Download het eBook: http://rubenseschone.nl/ebooks.php
Een paar maanden later zaten de drie wetenschappers elkaar aan te kijken boven een kop warme chocolade, terwijl ze het hadden over de uitnodigingen die ze hadden ontvangen van de Kerstman.
Het werk van de drie wetenschappers was erg goed opgeschoten, en dankzij hen en de mensen van Silmana was een week terug in de senaat een serie wetten goedgekeurd die de inwoners van Kerstania erkenden als mensen, waardoor de handel in sterrendiamanten nu echt goed aangepakt kon gaan worden. Professor Fonda was opgewonden: hij was uitgenodigd om het vertrek van de Kerstman bij te wonen, op kerstavond, als hij naar de aarde vertrok om cadeautjes te bezorgen bij alle kinderen. Kodiko en Latoko gingen mee; toen bleek wat sterrendiamanten werkelijk waren, wilde Kodiko er geen sikkepit meer mee te maken hebben en betaalde zelfs mee aan het onderzoek van de professor. Dat zijn naam daarmee mede verbonden was aan de wetenschappelijke onderzoeken en aan de "ontdekking" van Kerstania, had natuurlijk wel veel geholpen. Kodiko had altijd al iets groots op zijn naam willen schrijven.
Dat was toch nog wel onverwacht geweest, peinsde de professor. Hij had eigenlijk niet verwacht dat Kodiko nog iets van een geweten zou hebben, maar kennelijk werkte het toch nog, en stukken beter dan hij en Latoko hadden verwacht. De relatie tussen die twee was sowieso veranderd sinds hun laatste bezoek aan Kerstania: Kodiko behandelde Latoko nu als weer als een geliefde echtgenote. Ergens waren die twee helemaal opnieuw verliefd op elkaar geworden. En dat maakte de professor gelukkig, want zij was toch altijd een beetje de dochter geweest die hij nooit gehad had.
Hij stapte door de sterrenpoort en liep aan de andere kant gauw de trap af om plaats te maken voor zijn reisgenoten. Vrolijk groette hij het gezelschap van de van Vlieten, die even daarvoor overgestoken waren. De oude van Vliet stond te ginnegappen als een jochie van tien, en de professor voelde zich zelf ook weer een klein jochie. Uitgenodigd worden om de Kerstman vanaf de eretribune uit te zwaaien was toch niet niks!
Mirana kwam hen begroeten: "Goedemorgen dames en heren! Zoals u waarschijnlijk wel kunt begrijpen, kan de slee u niet komen ophalen, maar u kunt oversteken naar het hoofdkwartier via een kerstportaal." Vrolijk keuvelend liepen ze achter Mirana aan naar het grote plein, waar een grote magische poort stond waar een hele rij elfen, kabouters, kerstbomen, kerststerren, rendieren en andere wezens vrolijk keuvelend voor stond te wachten. Er waren er velen die de Kerstman wilden uitzwaaien. Ze sloten netjes aan in de rij en een half uurtje later liepen ze in het licht van het noorderlicht naar de eretribunes.
Het was nog ochtend, maar omdat de aarde verdeeld was in tijdzones en de kerstman overal in de kerstnacht langs moest, moest hij nu al vertrekken. Hij zou morgenmiddag weer terug komen. Aan het einde van de startbaan gingen de grote deuren van de hangar open, en onder luid gejuich verschenen de rendieren, die een prachtig opgepoetste slee voorttrokken. De rendieren moesten hard werken, want de zak met pakjes was groot en zwaar. De belletjes aan de slee en het tuig van de rendieren glommen en tinkelden. Alles was precies zoals de kerstverhalen je altijd vertelden.
Latoko keek er naar en zong in zichzelf het oude liedje dat haar moeder altijd voor haar zong: "je kent Dasher en Dancer en Prancer en Vixen. Comet en Cupid en Donner en Blitzen. Maar herinner je je wel het beroemdste rendier van al?". En daar liepen ze gewoon alle negen, zwoegend op gewicht van de slee met pakjes. Het was bijna niet te geloven dat dit allemaal echt gebeurde, en ze was trots dat zij degene was die het balletje aan het rollen had gebracht door haar bezoek aan de professor al die maanden geleden. Verliefd keken Kodiko en zij elkaar aan en ze was weer ontzettend trots op haar man dat hij zo voortvarend de sterrendiamanthandel bestreden had. Hij bleek uiteindelijk toch een goed mens te zijn en ze was erg blij dat de ongewone omstandigheden dat goede mens uiteindelijk boven water getoverd hadden.
