte opgepikt om Star Trek afleveringen te kijken. Dat hoef ik niet via Youtube te doen, want ik heb tien DVD-boxen in de kast staan. Drie van de originele serie en zeven van The Next Generation. En met TNG ben ik nu bezig.
Ik ben lekker onlogisch begonnen met de laatste aflevering van het laatste seizoen en werk zo terug tot aan het begin. Omgekeerd chronologisch dus. Maar wederom valt het mij op dat ik sinds mijn Common Sense cursus anders naar dingen kijk dan voorheen. Ik kijk bijvoorbeeld anders naar het door de Starship-captains getoonde leiderschap.
Een mooie tegenstelling op dat vlak is te vinden in de aflevering "Chain of Command". In die aflevering (hij is nogal lang en dus in twee stukken gehakt; eigenlijk dus twee afleveringen) wordt er vanuit het Cardassische Rijk een bepaald soort straling opgevangen. Ik weet niet meer wat voor straling, maar dat maakt voor het verhaal niet uit. In elk geval wordt onze Captain Jean-Luc Picard het commando van de Enterprise ontnomen en hij wordt op een missie gestuurd naar Cardassië om de bron van de straling te ontmantelen. Eénmaal bij de bron blijkt dat het om een val gaat, Captain Picard wordt gevangen, gemarteld (hoort er bij in Cardassië) en aan het eind van de aflevering bevrijd. Zijn commando over de Enterprise wordt overgenomen door ene Captain Edward Jellico.
De tegenstelling tussen die twee is immens.
Zo groot als de Grand Canyon ongeveer.
Captain Picard is iemand is die zegt: "Als ik wil dat jullie springen, beleg ik een vergadering in welke ik van jullie wil horen of dat een goed idee is en welke alternatieven er zijn". Alleen in een direct noodgeval – waarvan er meer dan genoeg in de serie zijn trouwens – treedt hij daadkrachtig op. Voor de rest geeft hij zijn bemanning graag alle ruimte om hun mening te ventileren en hij luistert ook echt naar die meningen.
Hij heeft dan ook een bemanning die bestaat uit zelfstandige, mondige en pro-actieve mensen die voor hem door het vuur gaan (in één aflevering zelfs bijna letterlijk).
Captain Jellico blijkt heel anders in elkaar te zitten. Hij blijkt iemand te zijn die simpelweg zegt: "Als ik zeg spring, dan springen jullie. En wel nu. En wel omdat ik de baas ben en jullie niet en je doet maar wat ik zeg". Die houding valt bij de bemanning van de Enterprise niet in goede aarde, First Officer William Riker en Counselor Deanna Troi doen wat ze kunnen. Met als effect dat Commander Riker op non-actief wordt gesteld en Counselor Troi "in charge of moral" wordt gemaakt (pardon??). Naarmate het commando van deze Captain Jellico langer duurt, zie je steeds meer mensen van hoog tot laag de hakken in het zand zetten, en heeft de Captain steeds meer moeite om zijn bevelen uitgevoerd te krijgen.
Aan het eind van het verhaal keert Jean-Luc Picard terug als Captain van de USS Enterprise, en heel de bemanning haalt opgelucht adem.
Of Captain Picard strikt Common Sense handelt weet ik niet zo goed – volgens mij gaat hij af en toe misschien wel een beetje "de fout in" - maar ik weet wel onder wie ik liever zou dienen als ik bij Starfleet zou zitten!
Captain Picard is mijn voorbeeld, een leider als hij wil ik ook worden.
Ciao,
Ingrid.
Ik ben lekker onlogisch begonnen met de laatste aflevering van het laatste seizoen en werk zo terug tot aan het begin. Omgekeerd chronologisch dus. Maar wederom valt het mij op dat ik sinds mijn Common Sense cursus anders naar dingen kijk dan voorheen. Ik kijk bijvoorbeeld anders naar het door de Starship-captains getoonde leiderschap.
Een mooie tegenstelling op dat vlak is te vinden in de aflevering "Chain of Command". In die aflevering (hij is nogal lang en dus in twee stukken gehakt; eigenlijk dus twee afleveringen) wordt er vanuit het Cardassische Rijk een bepaald soort straling opgevangen. Ik weet niet meer wat voor straling, maar dat maakt voor het verhaal niet uit. In elk geval wordt onze Captain Jean-Luc Picard het commando van de Enterprise ontnomen en hij wordt op een missie gestuurd naar Cardassië om de bron van de straling te ontmantelen. Eénmaal bij de bron blijkt dat het om een val gaat, Captain Picard wordt gevangen, gemarteld (hoort er bij in Cardassië) en aan het eind van de aflevering bevrijd. Zijn commando over de Enterprise wordt overgenomen door ene Captain Edward Jellico.
De tegenstelling tussen die twee is immens.
