Een Rubense Schone geeft haar meningen, gedachten en gevoelens over alles wat het leven haar brengt. De proza wordt hier gepubliceerd, gedichten worden verzameld op ingridsgedichten.blogspot.com.
Ik publiceer onregelmatig, dus abonneren op rss of e-mail is handig.
zondag 28 november 2010
Mijn eerst be-apple-de dagen
Nieuwjaarsdag ben ik jarig. Vieren doe ik het nooit, maar ik koop wel altijd een mooi cadeau voor mezelf. Soms klein, soms groot maar altijd iets wat ik normaliter nooit voor mezelf zou kopen omdat het te nutteloos, te duur, te onzinnig, te "maar-dat-hoort-toch-niet", te wat-dan-ook is. Vorig jaar bijvoorbeeld heb ik Guitar Hero gekocht voor mezelf. Voor bij mij WII. En een goede keuze was dat want het is een tof spel en ik geniet er nog steeds regelmatig van om even te spelen en te doen alsof ik een Rock Ster ben.
Maar dit jaar was ik eigenlijk aan een nieuwe computer toe. De mijne, een oude windowsdoos van toen XP net uit was, werd toch wel steeds trager en onhandelbaarder enzo. En eigenlijk wou ik ook wel iets meeneembaarders. Nu heb ik een flink aantal kennissen die de laatste twee jaar een nieuwe computer gekocht hebben. En allemaal zijn ze overgestapt op een Mac en allemaal zijn ze laaiend enthousiast.
Dus besloot ik om dit jaar mezelf een nieuwe computer te geven, een laptop, en om bij de keuze ook serieus te kijken naar een apple. Want het kon natuurlijk zijn, zo dacht ik in mijn meestal nogal cynische brein, dat het enthousiasme in mijn kennissenkring slechts ingegeven was door de hoge prijs die zij betaald hadden, doch er was natuurlijk een klein kansje dat apple echt handiger was. Dus moest ik er toch maar eens objectief naar kijken. En dat heb ik gedaan. Ik heb flink op internet gezocht, flink reviews gelezen, in de V&D bij Dixons naar alle mooi uitgestalde iMacs en macBoocs gekeken en van alles geprobeerd en uiteraard gepraat met een paar beMacte kennissen over wat hen nou zo aantrok in Apple. En ik raakte toch wel overtuigd van het feit dat een Apple best wel cool zou zijn om te hebben, uiteraard omdat het een handig ding is waar ik als verstokte windowsgebruiker vast wel snel aan kon wennen, maar natuurlijk ook vanwege het hoge kijk-mij-een-mac-hebben-ogen-uitsteek-gehalte, het gadgetgehalte dus.
Dus besloot ik om mezelf een macBook te geven voor mijn verjaardag.
Afgelopen dinsdag heb ik hem gekocht.
Woensdag werkte ik thuis dus kon ik er alvast flink aan wennen. Dat wennen valt trouwens wel mee, de meeste sneltoetsen bijvoorbeeld zijn bijna hetzelfde alleen druk ik nu op Command-S als ik wil opslaan in plaats van op Ctrl-S zoals bij windows. En zo zijn de meeste sneltoetsen bijna hetzelfde, dat stapt dus alvast makkelijk over.
Aangenaam verbaasd was ik vooral over het feit dat mijn printer/scanner (een canon MP520) het gewoon deed toen ik hem in de macbooc plugde. Ik zat maar te wachten en te wachten op een installatiedingetje, windows zegt dat immers altijd, dat hij nieuwe hardware gedetecteerd heeft en of je die wilt installeren enzo. Niets van dat alles. Uiteindelijk besloot ik maar om in de Systeemvoorkeuren te kijken (ik snapte al heel snel dat dat de appleversie van het configuratiescherm is) en zag daar zomaar ineens die printer staan. En scannen en printen werkte ook nog gewoon!
