Posts tonen met het label horen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label horen. Alle posts tonen

woensdag 19 december 2012

Borrelen met hoortoestel


De meeste mensen in mijn omgeving weten dat ik hoortoestellen draag, vanwege mijn otosclerose. Door die hoortoestellen hoor ik weer redelijk goed, maar ze versterken natuurlijk wel alle geluiden evenveel. Meestal is dat geen probleem, maar laatst hadden we op de zaak een kerstborrel-buffet-receptie. En dan wordt het wel een probleem, want iedereen praat al netwerkend met iedereen natuurlijk. Al dat geluid samen komt dan als een soort muur op je af.

“Een blokgolf”, noemde een begripvolle collega het laatst. Zijn vader had hetzelfde, vertelde hij.

Gelukkig heb ik collega’s die dat snappen, en die mij al zolang kennen dat ze automatisch en heel anti-blokgolf wat harder gaan praten als ik er bij kom staan. Dat rekening houden met mijn hoorproblemen vind ik erg fijn, want dan voel je meteen dat je er bij hoort. En erbij horen is fijn. 
Als mensen het niet weten en te zacht praten, is het niet erg. Dan kun je gewoon vertellen dat je een hoorprobleem hebt en dan praten ze harder. Maar meestal blijft dat maar even; na een paar minuten zakken ze vaak weer terug naar hun oude volume. Begrijpelijk, want dat is hun gewoonte, en een gewoonte is nou eenmaal moeilijk te doorbreken. Maar vervelend is het wel, want halverwege het gesprek kun je het dan ineens niet meer volgen terwijl mensen verwachten dat je het wel hoort. Dan voel je je alsof je er ineens niet meer bij hoort.

Bij een borrel of gelijksoortige gelegenheid heb je dan ook nog eens het rumoer. De muur van geluid, waar het gesprek compleet in verdrinkt. Dan is het extra vervelend als je het gesprek maar moeilijk hoort. Maar met veel concentratie en wat schamele lipleeskunsten lukt het meestal toch. Kost veel moeite en veel concentratie, maar dan heb je ook wat. Je hoort bij, met hoortoestel en al. En erbij horen voelt fijn. 

Maar als ik na zo’n kerstborrel thuis ben, ben ik wel helemaal kapot. Te veel geluid gehad. “Mien oor’n toet’n d’r nog van”, zei mijn Oma vroeger wel eens. En zo voelt het dan inderdaad. Alsof alle gesprekken en rumoer nog in je oren gonzen. 

Op die momenten ben ik extra blij dat mijn naaste collega’s om mijnentwil meestal wat harder praten. Dat maakt het allemaal nét dat beetje makkelijker. 

Ciao,
Ingrid.

zaterdag 10 november 2012

Vrolijk kletsen

Zoals zo vaak ga ik even fluks met de bus naar de stad. Ondanks dat het nog maar het twaalf uur is, is het toch al wel druk. In de bus is een van de weinig plekjes nog vrij aan de rechterkant van het gangpad. Er zit alleen een jongedame van een jaar of zeven. Ze kletst vrolijk tegen een meneer die aan de linkerkant van het gangpad bij een wandelwagentje zit. Ze zegt Papa tegen hem.
Ik vraag haar of ik er bij mag komen zitten. Schuchter kijkt ze een keertje naar me en knikt dan. Gauw gaat ze naar buiten kijken als ik plaatsneem. Haar aanval van verlegenheid duurt niet lang, want even later begint ze vrolijk tegen me te kletsen. "De weg gaat heel snel", zegt ze. Als we bij een bushalte staan om mensen in te laten stappen, zegt ze: "kijk, nu staat de weg stil". Ik glimlach, knik en zeg: "ja en als de bus strakjes wegrijdt, gaat de weg weer heel snel.".
Even later op de busbaan stopt de bus weer bij een halte. "Waarom stoppen we?", vraagt het meisje naast me."omdat er iemand met de bus mee wil", antwoord ik terwijl de bus wegrijdt. "En zometeen moeten we stoppen omdat er iemand uit moet. Het rode lampje brandt". Ik wijs naar de rood brandende stoplamp voorin de bus. Terwijl het kind haar aandacht verdeelt tussen buiten en binnen de bus, en onderwijl vrolijk doorkletst over alles wat ze ziet, verbaas ik mij.
Dat ze dat zomaar doet, en durft. Zo praten tegen een wildvreemde. En dat haar vader dat zomaar goed vindt. Eigenlijk vind ik dat wel leuk. Vrolijk klets ik terug tegen de jongedame, zoals zij tegen mij kletst. Heel mijn leven heb ik gedacht dat ik totaal niet met kinderen kon omgaan. Misschien had ik wel helemaal ongelijk, al die tijd.