Zo groot als de Grand Canyon ongeveer.
Captain Picard is iemand is die zegt: "Als ik wil dat jullie springen, beleg ik een vergadering in welke ik van jullie wil horen of dat een goed idee is en welke alternatieven er zijn". Alleen in een direct noodgeval – waarvan er meer dan genoeg in de serie zijn trouwens – treedt hij daadkrachtig op. Voor de rest geeft hij zijn bemanning graag alle ruimte om hun mening te ventileren en hij luistert ook echt naar die meningen.
Hij heeft dan ook een bemanning die bestaat uit zelfstandige, mondige en pro-actieve mensen die voor hem door het vuur gaan (in één aflevering zelfs bijna letterlijk).
Captain Jellico blijkt heel anders in elkaar te zitten. Hij blijkt iemand te zijn die simpelweg zegt: "Als ik zeg spring, dan springen jullie. En wel nu. En wel omdat ik de baas ben en jullie niet en je doet maar wat ik zeg". Die houding valt bij de bemanning van de Enterprise niet in goede aarde, First Officer William Riker en Counselor Deanna Troi doen wat ze kunnen. Met als effect dat Commander Riker op non-actief wordt gesteld en Counselor Troi "in charge of moral" wordt gemaakt (pardon??). Naarmate het commando van deze Captain Jellico langer duurt, zie je steeds meer mensen van hoog tot laag de hakken in het zand zetten, en heeft de Captain steeds meer moeite om zijn bevelen uitgevoerd te krijgen.
Aan het eind van het verhaal keert Jean-Luc Picard terug als Captain van de USS Enterprise, en heel de bemanning haalt opgelucht adem.
Of Captain Picard strikt Common Sense handelt weet ik niet zo goed – volgens mij gaat hij af en toe misschien wel een beetje "de fout in" - maar ik weet wel onder wie ik liever zou dienen als ik bij Starfleet zou zitten!
Captain Picard is mijn voorbeeld, een leider als hij wil ik ook worden.
Ciao,
Ingrid.
Bonus, bonus en bonus
Het bedrijf waar ik werk kent al jaren een bonus. Hoe die bonus er uit ziet, wisselt nog wel eens, maar een vorm van bonus is er altijd. Momenteel zijn The Powers That Be aan het nadenken over de constructie zoals die vorig jaar gebruikt werd en of dat wel handig is. Gecombineerd met de nieuwsberichten over bonussen de laatste tijd zette dat bij mij ook wat radertjes in beweging.
Want waarom bestaat een bonus eigenlijk?
Ik veronderstel dat het ooit begonnen is omdat je iemand die goed zijn best gedaan heeft en hard gewerkt heeft en goede kwaliteit afgeleverd heeft iets extra’s toe wilt stoppen. Als beloning omdat hij het zo goed gedaan heeft. Maar als je daar een of andere vage regeling voor hebt, gaan mensen vragen "Waarom krijgen Jantje en Pietje wel een extraatje en Klaasje niet?". En dat moet de baas dan weer gaan uitleggen en moeilijk doen enzo.
Volgende logische gedachte is - denk ik - dan "We gaan iets bedenken wat je duidelijk kunt meten, dat is objectief en eerlijk". En dan krijg je de problemen. In elk geval in mijn werk. Want aantal gewerkte uren kun je meten, en aantal regels programatuur misschien ook nog wel, maar hoe meet je of iemand een goede kwaliteit code afgeleverd heeft? En hoe meet je of iemand efficient gewerkt heeft? En hoe meet je of iemand de klant netjes te woord heeft gestaan, en of de klant tevreden is over het bedrijf? Als je niet regelmatig onderzoek daarnaar laat doen weet je dat niet, en als je daar wel onderzoek naar laat doen twijfelen mensen natuurlijk weer aan de betrouwbaarheid van dat onderzoek.
Als ik dan terugga naar mijn situatie, vraag ik me af of een bonus nu echt wel zin heeft. Ga ik daar echt harder mijn best voor doen?
Ga ik daar echt harder door werken?
Nou nee.
Dat ik erg mijn best doe en hard werk is voor mij een kwestie van eer (en fatsoen). Goede kwaliteit programmatuur afleveren is voor mij een kwestie van beroepstrots.
Bonus of niet
Wel beschouwd vind ik het krijgen van een bonus voor simpelweg hard werken zelfs beledigend. Denkt De Baas soms dat ik anders ga lopen lanterfanten? Dat ik dus een onbetrouwbare minkukel ben? Een bitch die alleen maar aan zichzelf denkt en never nooit niet aan het bedrijf waar ze werkt? Die met het vooruitzicht van een leuke zak geld in het korset gewrongen moet worden?
Dan denkt hij verkeerd!
Ik ben een harde en betrouwbare werker, bonus of geen bonus, o zo!
