Posts tonen met het label winter. Alle posts tonen
Posts tonen met het label winter. Alle posts tonen

zaterdag 17 februari 2018

Toch nog fris

Oké, laatst zat ik dus te dromen over terrasjes, en mooi weer en lekker warm en zo. Van kwinkelerende vogels, en lieve kuikentjes en pasen. Eigenlijk zit ik daar dus nog steeds naar te verlangen. En ik niet alleen, er zijn meer mensen in mijn omgeving die de kou wel zat zijn.

Dus nu de dagen echt serieus langer worden, kunnen we reikhalzend vooruit kijken naar dat lenteweer.

Deze week kwam de zon er serieus bij.
Dat gaat dus al vooruit en begint al leuk te lijken op lente.

Helaas neemt die zon noordoostenwind met zich mee, waardoor het toch nog best koud fris is. Maar tegen de kou kun je je kleden, gelukkig. Een lekker warme trui doet wonderen, en een lekker warme jas ook. Afmaken met een sjaal, een muts en wanten, en klaar ben je.

De zon alleen al doet veel mensen goed: iedereen praat er opgetogen over. Iedereen lijkt het leuk te vinden om hem te zien. En mensen met COPD en astma vinden dit weer ook mooi omdat ze dan meer lucht hebben. Mistig weer, daar worden ze maar benauwd van.

Zegt mijn moeder, tenminste, en die kan het weten want die heeft COPD.

Dus ook al is het koud knap fris, met die zon er bij zit ik bij de middagthee toch graag even te dromen van de naderende lente.

Komende woensdag nog 1 maand, en dan begint 'ie!


vrijdag 2 februari 2018

Mooi of warm?

Vandaag is het warmetruiendag. Tenminste, dat riep de wekelijkse nieuwsbrief van het werk. "Vrijdag 2 februari is het warmetruiendag en Ordina doet mee. Doe dus een warme trui aan want de thermostaat gaat ook bij ons een graadje lager".

Een warme trui aan is altijd een goede raad in dit jaargetijde. Regen, natte sneeuw, gewone sneeuw, we kunnen het allemaal tegenkomen. "Winterse buien", zegt Harma Boer 's ochtends op de autoradio. Komende week wordt het 's nachts weer onder nul. Het zou me niets verbazen als we dan weer een paar dagen ouderwets elke dag autoruiten moeten krabben 's ochtends. Ik heb dan ook een warme trui aan. Een door mijn moeder zelf gebreide, nog wel (en een hele mooie natuurlijk!).

Maar toen ik vanochtend even in de stad rondstruinde, en daarna bij de bushalte stond te wachten op de bus, bleek duidelijk niet iedereen door te hebben dat in de koude winter weleens, ahum, koud kan zijn.

Een meisje had een kort en niet echt warm ogend spijkerjack aan, met daaronder een rokje dat amper over haar billen kwam. Een paar keurig gezwartepanty-de benen staken er onderuit, eindigend in een paar zwarte loafers. Ik kreeg het al koud als ik naar haar keek, dus ik keek maar niet naar haar.

"Ugh, wat is het koud", klaagde ze tegen een meisje dat naast haar stond en die kennelijk een vriendin was.
"Eigen schuld", zei het meisje terug, "had je maar warmere kleren aan moeten trekken".

In ieder geval had één van die twee een mooie dosis gezond verstand.

Ergens irriteert me dat dan weer mateloos. Dat je mooi wilt zijn, geen probleem. Dat je mooi over warm verkiest in de winter, geen probleem zolang ik maar niet mee hoef te doen.

Maar ga dan niet lopen jammeren dat je het koud hebt. Trek dan gewoon een warme spijkerbroek aan, met lekkere warme winterwandelschoenen, een trui en een lekker warme winterjas.

zaterdag 2 september 2017

IJs bij de kachel

Foto: jen (flickr)
Laatst kwam ik op internet, nou ja, eigenlijk op pinterest, een meme tegen, die de volgende tekst bevatte:

"People who say it's too cold for ice cream are people you don't need in your life".

Oftewel in het Nederlands:

"Mensen die zeggen dat het te koud is voor ijs, zijn mensen die je niet nodig hebt in je leven."

Dat riep meteen een herinnering op. Aan ijs. En aan Oma. En aan een ijsje halen midden in de winter.