Ciao
Ingrid.

donderdag 13 september 2012

Nikserig liftgesprekje


Ik stond te wachten op de lift, omdat ik van de parkeergarage naar boven het ziekenhuis in wou. Er kwam een lift aan, waar een meneer in stond. Ik keek niet of de lift naar boven of beneden ging, maar stapte gewoon in.

"ik ga eerst nog naar beneden hoor" zei de liftmeneer.
"o, dat geeft niet", antwoordde ik.
"heb je toch een stukkie extra".
"Ja", zei ik, "een rondje van de zaak".

En toen waren we op de min-derde verdieping en moest hij uitstappen.
Als ik nou heel hip en modern koptelefoontjes opgehad had, met muziek er op, had ik dit kleine nietserige liftgesprekje zomaar gemist.

Ciao,
Ingrid

maandag 3 september 2012

Oortjes, oortjes en oortjes

Zondagochtend vroeg. Nou ja, vroeg. Een uur of elf, dus eigenlijk laat. Maar vroeg voor de café's. Als je op dat moment in de stad bent, zijn alle café's net open en zijn overal mensen bezig met het neerzetten van tafels en stoelen voor het terras. Ik ga op een terrasje zitten dat ongeveer half af is. Een meneer is bezig de andere helft van het terras af te maken en even verderop is een meneer van de concurrent bezig met precies hetzelfde. Het valt me op dat ze allebei muziek-oortjes in hebben (en dat ze elkaar geen blik waardig gunnen).

Ook in de bus en de trein valt me dat vaak op. Iedereen heeft wel een of andere vorm van koptelefoon op. En dan zitten ze op een bankje met de ogen aan de telefoon vastgeplakt, te sms-sen of te whatsappen of iets dergelijks. Helemaal teruggetrokken in hun eigen wereldje, en zo min mogelijk te maken willen hebben met de mensen om hen heen. Dat vind ik erg jammer. En de mensen (mannen :) meestal) die wel kijken, kijken in eerste instantie naar mijn boezem. Dus daar krijg ik ook maar moeilijk oogcontact mee (hoewel ik dan stiekem wel denk dat ze wel in zijn voor een andersoortig contact dan oogcontact, maar dat wil ik dan weer niet...).

Soms wil ik ook wel eens koptelefoontjes over de oren dragen. Op die momenten dat je in de stad of zo loopt en iemand nare dingen naar je roept. Zo van die "Femme de la Rue"-achtige dingen (zelf googlen). Maar koptelefoontjes sluiten je toch wel erg af van de wereld, dus doe ik het toch niet. Want je hoort ook aardige mensen niet meer. Je weet wel, die mensen die goedemiddag zeggen bij de bushalte, en als je dag terugzegt beginnen ze misschien wel een gezellig kletspraatje over het weer of zo. Die in de bus naast je komen zitten en waarmee je op de een of andere manier heel de rit gezellig zit te kletsen over niks. En dan ben je bij de halte waar je er uit moet en denk je: "goh wat jammer dat ik er uit moet".

Vroeger droeg ik ook vaak een koptelefoontje, en zat het "grote en vooral boze buitenwereld"-idee stevig in mijn hoofd. Groot gebracht met vermaningen om nooit met vreemde mannen mee te gaan (want er liepen kinderlokkers rond in onze buurt - nu zouden dat pedofiele mensen heten denk ik) zat het wantrouwen sterk verankerd. Nu draag ik nooit meer een koptelefoontje en draag ik altijd mijn hoortoestelletjes. Want op de keper beschouwd zijn de meeste mensen eigenlijk best wel aardig. Af en toe kom je iemand tegen die niet aardig is, nou ja, dat is dan pech. Maar de meeste mensen zijn best wel oké.