Een tweede zeer aangename verrassing kwam toen ik mijn fotocamera - een Canon EOS 350D - wilde installeren en wat wilde spelen met de daaruit komende RAW-bestanden. Onder windows was dat een heel gedoe, eerst om die raws op de HD te krijgen en vervolgens op internet op zoek naar een programma om ze te bewerken, wat uiteindelijk Rawshooter Essentials werd. Iets dergelijks verwachtte ik nu toch ook wel weer. Maar toen ik in Finder op zoek ging naar de CR2-bestanden zag ik in Voorvertoning een plaatje. Dat betekende dat hij snapte dat het een raw-plaatje was en na wat hanessen had ik in iPhoto de juiste schuifjes gevonden voor belichting en contrast en dergelijke en kon ik er zo een jpgje uitplukken die ik wou hebben.
Ik begin nog maar net, ben een nieuweling in de applewereld en moet nog wat wennen aan allerlei sneltoetsen op de mac, maar vind het toch wel een goed idee van mezelf om mij een macBook te gunnen!
Ciao,
Ingrid.
dinsdag 9 november 2010
Licht in de duisternis
Een paar weken geleden is de wintertijd weer ingegaan. Dat betekent 's ochtends met donker naar mijn werk en 's avonds met donker weer naar huis. Vroeger had ik daar eigenlijk nooit zo veel problemen mee, maar tegenwoordig vind ik dat eigenlijk maar niks.
Vorige winter had ik het voor het eerst: heel de tijd een slecht humeur, chagrijnig, neerslachtig, er was geen land te bezeilen met mij. Het werd zelfs zo erg dat ik er commentaar op begon te krijgen van collega's - die dat van mij niet gewend waren - en ik daar nóg weer neerslachtiger van werd. Maar aan het einde van elke tunnel gloort een sprankje licht dus ook die winter ging voorbij. En met het terugkeren van het licht keerde ineens ook mijn goede humeur weer terug, wat mij toen behoorlijk aangenaam verraste.
Kennelijk ben ik gevoelig voor lichttekort.
Maar waarom heb ik daar dan nooit eerder last van gehad? Na wat nadenken en piekeren realiseerde ik me dat het enige echte verschil was, dat we van het werk verhuisd waren van het oude pand aan de Kadijk naar het nieuwe pand aan de Europaweg. We gingen er behoorlijk op vooruit vond ik toen, en vind ik nog steeds. Alleen qua verlichting misschien niet, dus ben ik daar eens op gaan letten. En inderdaad is het nieuwe pand donkerder dan het oude. Of in elk geval mijn werkplek in het nieuwe pand. Maar wat doe ik er dan aan?
Ik had twee opties, zo dacht ik:
- niks doen en de volgende winterdepressie afwachten
- op zoek gaan naar informatie over lichttherapie enzo
Ik besloot om niet lijdzaam af te wachten, maar wat te gaan doen. Collega's en vrienden raadden me aan om een daglichtlamp te kopen en om tijdens de wintertijd elke ochtend extra vitamine D te slikken. Tijdens mijn vakantie besloot ik tot beide, heb ik vitamine D gekocht, een daglichtlamp gekocht en ook zo'n nieuwerwetse Philips lichtwekker. En elke ochtend word ik nu met de lichtwekker wakker en zit ik een poosje bij de daglichtlamp.
En ik heb een supergoed humeur en voel me ontzettend energiek!
Ondanks die vermaledijde kou en duisternis buiten.
Leve de daglichtlamp!!
Ciao,
Ingrid.
Labels:
blog,
daglichtlamp,
donker,
licht,
lichttherapie,
winter,
wintertijd
woensdag 27 oktober 2010
Doei Zomer, tot volgend jaar
Bladeren geel
Lucht grijs
Koude regen
Stormwind
Doei Zomer
maandag 28 juni 2010
Panem et circenses
Normaal ben ik niet zo'n sportkijker. Live erbij zijn vind ik bij sommige sporten nog wel leuk, bijvoorbeeld bij stijldansen, shorttrack schaatsen en american football, maar op de televisie naar sport kijken vind ik maar niks. Ik verveel me dan zó gauw! Maar deze dagen zit iedereen aan de buis gekluisterd te kijken naar de verrichtingen van 11 meneren in oranje t-shirts in Zuid-Afrika. Dus dacht ik toch maar eens te gaan proberen om een voebalwedstrijd te kijken. Wie weet zou ik het wel leuk vinden.