Vlakbij waar Oma woonde was een pleintje met wat winkels. Gewoon zo'n lokaal wijkwinkelpleintje. Er was een Fred van der Werff (later de Boer en nog later Super De Boer), er was een fietsenwinkel, een warme bakker, een postkantoor, een kiosk, en er was ook een Jamin. En bij die Jamin verkochten ze onder andere ijs. Rechthoekige ijsjes, en je deed dan een ijsje tussen twee wafeltjes en zo at je 'm op. Woensdagmiddag na school gingen we naar Oma, en dan liepen we in de loop van de middag even naar het plein. En soms, soms, soms mochten we een ijsje van Oma. En ze nam er zelf ook een.

Ook midden in de winter, als het koud was en sneeuw-achtig en zo.

En dan vertelde ze over een tante van haar, Tante Anna, die wel eens op bezoek kwam. Dan vertelde over hoe Tante Anna een decolleté verschrikkelijk vond. "Hai, wat ja bloot", zei ze dan. En over hoe dol Tante Anna was op ijs. Ook in de winter. Oma vertelde dan ook altijd dat Tante Anna dan vond dat een ijsje eten in de winter best kon. "Want we zitten ja toch bij de warme kachel!"

En ze zei altijd dat Tante Anna dat zei, maar eigenlijk vond ze dat zelf ook wel. Of anderen dat nou stom vonden of niet, maakte haar niet uit.

Dus doe gerust eens iets raar als een ijsje eten in de winter. Want je zit immers toch bij de warme kachel!

dinsdag 26 januari 2016

Maatschappij: mens, machine of magie?

Als alles normaal is, en jij en de mensen om je heen gewoon hun gang gaan, valt het meestal niet zo op. Maar soms, als er een kink in de kabel komt, zie je het ineens. Onze maatschappij, die doorgaans zo vanzelfsprekend is, is eigenlijk een best wel fijn en nauwkeurig afgestelde machine.

Dat viel mij op toen bij mij voor de deur mensen over de straat konden schaatsen (en dat valt me weer op als ik de nieuwsberichten over snowzilla lees). Alles kwam ineens tot stilstand. De bus reed niet meer, want glad. De trein reed amper, want er zat teveel ijs op de bovenleiding (ze moesten een heel oud "monster" inzetten om de bovenleiding ijsvrij te houden). Electriciteitsvoorziening kwam in gevaar omdat er te veel ijs op de hoogspanningskabels zat en ze begonnen te dansen. Vuilnis kon niet worden opgehaald, want het was te glad. Kranten, de post, bevoorrading van de winkels, melk ophalen bij de boeren, het ging niet. Mensen die in een ziekenhuis of zo werkten, moesten mopperend en glibberend met ijskrappen onder de schoenen of op de schaats naar hun werk, omdat ze eenvoudigweg niet gemist konden worden.

Toen het ijs vrijdags éénmaal goed en wel was weggesmolten, was het prompt stervensdruk op de weg en in de supermarkten: iedereen moest zijn voorraadkast aanvullen en er werd meteen gevraagd wanneer de gemeente nu dacht de grijze bakken te komen legen. Postbodes moesten op pad met de post van drie dagen in de fietstassen.

Dan zie je ineens uit hoeveel onzichtbare radertjes onze westerse samenleving eigenlijk bestaat. 

Je zet 's ochtends fluitend de grote grijze bak bij de weg, niet één seconde verwachtend dat hij niet geleegd zal worden. Dat regelt de gemeente wel terwijl jij je eigen dingen doet. Je wandelt naar de winkel, zonder ook maar één gedachte te wijden aan de vraag of ze wel hebben wat je nodig hebt, want 's ochtends vroeg is een vrachtwagen geweest om de voorraden aan te vullen.

Allerlei dingen worden geregeld, schoongemaakt, opgehaald en bijgevuld door meestal onzichtbare radertjes terwijl je zelf jouw eigen radertje weer een rondje verder draait op je werk. 

Het lijkt wel magie. Maar als je op straat kunt schaatsen, blijkt ineens weer dat dat niet zo is, en als er dan mensen zijn die hun radertje niet verder kunnen draaien, blijken anderen daardoor weer in de problemen te komen. Ook merk je meteen dat sommige radertjes meer en/of sneller gemist worden dan andere: ziekenhuispersoneel, politie-/brandweer-/ambulancemensen, strooiautochauffeurs, wegenwachters, vuilnisophalers worden meteen node gemist. Op het ommeland missen ze ook meteen de radertjes melkophalers en dierenartsen. 


