Posts tonen met het label angst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label angst. Alle posts tonen

maandag 20 mei 2013

Ongepast verkopen?

Een poosje geleden kwam ik in de facebooktijdlijn van een bevriende fotograaf de website werkaandemuur.nl tegen. Nieuwsgierig klikte ik verder, en dat bleek een site zijn waar je je foto's naar kunt uploaden om ze vervolgens te verkopen. Stiekem leek me dat voor mezelf ook wel wat. Stiekem vond ik meteen dat ik zelf ook wel een paar foto's in mijn archief had die mooi genoeg waren om te verkopen. 

Het welbekende stemmetje in mijn achterhoofd kwam meteen met een hele reeks ja-maars. Wat verbeeldde ik me eigenlijk wel niet, riep het stemmetje. Jouw foto's zijn natuurlijk nooit perfect en mooi genoeg om te verkopen! En, riep het stemmetje, dingen verkopen hoort niet. Het stemmetje vond dat ongepast. Ondanks die dingen en ondanks de ja-maars van het stemmetje, wou het idee niet weg gaan. Het had zich stevig in de woeste storm van mijn denken verankerd. 
Het drong tot me door dat het, of het nou een succes zou worden of niet, erg leerzaam zou zijn. En ook begon ik te beseffen dat de bezwaren van het stemmetje eigenlijk nergens om gingen: ik had tenslotte toch al eerder reportages in opdracht gedaan, en betaald ook nog. Dat was toch niet zo heel veel anders? En waarom zou dingen verkopen ongepast zijn? Ondanks dat het stemmetje dat heel fanatiek vond, sloeg dat nergens op.

"Waarom is het ongepast om je eigen werk te verkopen?", vroeg ik in gedachten aan het stemmetje. "Nou, gewoon!", riep het stemmetje. "Je hoort niet van de daken te schreeuwen dat je jezelf en je werk goed vind, en dat je trots bent op je werk en op jezelf. Stront voorop! En eigen roem stinkt!". En zo mopperde het stemmetje verder over bescheidenheid en deugd en zo. Eigenlijk had het stemmetje helemaal geen reden om dingen verkopen ongepast te vinden.

In gedachten plakte ik de mond van het stemmetje dicht met een flinke rol ducktape. 

Zo. 
Rust.

Kan ik tenminste even rustig nadenken over hoe ik dat ga aanpakken, foto's verkopen. Want natuurlijk ga ik het toch proberen. Ik vind het een eng idee, mijn werk verkopen en ik heb geen idee waar ik beginnen moet.

Maar vast en zeker zal het erg leerzaam zijn.

donderdag 9 mei 2013

Enge mannen


Vroeger, als kind, was ik altijd bang voor enge mannen. Dat moest ook, want er liepen kinderlokkers in onze buurt rond. Dat waren enge mannen die mij snoep zouden geven om me mee te lokken en dan allemaal enge dingen met me zouden doen. Wat voor enge dingen, dat vertelden mijn ouders er niet bij, maar mijn overijverige kinderfantasie kon wel het een en ander bedenken. En omdat je natuurlijk niet wist welke mannen kinderlokkers waren en welke niet, mocht ik nooit snoep of zo aannemen van welke vreemde man dan ook. En dat deed ik dan ook niet. Ik wou niets met die ongedefinieerde enge dingen te maken hebben.

De angst zat er diep in. Zo diep, dat ik op een gegeven moment bijna niet meer alleen boven durfde te zijn. Als ik dan iets nodig had wat op mijn kamer lag, holde ik zo vlug mogelijk de trap op en mijn kamer in terwijl mijn fantasie een enge man produceerde die op de overloop op me stond te wachten. Gauw pakte ik dan waar ik voor kwam, smeet de slaapkamerdeur dicht en denderde de trap weer af. Terug naar het veilige en goed verlichte beneden, waar geen enge mannen waren.

Soms stond mijn enge fantasieman niet op de overloop, maar zweefde hij voor het raam. Met een ruk deed ik dan de gordijnen dicht, zodat ik hem niet hoefde te zien en hij mij niet kon zien. Het drong niet tot mijn kinderhersentjes door dat het extreem onwaarschijnlijk was. Hoe zou hij binnengekomen moeten zijn? Hoe zou hij bij mijn raam kunnen komen? Het raam was op de tweede verdieping van het pand, hij zou dan óf heel goed moeten kunnen klimmen óf moeten kunnen vliegen. Al besefte ik ergens diep van binnen wel dat het dom was, want ik durfde het nooit te vertellen.

Dat ik met kamerdeuren smeet en met veel lawaai trappen op en af denderde, dat vonden mijn ouders natuurlijk niet goed. Daarover kreeg ik dan ook steevast op mijn kop. Niet zoveel lawaai maken. Rustig aan. Niet zo met die deur smijten want het kan heus wel kapot. Loop nou eens een keer rustig en kalm die trap af.
Maar ik bleef denderen. En smijten. Mijn angst voor die vreemde mannen op de overloop en voor het raam was groter dan de angst voor kwade ouders. Tot we mijn slaapkamer naar de zolder verhuisden. Mama en ik ruimden de boel boven op en sleepten met ons twee alle meubels naar boven. En toen waren de enge mannen ineens weg. Gaandeweg maakten we van mijn zolderkamer mijn hoekje. Ik kreeg een oude zwartwit-tv, en een stoel met een klein salontafeltje. Er kwam zelfs een koelbox die als koelkast dienst deed. En als het mooi weer was, zat ik op het aan de kamer grenzende dakterras. Het werd mijn hoekje, mijn anker, en ik voelde me er veilig. 

De enge-mannen-angst werd in de loop der jaren minder en verdween tenslotte helemaal. Of bijna helemaal. Want tot op de dag van vandaag steekt het soms de kop weer op, op onverwachte momenten. Dan weet ik dat ik niets te vrezen heb van de mannen in mijn omgeving, en toch is het er ineens: die vreemde, irreële en ongefundeerde enge-mannen-angst.