De eerste groepswedstrijd van het nederlands elftal zou op een maandagmiddag gespeeld worden. En bij ons op het werk in de kantine kon je dan naar het voetbal gaan kijken, samen met je collega's. Dat leek me wel een goed moment om het eens te proberen: naar een voetbalwedstrijd kijken. Dan moest ik immers wel kijken; ik kon niet stiekem internetten, of een goed boek lezen, of iets anders doen wat thuis normaliter mijn aandacht van de televisie af zou leiden. Dus toen de wedstrijd begon zat ik (helemaal achterin) de kantine naar de wedstrijd te kijken. Ik was er al gauw achter dat voetbal mij nog steeds niet boeit, maar kreeg er wel plezier in om mijn voetbalminnende collega's te bestuderen.
Ze zaten namelijk vol aandacht te kijken. Hier en daar werd fluisterend met een buurman of -vrouw van gedachten gewisseld over de wedstrijd. Het was muisstil, je kon een speld horen vallen. Totdat het nederlands elftal een doelpunt scoorde: als één man stond iedereen op om te juichen. Ook de rest van de wedstrijd leefden de mensen helemaal mee, kreten van teleurstelling toen een nederlander nét miste, nogmaals gejuich toen het nederlandse team weer een doelpunt scoorde. En na de wedstrijd ging iedereen vrolijk en opgewekt weer aan het werk om de verloren werktijd in te halen. Het schoot me door mijn hoofd dat je zo eigenlijk geen kind had aan al die mensen, en onwillekeurig moest ik even denken aan de oude romeinen. Je weet wel, die militairen uit de Asterix-strips, die door Obelix steevast "rare jongens" genoemd worden. Die gaven hun volk immers brood en spelen. Tweeduizend jaar later is het dan bier en voetbal geworden, maar is er wel zoveel verschil tussen toen en nu?
Want zolang ze voetbal kijken, heb je geen kind aan voetballiefhebbers. En er zijn ongetwijfeld niet-zo-aardige mensen op deze wereld die vinden dat mensen zich beter druk kunnen maken om doelpunten van FC Groningen (of Ajax of Feyenoord voor de niet-Groningers onder u misschien) dan over de wereldpolitiek. Verdeel je volk in aanhangers van de verschillende elftallen en heers over hen.
Zoiets.
Maar alles met elkaar genomen denk ik dat ik voetbal toch beter vind dan gladiatorengevechten; die laatste waren zó bloederig! Dat dat kon, en dat mensen dat zelfs graag wilden zien geeft wel duidelijk aan dat de romeinse cultuur heel anders was dan die van ons is. Nu zou zo'n gevecht niet meer kunnen, zelfs al zouden de deelnemers dat vrijwillig doen.
Soms vraag ik me af of gladiatorengevechten écht altijd tot de dood gingen; want als dat zo was, hoe kwamen ze dan aan nieuwe goedgetrainde gladiatoren? Mensen opleiden kost tijd tenslotte, dat was toen niet anders dan nu. Als je te veel wedstrijden houdt, hou je op een gegeven moment maar één gladiator over, en tegen wie moet hij dan vechten? De onoverwinnelijkheidsdrank van Panoramix zal in het echt niet bestaan hebben, denk ik zo, dus moet je tijd steken in opleiden van mensen (want soldaten kun je natuurlijk niet gebruiken, wie verdedigt dan nog de grenzen van het rijk?).
In ieder geval lijkt het me toe dat de grote lijnen in tweeduizend jaar tijd niet echt veranderd zijn: je kunt als leider je volk kennelijk nog steeds tevreden houden met brood en spelen. Maar de spelen zelf en de mensen die er naar kijken zijn gelukkig wél beschaafder geworden want we hoeven nu niet meer zonodig mensen dood te zien gaan in de arena.
Voetbal is zo slecht nog niet.
Ciao,
Ingrid.
maandag 7 juni 2010
WK, WK
Het Wereldkampioenschap Voetbal staat weer voor de deur. En zowel in de winkels als op straat is dat inmiddels goed te merken. In de winkels is het al oranje wat de klok slaat, en in de straten hebben sommige mensen hele straten en pleinen versierd met oranje vlaggetjes en oranje slingers enzo. Mensen vinden de combinatie "Nederlands Elftal" en "Wereldkampioenschap" duidelijk erg interessant.