Het lijkt wel magie, zo'n moderne beschaafde samenleving. Eigenlijk zijn we met ons allen best wel tof, dat we zo'n samenleving zomaar kunnen maken en onderhouden met elkaar. 

woensdag 2 oktober 2013

Doperwtensoep is geen snert

Snert is één van mijn favoriete maaltijdsoepen. Nou ja, soep...ik hou er van als het goed gevuld en stevig is, dus erg soeperig is het dan natuurlijk niet, het is dan meer papperig. Maar goed, ik hou dus van een goede kop snert. Die van de HEMA, bijvoorbeeld. 

Meestal is oktober zo de maand dat de snerten weer terug komen. Bij de HEMA, bij de Bij Ons, en ook in de kantine. Eén van de positieve punten van de herfst. Dus toen het oktober werd, dacht ik dat het wel niet lang meer zou duren voordat we weer snert zouden kunnen krijgen. 

En toen kwam ik op een middag in de kantine en stond er "Stevige doperwtensoep" op het menu. 

"Hoi!", dacht ik, "snert!"

Dus ik naar de soepenbalie om te zien hoe die stevige doperwtensoep er uit zag. Want snert en snert, dat kan nogal verschillen van kok tot kok. Ik zag een groen nogal waterig goedje waar her en der wat doperwten in dreven. Dat zag er niet uit als snert! Teleurgesteld nam ik een broodje kaas, terwijl ik me realiseerde dat doperwtensoep iets anders is dan snert. 

Weer wat geleerd. 
Ik blijf wachten op de snert.

zaterdag 13 april 2013

Groen, ik mis je!

De takken van de bomen zijn nog steeds kalig. Als je héél dichtbij gaat kijken, zie je dat ze vol met knop en zo zitten, maar blaadjes kweken doen ze nog niet echt, de takken blijven net zo kaal als het hoofd van Lambik. Zal wel door de kou komen die zo lang bleef hangen. Ik vind het maar niks, dat kalige. Zo winters.

Alles was droog en dor en geel. Eerst heel lang winter geweest, toen heel lang droog en het bleef maar koud. Elke dag het weerbericht lezen, op zoek naar dat sprankje hoop op lente en mooi weer en alles groen en bladeren aan de bomen. En elke dag weer het bericht: "het blijft nog wel even koud". "Wat doet die Lentefee eigenlijk? Is ze in staking of zo?", dacht ik dan bij mezelf.

Gelukkig begint het nu wat aangenamer te worden, qua temperatuur. Alleen jammer van de droogte, daardoor blijft de natuur dor en geel en doods. Niks groen. Ik begon me af te vragen of ik niet beter maar kon gaan wennen aan geel, want het leek wel eeuwig te gaan duren. En toen werd er regen voorspeld vandeweek. Nog niet eens echt veel, maar hopelijk genoeg om alles wat groen hoort te zijn weer groen te maken. Ik hoopte met hopen.

We hebben de paar dagen regen gehad en inderdaad beginnen er weer fikse groene plekken te komen tussen al het geel. "Joepie, het wordt weer groen", juich ik hardop als ik in mijn uppie in de auto zittend langs groene weilanden rij. Ook in mijn onooglijke tuin is het eerste groen weer te ontwaren. Lelietjes-van-dalen en paardebloemen vooral, zo te zien. Maar toch, het is een begin.

Morgen wordt het mooi weer, zeggen ze. Twintig graden en veel zon. Zouden er dan eindelijk weer bladeren aan de bomen komen? Laat alles weer groen worden. Groen, heerlijk prachtig groen.

zondag 17 maart 2013

Poffertjeskraam gespot

Het is koud en nat buiten. Natte smurrie die geen sneeuw en regen is, maar iets kouds er tussenin, valtdwarrelt uit de lucht. Mijn benen hebben zin in wandelen en beweging. Mijn hoofd vindt het veel te koud en te vies weer buiten, en blijft liever met een goed boek op de bank hangen. Voor de zekerheid stop ik toch maar die stadswandelingkaart in mijn handtas voordat ik naar de bushalte loop. Eigenlijk heb ik toch wel zin om een eindje te lopen. Morgen moet ik weer stilzitten.

Het is al half maart, maar volgens het weer is het nog januari. 's Ochtends doordeweeks voelt dat heel raar. Dan stap ik in de auto en ga naar mijn werk als het al licht is, maar toch ligt er sneeuw. 's Nachts vers gevallen en dooit in de loop van de dag weer weg. Daar denk ik aan als ik bij de bushalte sta te wachten. Vandaag hoef ik niet te werken, vandaag is het zondag. Ik bedenk me dat over twee weken de zomertijd in gaat, en dat de poffertjeskraam ook over een paar weken wel weer zal komen. Allemaal tekenen dat de lente naderbij zou moeten komen. Zelfs al werkt Koning Winter nog niet echt heel erg mee.