Dus hou die bonus maar, ik denk dat ik liever winstdeling heb.
Ciao,
Ingrid.
Want waarom bestaat een bonus eigenlijk?
Ik veronderstel dat het ooit begonnen is omdat je iemand die goed zijn best gedaan heeft en hard gewerkt heeft en goede kwaliteit afgeleverd heeft iets extra’s toe wilt stoppen. Als beloning omdat hij het zo goed gedaan heeft. Maar als je daar een of andere vage regeling voor hebt, gaan mensen vragen "Waarom krijgen Jantje en Pietje wel een extraatje en Klaasje niet?". En dat moet de baas dan weer gaan uitleggen en moeilijk doen enzo.
Volgende logische gedachte is - denk ik - dan "We gaan iets bedenken wat je duidelijk kunt meten, dat is objectief en eerlijk". En dan krijg je de problemen. In elk geval in mijn werk. Want aantal gewerkte uren kun je meten, en aantal regels programatuur misschien ook nog wel, maar hoe meet je of iemand een goede kwaliteit code afgeleverd heeft? En hoe meet je of iemand efficient gewerkt heeft? En hoe meet je of iemand de klant netjes te woord heeft gestaan, en of de klant tevreden is over het bedrijf? Als je niet regelmatig onderzoek daarnaar laat doen weet je dat niet, en als je daar wel onderzoek naar laat doen twijfelen mensen natuurlijk weer aan de betrouwbaarheid van dat onderzoek.
Als ik dan terugga naar mijn situatie, vraag ik me af of een bonus nu echt wel zin heeft. Ga ik daar echt harder mijn best voor doen?
Ga ik daar echt harder door werken?
Nou nee.
Dat ik erg mijn best doe en hard werk is voor mij een kwestie van eer (en fatsoen). Goede kwaliteit programmatuur afleveren is voor mij een kwestie van beroepstrots.
Bonus of niet
Wel beschouwd vind ik het krijgen van een bonus voor simpelweg hard werken zelfs beledigend. Denkt De Baas soms dat ik anders ga lopen lanterfanten? Dat ik dus een onbetrouwbare minkukel ben? Een bitch die alleen maar aan zichzelf denkt en never nooit niet aan het bedrijf waar ze werkt? Die met het vooruitzicht van een leuke zak geld in het korset gewrongen moet worden?
Dan denkt hij verkeerd!
Ik ben een harde en betrouwbare werker, bonus of geen bonus, o zo!
Dus hou die bonus maar, ik denk dat ik liever winstdeling heb.
Ciao,
Ingrid.
vrijdag 10 april 2009
Beschaving der dingen
Laatst hoorde ik op de radio een reclame van SIRE. Ze hadden het over onbewust asociaal, en verwezen daarbij ook naar een website die bij die campagne hoorde. Ik was nieuwsgierig geworden en nam eens een kijkje op die website.
Er stonden een aantal reclamefilmpjes op over dingen waar ik me af en toe behoorlijk aan kan ergeren: voordringen als je in de rij staat omdat je iemand ziet die je kent, gewoon doorbellen met je mobiele telefoon terwijl je probeert af te rekenen; dat soort dingen. Vooral het filmpje met de mobiele telefoon zette me aan het denken, want zo’n ding heb ik ook. In tweevoud zelfs: een voor het werk en een voor privé.
Eigenlijk is een telefoon best wel een onbeschoft ding.
Mobiel of vast, dat maakt niet uit.
Of je nu bezig bent of niet maakt het ding niet uit. Hij gaat toch af
Of je in gesprek bent of niet maakt het ding niet uit. Hij gaat toch af.
Of je in het theater zit of niet maakt het ding niet uit. Hij gaat toch af.
Wat goed dat er een uit-knop zit op een telefoontoestel!
Ciao,
Ingrid.
Er stonden een aantal reclamefilmpjes op over dingen waar ik me af en toe behoorlijk aan kan ergeren: voordringen als je in de rij staat omdat je iemand ziet die je kent, gewoon doorbellen met je mobiele telefoon terwijl je probeert af te rekenen; dat soort dingen. Vooral het filmpje met de mobiele telefoon zette me aan het denken, want zo’n ding heb ik ook. In tweevoud zelfs: een voor het werk en een voor privé.
Eigenlijk is een telefoon best wel een onbeschoft ding.
Mobiel of vast, dat maakt niet uit.
Of je nu bezig bent of niet maakt het ding niet uit. Hij gaat toch af
Of je in gesprek bent of niet maakt het ding niet uit. Hij gaat toch af.
Of je in het theater zit of niet maakt het ding niet uit. Hij gaat toch af.
Wat goed dat er een uit-knop zit op een telefoontoestel!
Ciao,
Ingrid.
Abonneren op:
Posts (Atom)