Zelfs op de televisie en op internet kan ik er niet meer omheen. Ik kijk niet zo heel veel naar de televisie, en als ik kijk, kijk ik meestal naar National Geographic. En zelfs die proberen een graantje mee te pikken van de algehele WK-gekte want ze hebben een documentaire gemaakt over de bouw van de WK-stadions in Zuid-Afrika. En op bushokjes zie ik posters met de vraag of ik WK-ready ben, en op internet word ik lastig gevallen door nogal opvallende reclames met soortgelijke vragen. Alles en iedereen is oranje en die paar mensen die niet meedoen worden meewarig aangekeken.
Maar zo'n WK-gekte geldt alleen voor voetbal. Voor andere sporten komen mensen hun deur niet uit, en cameraploegen ook niet zo veel, lijkt het. Zo ben ik afgelopen zondag bijvoorbeeld naar een wedstrijd American Football geweest en heb ik ontdekt dat ik dat spectaculairder vind om te zien dan gewoon voetbal. Maar veel publiek trekt dat niet in Nederland, vergeleken met de overvolle stadions die de Eredivisie bijvoorbeeld trekt. Het rare is, dat rugby (mag ik eigenlijk wel rubgy zeggen?) aan de andere kant van de oceaan veel populairder is dan ons voetbal. Een eender verschijnsel doet zich voor bij schaatsen: heel Nederland volgt het lange-baan-schaatsen, maar van shorttrack heeft bijna niemand gehoord. En ook dat is in Amerika precies andersom.
En er zijn zoveel onbekende sporten te ontdekken die hardstikke tof zijn. Wat te denken bijvoorbeeld van curling of korfbal of concours hippique of dressuur of typisch amerikaanse paardensporten als "reining" en "cutting" (erg spectaculair! wikipedia )? Nou ja, concours hippique zie je af en toe nog wel eens op de televisie, dus cameraploegen interesseren zich daar in elk geval wel voor. En op de Duitse televisie is heel af en toe nog wel eens een stijldanswedstrijd te zien. Maar als één van de Nederlandse stijldansers naar het wereldkampioenschap mag, zie ik geen oranje straten en ook geen oranje winkels. En als dansliefhebber steekt dat toch een beetje, ook al vind ik dat van de winkels begrijpelijk; dansen verkoopt niet, en voetbal verkoopt wel.
Alles met elkaar doet het me wel afvragen wat er nu zo interessant en spannend is aan voetbal.
En ondanks alles hoop ik stiekem toch een beetje dat het Nederlands Elftal het gebeuren in Zuid-Afrika wint. Ik ben patriottisch genoeg om dát toch wel leuk te vinden.
Maar ik ga geen pletter-pet dragen!
Ciao,
Ingrid.
Zelfs op de televisie en op internet kan ik er niet meer omheen. Ik kijk niet zo heel veel naar de televisie, en als ik kijk, kijk ik meestal naar National Geographic. En zelfs die proberen een graantje mee te pikken van de algehele WK-gekte want ze hebben een documentaire gemaakt over de bouw van de WK-stadions in Zuid-Afrika. En op bushokjes zie ik posters met de vraag of ik WK-ready ben, en op internet word ik lastig gevallen door nogal opvallende reclames met soortgelijke vragen. Alles en iedereen is oranje en die paar mensen die niet meedoen worden meewarig aangekeken.
Maar zo'n WK-gekte geldt alleen voor voetbal. Voor andere sporten komen mensen hun deur niet uit, en cameraploegen ook niet zo veel, lijkt het. Zo ben ik afgelopen zondag bijvoorbeeld naar een wedstrijd American Football geweest en heb ik ontdekt dat ik dat spectaculairder vind om te zien dan gewoon voetbal. Maar veel publiek trekt dat niet in Nederland, vergeleken met de overvolle stadions die de Eredivisie bijvoorbeeld trekt. Het rare is, dat rugby (mag ik eigenlijk wel rubgy zeggen?) aan de andere kant van de oceaan veel populairder is dan ons voetbal. Een eender verschijnsel doet zich voor bij schaatsen: heel Nederland volgt het lange-baan-schaatsen, maar van shorttrack heeft bijna niemand gehoord. En ook dat is in Amerika precies andersom.