Op de grote markt stap ik uit de bus en kijk naar de overkant. De drie gezusters is nog dicht, en het goudkantoor ook. Ook in de binnenstad is het koud, nat en onaangenaam weer. Ik besluit om even bij de forumbouwstrip langs te lopen en daarna te gaan wachten onder de abn-amro-bank. Even uit de wind en uit de nattigheid wachten tot de koffie open gaat. Als ik sta te wachten dringt het ineens tot me door waar ik eigenlijk naar sta te kijken. Twee wagens staan op de grote markt, en er lopen een paar heren om heen. Ik ken die wagens. En die heren ook. De Meneer Met De Grote Snor, de PoffertjesMeesterBakker, herkent me en zwaait. ik zwaai vrolijk terug.
De poffertjeskraam wordt kennelijk opgezet vandaag.

"Joepie!", denk ik bij mezelf. Ik zie in de verte de deuren van de drie gezusters open gaan en besluit nu koffie te gaan drinken en om binnenkort gauw poffertjes te gaan eten. Volgend weekend misschien, of vandeweek tijdens de lunchpauze. Want vanaf morgen of zo kan het dus weer, blijkbaar. Ook al zal het de eerste winterse weken nog wel een koude bedoening blijven, daar in die poffertjeskraam. Maar ach. Wat maakt kou eigenlijk uit? Je zit er droog en uit de wind, met de heerlijke lucht van poffertjes in de neus te mensenkijken naar wat er allemaal gebeurt op het plein en te dromen van de zomerwarmte.

Ja, ik ga beslist binnenkort poffertjes eten.

donderdag 27 december 2012

Schaatsen in de stad

Midden in het centrum van de stad hebben ze een ijsbaan. Een kleintje maar, maar toch een heuse ijsbaan. Dat hebben ze al een paar jaar, en dit jaar ligt hij zo, dat ik hem goed kan zien van achter het raam van het Goudkantoor. En dat is leuk om naar te kijken, lekker relaxt met een kopje koffie kijken hoe de mensen heen en weer zwieren en kijken hoe de obermeneer de terrasverwarming ophangt.

Vandaag is het niet megadruk op de schaatsbaan, maar er zijn genoeg mensen om veel te kijken te hebben. De meesten hebben knaloranje schaatsen aan, die er wel wat uitzien als ijshockeyschaatsen. Een meisje heeft witte schaatsen aan en een jongedame doet het op echte kunstschaatsen, met zo een hoge witte schoen en van die hele lange veters, net als op de televisie bij wedstrijden. Twee kleine kinderen krabbelen onbeholpen op van die dubbel-ijzer-kinderschaatjes, terwijl ze angstig steun zoeken bij Papa en Mama.

Bij het zien van de kinderen moet ik denken aan die schaarse wintermomenten uit mijn eigen jeugd. De vijver was dan bevroren en iedereen van school ging schaatsen. Een heleboel klasgenoten konden het zelfs al best goed. Terwijl ik dan, weer eens gevallen, opkeek naar de kinderen die al zo goed konden schaatsen, voelde ik me altijd een enorme sukkel. Maar toch krabbelde ik dan weer overeind en stond te zwikken en te zwaaien op mijn houtjes terwijl ik met de moed der wanhoop iets probeerde te doen wat op schaatsen leek. Toen wist ik nog niet dat het helemaal niet erg is om iets niet goed te kunnen. Er zijn altijd wel andere dingen die je wel goed kunt. En je kunt leren.

Terwijl die herinneringen vrolijk door mijn hoofd buitelen, bewonder ik de mensen die met zoveel ogenschijnlijk gemak schaatsen. En het is zo fijn om te zien hoeveel plezier ze er in hebben. Een meisje valt, ze staat op, haalt haar schouders op, lacht even heel charmant en gaat meteen weer verder.

Schaatsen is net als het leven. Je valt en staat weer op en gaat weer verder.
Ik blijf graag nog even kijken naar al dat ijsplezier.

Ciao,
Ingrid.

zondag 5 december 2010

Sneeuw en kou



Hij is er weer!
En zoals altijd met sneeuw en ijzel en kou en gladheid en alles.
Koning Winter dus.