Weg met de koptelefoons en leve de hoortoestelletjes!

Ciao,
Ingrid.

maandag 27 augustus 2012

Stereo-horen


Zoals de meeste mensen om mij heen wel weten, heb ik hoorapparaatjes. Die heb ik ooit voorgeschreven gekregen van Ome Dokter omdat ik iets heb dat otosclerose heet (zelf googlen). Zoals alle andere dingen gaan ook hoortoestelletjes wel eens kapot.

Een poosje geleden vond ik dat mijn hoortoestellen wel wat harder gezet mochten worden. Dat vond ik al langer, maar ja, dan moet je naar de hoormeneer en zo. En dat was vreemd genoeg een drempel. Ik heb nog steeds geen idee waarom eigenlijk, maar het was wel zo.  Uiteindelijk was ik er toch zo zat van, dat ik mezelf mentaal een schop gaf en een afspraak maakte. Aan de audicien legde ik mijn probleem voor: dat ik toch wel vaak moest vragen "wat zeg je" en zulke dingen. En dat ik mijn hoortjes wel wat harder wou hebben. Hij keek in het systeem, en stelde toen voor om nieuwe schaaltjes om mijn hoortjes te laten maken. Dan zouden ze een langer "tuitje" hebben en dus dieper in de gehoorgang komen en dichterbij het trommelvlies zitten.
Vroeger op school bij natuurkunde had ik geleerd dat volume afneemt met het kwadraat van de afstand, dus ik snapte vrijwel meteen waarom hij dat wou. Zelfs nog voor hij uitlegde dat dat net is alsof je zo'n in-oor koptelefoon dieper in je oor drukt. Het leek mij ook een goed idee. Vrijwel alles wat maakt dat ik beter kan horen vind ik een goed idee :). Alles op halve kracht horen is zó lastig!! 
We spraken af dat eerst het linkertoestel gedaan zou worden en dan het rechter. Omdat het ding opgestuurd moest worden naar de fabrikant, zou het een maandje duren. Een maand later stond ik weer bij de audicien en kreeg ik mijn linkertoestel mee. Ik kon en kan er weer vet veel mee horen, dat is erg fijn. Mijn rechter leverde ik in.

Bij de fabrikant maakten ze er toen een puinhoop van, want toen ik een maand later weer bij de audicien kwam, moest hij vertellen dat mijn hoortoestel in winterswijk lag en het schaaltje er om heen in den haag of daar ergens in de buurt. Het schaamrood stond hem letterlijk op de kaken. Ik was natuurlijk niet blij, maar kwaad worden op hem kon ik ook niet want tenslotte kon hij er niks aan doen, behalve excuses en korting aanbieden. Ik accepteerde een afspraak voor over drie week. Hij beloofde om er een spoedorder van te maken. 
Drie week later kon ik mijn hoortoestel ophalen. Blij ging ik heen, kreeg mijn toestel, om te ontdekken dat hij niet paste. De audicien vermoedde dat er iets misgegaan was met het maken van een afdruk van mijn oor. Zelf denk ik stiekem dat er gewoon het verkeerde schaaltje omheen gezet was. Dat ze dingen door elkaar gehaald hadden toen ze zo aan het rommelen geweest waren. Hij maakte een nieuwe afdruk en stuurde de boel opnieuw op. Afgelopen week kon ik mijn hoortje weer ophalen. Hij paste precies.

Nu heb ik ontdekt dat ik er aan moet wennen dat ik dingen kan horen met rechts. Nog steeds heb ik vaak het gevoel dat mijn rechteroor "uit staat", waarschijnlijk omdat ik zo'n drie maanden met alleen een linkertoestel rondgelopen heb. Soms ben ik er gewoon helemaal duizelig van, van dat stereo-horen. En soms heb ik het idee dat mijn rechtertoestel wel wat harder mag. 

Maar toch is het *heel erg ontzettend* fijn om aan de rechterkant weer wat te kunnen horen!

Ciao,
Ingrid.