En er zijn zoveel onbekende sporten te ontdekken die hardstikke tof zijn. Wat te denken bijvoorbeeld van curling of korfbal of concours hippique of dressuur of typisch amerikaanse paardensporten als "reining" en "cutting" (erg spectaculair! wikipedia )? Nou ja, concours hippique zie je af en toe nog wel eens op de televisie, dus cameraploegen interesseren zich daar in elk geval wel voor. En op de Duitse televisie is heel af en toe nog wel eens een stijldanswedstrijd te zien. Maar als één van de Nederlandse stijldansers naar het wereldkampioenschap mag, zie ik geen oranje straten en ook geen oranje winkels. En als dansliefhebber steekt dat toch een beetje, ook al vind ik dat van de winkels begrijpelijk; dansen verkoopt niet, en voetbal verkoopt wel.
Alles met elkaar doet het me wel afvragen wat er nu zo interessant en spannend is aan voetbal.
En ondanks alles hoop ik stiekem toch een beetje dat het Nederlands Elftal het gebeuren in Zuid-Afrika wint. Ik ben patriottisch genoeg om dát toch wel leuk te vinden.
Maar ik ga geen pletter-pet dragen!
Ciao,
Ingrid.
maandag 10 mei 2010
13g?
Sommige mensen zijn erg bijgelovig.
Ze lopen niet onder een trap door, gruwen van zwarte katten, blijven op vrijdag de dertiende veilig thuis en willen in een hotel beslist niet op een dertiende verdieping of in een kamer dertien slapen. Ik heb me laten vertellen dat vooral aan de andere kant van de Atlantische Oceaan dat aantal bijgelovige mensen best wel groot schijnt te zijn - hoewel ik dat niet uit de eerste hand weet. Vooral dertien schijnt niet zo'n prettig getal te zijn.
De mythe van vrijdag de dertiende is al oud, volgens een documentaire op Discovery (of National Geograpic, dat weet ik niet meer) zou die ontstaan zijn in de middeleeuwen. In die periode had je de Tempeliers, die op een gegeven moment best wel erg rijk en machtig waren. Toen dat de paus niet meer zinde, liet hij orders uitgaan naar alle uithoeken van de christelijke wereld, die op een vrijdag de dertiende uitgevoerd moesten worden. De orders in kwestie bleken het vernietigen van de tempeliers te behelzen, ze werden aangeklaagd voor afgoderij of ketterij of hoe het heet, ze zouden niet God aanbidden maar iemand die Baphomet heette. En sindsdien is vrijdag de dertiende een ongeluksdag en dertien een ongeluksgetal, aldus die documentaire.
Nu werk ik al jaren met Oracle-technologie, mijn werk bestaat uit programmeren in onder andere PL/SQL en dat is op een oracle-database. Inmiddels is Oracle toe aan release 11g van zijn database, dus nog 1 grote release - 12g - en dan komt de dertien in zicht. De gevreesde ongeluksdertien, waar rechtgeaarde techneuten als wij natuurlijk niet in geloven.
En nu vraag ik me af: zou Oracle een 13g uitbrengen, of zouden ze die overslaan en direct doorstomen naar 14g, gewoon voor het geval dàt?
We zullen het zien!
Ze lopen niet onder een trap door, gruwen van zwarte katten, blijven op vrijdag de dertiende veilig thuis en willen in een hotel beslist niet op een dertiende verdieping of in een kamer dertien slapen. Ik heb me laten vertellen dat vooral aan de andere kant van de Atlantische Oceaan dat aantal bijgelovige mensen best wel groot schijnt te zijn - hoewel ik dat niet uit de eerste hand weet. Vooral dertien schijnt niet zo'n prettig getal te zijn.