Hij is er op tijd bij dit jaar. Vorig jaar kwam de sneeuw ergens in de week voor kerst, nu al in de week voor Sinterklaas. Ze zeggen dat dat klopt, al die sneeuw en kou en strenge winter en dat dat komt door het broeikaseffect. Maar echt warm en broeikasserig vind ik het eigenlijk niet. Het lijkt meer op van die schilderijen van Breughel die gemaakt zijn tijdens het Maunder minimum. Stiekem had ik gehoopt dat deze winter een échte ouderwetse Nederlandse kwakkelwinter zou worden, zo een met een temperatuur van twee graden boven nul en drie vlokken sneeuw en verder niks. Na die drie maanden sneeuw van vorig jaar heb ik eigenlijk niet zo’n zin in een herhaling.

Maar waarom vind ik sneeuw eigenlijk niks?
Want het is best mooi om te zien, en je kunt er lol mee hebben, sneeuwpoppen bouwen en sneeuwballengevechten enzo. En natuurlijk met een paar verstandige schoenen en verstandige warme kleren aan en een fototoestel mee mooie foto’s maken.
Maar sneeuw geeft ook gladheid. Verse sneeuw valt wel mee, maar als het overdag half wegsmelt en ‘s nachts weer aanvriest is de stoep de volgende dag een supergladde ijsbaan. En je moet lange en warme broeken aanhebben en warme truien met een kol en warme verstandige schoenen. Dus geen leuke rokken en geen mooie hoge hakken. En dat vind ik juist zo leuk, rokken en hoge hakken!

En daarom vind ik sneeuw maar niks.
Geef mij maar rokken-en-hoge-hakken-weer.

Ciao,
Ingrid.

dinsdag 9 november 2010

Licht in de duisternis



Een paar weken geleden is de wintertijd weer ingegaan. Dat betekent 's ochtends met donker naar mijn werk en 's avonds met donker weer naar huis. Vroeger had ik daar eigenlijk nooit zo veel problemen mee, maar tegenwoordig vind ik dat eigenlijk maar niks.

Vorige winter had ik het voor het eerst: heel de tijd een slecht humeur, chagrijnig, neerslachtig, er was geen land te bezeilen met mij. Het werd zelfs zo erg dat ik er commentaar op begon te krijgen van collega's - die dat van mij niet gewend waren - en ik daar nóg weer neerslachtiger van werd. Maar aan het einde van elke tunnel gloort een sprankje licht dus ook die winter ging voorbij. En met het terugkeren van het licht keerde ineens ook mijn goede humeur weer terug, wat mij toen behoorlijk aangenaam verraste.

Kennelijk ben ik gevoelig voor lichttekort.

Maar waarom heb ik daar dan nooit eerder last van gehad? Na wat nadenken en piekeren realiseerde ik me dat het enige echte verschil was, dat we van het werk verhuisd waren van het oude pand aan de Kadijk naar het nieuwe pand aan de Europaweg. We gingen er behoorlijk op vooruit vond ik toen, en vind ik nog steeds. Alleen qua verlichting misschien niet, dus ben ik daar eens op gaan letten. En inderdaad is het nieuwe pand donkerder dan het oude. Of in elk geval mijn werkplek in het nieuwe pand. Maar wat doe ik er dan aan?

Ik had twee opties, zo dacht ik:
  1. niks doen en de volgende winterdepressie afwachten
  2. op zoek gaan naar informatie over lichttherapie enzo

Ik besloot om niet lijdzaam af te wachten, maar wat te gaan doen. Collega's en vrienden raadden me aan om een daglichtlamp te kopen en om tijdens de wintertijd elke ochtend extra vitamine D te slikken. Tijdens mijn vakantie besloot ik tot beide, heb ik vitamine D gekocht, een daglichtlamp gekocht en ook zo'n nieuwerwetse Philips lichtwekker. En elke ochtend word ik nu met de lichtwekker wakker en zit ik een poosje bij de daglichtlamp.

En ik heb een supergoed humeur en voel me ontzettend energiek!
Ondanks die vermaledijde kou en duisternis buiten.

Leve de daglichtlamp!!