De mythe van vrijdag de dertiende is al oud, volgens een documentaire op Discovery (of National Geograpic, dat weet ik niet meer) zou die ontstaan zijn in de middeleeuwen. In die periode had je de Tempeliers, die op een gegeven moment best wel erg rijk en machtig waren. Toen dat de paus niet meer zinde, liet hij orders uitgaan naar alle uithoeken van de christelijke wereld, die op een vrijdag de dertiende uitgevoerd moesten worden. De orders in kwestie bleken het vernietigen van de tempeliers te behelzen, ze werden aangeklaagd voor afgoderij of ketterij of hoe het heet, ze zouden niet God aanbidden maar iemand die Baphomet heette. En sindsdien is vrijdag de dertiende een ongeluksdag en dertien een ongeluksgetal, aldus die documentaire.
Nu werk ik al jaren met Oracle-technologie, mijn werk bestaat uit programmeren in onder andere PL/SQL en dat is op een oracle-database. Inmiddels is Oracle toe aan release 11g van zijn database, dus nog 1 grote release - 12g - en dan komt de dertien in zicht. De gevreesde ongeluksdertien, waar rechtgeaarde techneuten als wij natuurlijk niet in geloven.
En nu vraag ik me af: zou Oracle een 13g uitbrengen, of zouden ze die overslaan en direct doorstomen naar 14g, gewoon voor het geval dàt?
We zullen het zien!
maandag 26 april 2010
Telefoongewoontes
Af en toe vallen mij vreemde dingen op. Althans, ik vermoed dat ze vreemd zijn, want als ik over zulke dingen begin tegen anderen krijg ik steevast de opmerking: "Hè? Let jij op zùlke dingen?". In ieder geval spelfouten zijn daar altijd bij, want op de één of andere manier ben ik altijd de enige die ze lijkt te vinden en ze erg lijkt te vinden, vooral in mijn eigen schrijfsels. En wat voor schoenen iemand draagt, dat valt mij ook gauw op. En ondanks dat iedereen schijnt te denken dat ik er op let, let ik er niet op. Niet bewust tenminste, het valt me gewoon op, staart mij ineens vanuit het niets recht in de ogen. Het valt me gewoon op, zoals een lamp in een donkere kamer opvalt. Je ziet het gewoon, kunt er ook niet omheen kijken als je het eenmaal gezien hebt.
Zo viel mij laatst iets op waar ik nog niet eerder bij stilgestaan heb. Je hebt namelijk verschillende manieren om je te concentreren op een telefoongesprek. Je concentreren op het gesprek dat je voert is belangrijk, en omdat je geen gezicht hebt om naar te kijken moet je extra energie in het gesprek steken, want je moet uit de klank van de stem de gezichtuitdrukkingen erbij bedenken. Dus concentratie is belangrijk. Nu bereiken verschillende mensen die concentratie op verschillende manieren, maar heb ik toch al een paar algemene "telefoontypes" kunnen identificeren:
De wandelaar:
Dit type beller drentelt heen en weer tijdens het bellen. Dit type viel mij op doordat één van mijn collega's van verderop in de kantoortuin dit doet, en op een gegeven moment de gewoonte aannam om naar ons hoekje van de tuin te komen lopen en daar al bellend heen en weer te blijven lopen. Toen één van mijn jongens de collega in kwestie met zachte dwang naar de koffieautomaat begeleidde, besloot ik om eens op dat gedrag te letten. Al gauw kwam ik er achter dat er meer mensen in mijn omgeving zijn die wat heen en weer drentelen tijdens hun telefoongesprek. De wandelaar had ik geïdentificeerd!
De uit-het-raam-kijker:
Dit is een vrij ongebruikelijk type. Tot dusver heb ik er nog maar één van weten te vinden, namelijk mijn baas. Die zit in een kantoortje met een grote ruit, en door die ruit zie ik hem precies achter zijn bureau zitten. Vaak is hij aan de telefoon, want dingen geregeld krijgen hoort bij bazen-werk. En vaak zit hij daarbij uit het raam te kijken. Ik weet niet wat voor gesprekken hij voert; ik ben er niet bij als hij aan het bellen is en weet dus ook niet of dat de makkelijjkere of de moeilijkere gesprekken zijn. Maar ik gok dat dat uit het raam kijken gebeurt bij gesprekken waar meer aandacht voor nodig is.