Ciao,
Ingrid.

vrijdag 6 november 2009

Donker en koud

Een paar weken geleden was het weer zover: de wintertijd ging in. Was het voor die tijd al rond zeven uur donker buiten, toen de wintertijd inging werd dat natuurlijk nóg een uur eerder. En nu we weer een paar weken verder zijn, is het grote licht al tegen half zes uit. We gaan in rap tempo naar de tijd van in het donker naar je werk gaan, in het donker weer thuis komen, in het donker je boodschappen doen en jezelf wanhopig afvragen wat daglicht eigenlijk ook alweer was.
Aan de temperatuur is dat ook te merken, het is koud en soms moet ik 's ochtends zelfs alweer de ruiten van mijn Kaatje ijsvrij krabben. Brr! Ik heb mijn lekker warme handschoenen en sjaal weer op een makkelijk grijpbare plek liggen want handschoenen en sjaal zijn zo langzamerhand ook weer nodig. De truien liggen weer vooraan in de kledingkast en t-shirts, spaghettitopjes en slippers zijn verbannen naar de stoffige, mottenbalrijke vergeten uithoeken. Evenals de luchtige zomerjasjes.

Koning Winter is weer in aantocht. We komen weer in de dagen die veel mensen de gezellige donkere dagen voor kerst noemen. Wat nou gezellig? Ik kan niet meer ''s avonds een lange wandeling maken omdat ik als vrouw alleen niet recreatiegebied Kardinge indurf als het donker is, en wandelen is nu sowieso een nogal koude aangelegenheid. Ik sta met donker op, ga met donker naar m'n werk, kom met donker thuis. Daglicht? Wat is dat?


Ik ga maar gauw bij selexyz een flinke lading lekker dikke boeken kopen, en dan naar de supermarkt voor een pak chocolademelk, een bus spuitslagroom en een kant-en-klaar-portie stamppot boerenkool met rookworst. Dan kan ik troost zoeken bij een goed boek, een kop warme chocolademelk met slagroom en een flink bord stamppot boerenkool.


Was het maar vast lente!

Ciao,
Ingrid.

woensdag 18 februari 2009

Winterbeeld

Winter.
Kou en sneeuw,
Ski's en schaatsen,
Sjaals en mutsen,
Die van Unox natuurlijk.

Glibberende glijpartijen,
Wéér die autoruiten krabben!
Brrrrrrr...

Ik verlang naar de zomer
Naar zon en warmte
Lekker op een terrasje
In de zon en uit de wind.

Naar die milde zachte zomerregen,
Zo één waar je geeneens een plu voor nodig hebt
Naar lange lichte dagen.

Ik kijk naar buiten
Zie de zon
Hoor de vogels fluiten

Droom ik soms met open ogen?


Ciao,
Ingrid.

zaterdag 10 januari 2009

Koning Winter en ik

We hebben hem allemaal goed leren kennen de afgelopen dagen.
Zijn heerschappij was deze week overduidelijk.
Koning Winter is volop aanwezig in Nederland.
En ik vind het maar niks.

Het begint vorig weekend, met sneeuw en kou buiten als ik 's ochtends de gordijnen open doe. Op de radio waarschuwingen wegens gladheid, sneeuw en ijzel. Jakkes. En ik moet naar mijn werk, dus lekker weer onder de warme dekens kruipen zit er niet in.

Ergens verderop in de week hoor ik 's avonds op de radio de weersvoorspelling. Temperaturen tot min vijftien en in het binnenland mogelijk nog lager. Vermaningen dat zout strooien op je stoep geen zin heeft omdat ook zout water bij die temperaturen bevriest. Een nieuwsbericht dat de hulpdiensten naarstig op zoek zijn naar notoire buitenslapers, die moeten allemaal naar de daklozenopvang omdat ze anders dood vriezen of iets in die trant. Mijn gedachten zijn niet met het nieuws meegelopen, die staan nog stil bij de genoemde temperatuur. Min vijftien? Het lijkt wel Siberië. Vanavond iets leuks gaan doen? En dan door die kou heen? Nee dank je, ik blijf wel veilig thuis, met een kop warme chocolademelk in mijn handen terwijl ik in stilte de uitvinder van de Centrale Verwarming bedank.

Koning Winter en ik hebben niet zoveel met elkaar. Ik kan met die man niet door één deur, met zijn jaarlijkse sneeuw-, ijs-, schaats- en unoxmutsellende. Luisterend naar een nieuwsbericht over hoeveel mensen vandaag in wakken zijn terechtgekomen tijdens het schaatsen zucht ik.Ik verlang naar warm weer, naar lekker op een terrasje zitten of door een zalig zachte milde zomerregen lopen.

Waar blijft nou dat broeikaseffect?

Ciao,
Ingrid.