De ogen-dicht-doener:
Hier hoor ik zelf bij. Het is moeilijk te zien want dit telefoontype blijft gewoon in de stoel zitten, doet enkel de ogen dicht en valt dus helemaal niet op. Ik doe dat vooral bij de moeilijkere gesprekken, om me te kunnen concentreren op het gesprek en mijn gesprekspartner. De al dan niet aanwezige emotie in de stem te kunnen horen ook. Ik heb buiten mezelf nog nooit een ander ontdekt, heb dus ook geen idee hoeveel mensen verder in deze groep horen, en ik weet dan ook alleen dat ze bestaan omdat ik er zelf één ben.
De een-stil-hoekje-opzoeker:
Deze is redelijk makkelijk te spotten, in ieder geval in ons gebouw aan de Europaweg als je een dagje over hebt. Op de begane grond hebben we daar een drietal hele grote stoelen staan, met grote "flappen" op hoofdhoogte. Iedereen noemt ze oorstoelen. En regelmatig zie je daar mensen in zitten, soms omdat ze simpelweg rust nodig hebben om na te denken, maar vaak ook houden ze een mobiele telefoon tegen het oor en hebben ze dat rustige hoekje opgezocht om ongestoord te kunnen bellen.
De zomaar-wat-op-papier-droedelaar:
Dit type heeft bij voorkeur papier en pen bij de hand tijdens het bellen. Tijdens het gesprek zitten ze dan gedachtenloos zomaar wat op het papier te knoeien. Soms abstracte vormen, soms geometrische vormen, maar er zijn ook mensen die kleine tekeningetjes maken. Tijdens een vergadering ofzo doen ze dat ook vaak, omdat dit gedrag droedelen schijnt te heten heb ik dit telefoontype maar de droedelaar genoemd. Elke droedelaar schijnt overigens een vast vormpje te hebben dat hij of zij graag droedelt, en er zijn mensen die roepen dat dat vormpje weer iets zegt over je gedrag. Dat het uitmaakt of je vierkantjes of rondjes krabbelt ofzoiets.
Bovenstaand lijstje doornemend stel ik me zo voor dat iemand die zo een lijst voor de komst van de mobiele telefoon gemaakt zou hebben, een heel andere lijst gekregen zou hebben. Een wandelaar bijvoorbeeld, zou beperkt worden door de lengte van de draad, en dus thuis al gauw een hele lange draad tussen telefoontoestel en wandcontactdoos willen hebben. Uit-het-raam-kijkers zouden er ook wel geweest zijn en misschien achter-de-geranium-zitters geheten hebben, droedelaars zouden er ook zijn, maar een-stil-hoekje-opzoekers denk ik niet. Daar zou de draad immers niet lang genoeg voor zijn.
Aan de andere kant zou je toen telefoondraad-in-en-uit-de-knoop-makers gehad hebben, met andere woorden mensen die steeds met de telefoondraad zitten te spelen tijdens het gesprek. Daar was ik één van toen je nog telefoondraden had.
Wat is jullie manier om je te concentreren op een telefoongesprek?
Ciao,
Ingrid.
Zo viel mij laatst iets op waar ik nog niet eerder bij stilgestaan heb. Je hebt namelijk verschillende manieren om je te concentreren op een telefoongesprek. Je concentreren op het gesprek dat je voert is belangrijk, en omdat je geen gezicht hebt om naar te kijken moet je extra energie in het gesprek steken, want je moet uit de klank van de stem de gezichtuitdrukkingen erbij bedenken. Dus concentratie is belangrijk. Nu bereiken verschillende mensen die concentratie op verschillende manieren, maar heb ik toch al een paar algemene "telefoontypes" kunnen identificeren:
- de wandelaar
- de uit-het-raam-kijker
- de ogen-dicht-doener
- de een-stil-hoekje-opzoeker
- de zomaar-wat-op-papier-droedelaar
De wandelaar:
Dit type beller drentelt heen en weer tijdens het bellen. Dit type viel mij op doordat één van mijn collega's van verderop in de kantoortuin dit doet, en op een gegeven moment de gewoonte aannam om naar ons hoekje van de tuin te komen lopen en daar al bellend heen en weer te blijven lopen. Toen één van mijn jongens de collega in kwestie met zachte dwang naar de koffieautomaat begeleidde, besloot ik om eens op dat gedrag te letten. Al gauw kwam ik er achter dat er meer mensen in mijn omgeving zijn die wat heen en weer drentelen tijdens hun telefoongesprek. De wandelaar had ik geïdentificeerd!
De uit-het-raam-kijker:
Dit is een vrij ongebruikelijk type. Tot dusver heb ik er nog maar één van weten te vinden, namelijk mijn baas. Die zit in een kantoortje met een grote ruit, en door die ruit zie ik hem precies achter zijn bureau zitten. Vaak is hij aan de telefoon, want dingen geregeld krijgen hoort bij bazen-werk. En vaak zit hij daarbij uit het raam te kijken. Ik weet niet wat voor gesprekken hij voert; ik ben er niet bij als hij aan het bellen is en weet dus ook niet of dat de makkelijjkere of de moeilijkere gesprekken zijn. Maar ik gok dat dat uit het raam kijken gebeurt bij gesprekken waar meer aandacht voor nodig is.
De ogen-dicht-doener:
Hier hoor ik zelf bij. Het is moeilijk te zien want dit telefoontype blijft gewoon in de stoel zitten, doet enkel de ogen dicht en valt dus helemaal niet op. Ik doe dat vooral bij de moeilijkere gesprekken, om me te kunnen concentreren op het gesprek en mijn gesprekspartner. De al dan niet aanwezige emotie in de stem te kunnen horen ook. Ik heb buiten mezelf nog nooit een ander ontdekt, heb dus ook geen idee hoeveel mensen verder in deze groep horen, en ik weet dan ook alleen dat ze bestaan omdat ik er zelf één ben.
De een-stil-hoekje-opzoeker:
Deze is redelijk makkelijk te spotten, in ieder geval in ons gebouw aan de Europaweg als je een dagje over hebt. Op de begane grond hebben we daar een drietal hele grote stoelen staan, met grote "flappen" op hoofdhoogte. Iedereen noemt ze oorstoelen. En regelmatig zie je daar mensen in zitten, soms omdat ze simpelweg rust nodig hebben om na te denken, maar vaak ook houden ze een mobiele telefoon tegen het oor en hebben ze dat rustige hoekje opgezocht om ongestoord te kunnen bellen.
De zomaar-wat-op-papier-droedelaar:
Dit type heeft bij voorkeur papier en pen bij de hand tijdens het bellen. Tijdens het gesprek zitten ze dan gedachtenloos zomaar wat op het papier te knoeien. Soms abstracte vormen, soms geometrische vormen, maar er zijn ook mensen die kleine tekeningetjes maken. Tijdens een vergadering ofzo doen ze dat ook vaak, omdat dit gedrag droedelen schijnt te heten heb ik dit telefoontype maar de droedelaar genoemd. Elke droedelaar schijnt overigens een vast vormpje te hebben dat hij of zij graag droedelt, en er zijn mensen die roepen dat dat vormpje weer iets zegt over je gedrag. Dat het uitmaakt of je vierkantjes of rondjes krabbelt ofzoiets.
Bovenstaand lijstje doornemend stel ik me zo voor dat iemand die zo een lijst voor de komst van de mobiele telefoon gemaakt zou hebben, een heel andere lijst gekregen zou hebben. Een wandelaar bijvoorbeeld, zou beperkt worden door de lengte van de draad, en dus thuis al gauw een hele lange draad tussen telefoontoestel en wandcontactdoos willen hebben. Uit-het-raam-kijkers zouden er ook wel geweest zijn en misschien achter-de-geranium-zitters geheten hebben, droedelaars zouden er ook zijn, maar een-stil-hoekje-opzoekers denk ik niet. Daar zou de draad immers niet lang genoeg voor zijn.
Aan de andere kant zou je toen telefoondraad-in-en-uit-de-knoop-makers gehad hebben, met andere woorden mensen die steeds met de telefoondraad zitten te spelen tijdens het gesprek. Daar was ik één van toen je nog telefoondraden had.
Wat is jullie manier om je te concentreren op een telefoongesprek?
Ciao,
Ingrid.
Abonneren op:
Posts (Atom)