Toen even later de Kerstman verscheen, stond ze op en juichte ze uit volle borst mee met alle anderen. Hij zwaaide en lachte, klom in de slee en liet voor de show de zweep in de lucht knallen. Beledigd schudden de rendieren hun hoofden, waarna ze braaf aantrokken en de zware slee onder oorverdovend gejuich de lucht in sleepten. Na nog een rondje boven het vliegveld verscheen er een magisch portaal in de lucht, waardoor de arrenslee verdween, onderweg naar al die huizen met kinderen die gespannen wachtten op het tinkelen van belletjes en het getrappel van rendierhoeven op het dak.
Terwijl de poort sloot, hoorden de zware stem van de Kerstman lachen en roepen: "HO HO HO! Vrolijk kerstfeest! "
Een Rubense Schone geeft haar meningen, gedachten en gevoelens over alles wat het leven haar brengt. De proza wordt hier gepubliceerd, gedichten worden verzameld op ingridsgedichten.blogspot.com.
Ik publiceer onregelmatig, dus abonneren op rss of e-mail is handig.
Posts tonen met het label kerstverhaal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kerstverhaal. Alle posts tonen
vrijdag 23 december 2016
vrijdag 16 december 2016
Behoud van de sterrendiamanten, deel 8 van 9
Het was hem echt, de Kerstman. Professor Fonda en beide van Vlieten zaten een moment stil te staren. Na alles wat ze gezien hadden zou het geen verrassing meer mogen zijn, maar dat de Kerstman echt bestond na jaren geloofd te hebben dat hij niet bestond, was toch wel iets waar ze alle drie even stil van waren.
Achter de Kerstman dribbelde een vrouw de kamer in die kennelijk zijn vrouw was.
"Oh goed zo", zei ze, "jullie hebben al ingeschonken! "
"Jij ook een kopje, lieverd?", voegde ze er tegen haar man aan toe terwijl ze twee kopjes chocolademelk inschonk. Met een zucht plofte de Kerstman neer in een luie stoel en nam glimlachend het kopje aan van zijn vrouw.
"Mijn excuses dat ik jullie niet zelf kon ophalen, maar het is hier nogal hectisch momenteel: één van onze servers is gecrasht waardoor we nu bijna een kwart van de lijsten met lieve en stoute kinderen kwijt zijn. Onze IT-elfen zijn bezig een back-up van vannacht terug te zetten, dus het komt wel goed, maar het tijdverlies is een probleem want we liepen al achter. En kerst kun je niet even een paar weken verschuiven. De kinderen op aarde rekenen op ons."
"Geen probleem, geen probleem", zei de oude van Vliet, "we vinden het al een hele eer dat we überhaupt mogen komen. En eerlijk gezegd vind ik dit kijkje in de keuken van de hele kerstorganisatie bijzonder interessant. Na alle magie die we hier tot dusver gezien hebben, had ik verwacht dat jullie meer met magie en minder met computers zouden doen."
"Vroeger ging ook alles met magie", antwoordde de Kerstman, "maar computers zijn soms gewoon handiger, vooral als het gaat om die eindeloze lijsten bijhouden. Voor die saaie klus zijn maar weinig elfen te porren, maar met computers gaat alles doorgaans prima. Behalve nu eventjes, dan."
"Nu dan, ter zake. Straks krijgen jullie een uitgebreide rondleiding door de stad en de speelgoedfabrieken, maar eerst zal ik de algemene situatie uit de doeken doen". De Kerstman ging er goed voor zitten en begon. "Een paar maanden geleden is die sterrenpoort geopend om het verkeer van en naar aarde makkelijker te maken. Lieden van jullie georganiseerde misdaad maken daar misbruik van om mijn elfen te ontvoeren. Omdat de natuurwetten op aarde anders werken dan hier op Kerstania, zitten mijn elfen bij jullie vast in hun kristallijne vorm: de sterrendiamant. Sterrendiamanten worden volop verhandeld bij jullie. Dat kan natuurlijk niet want elfen hebben ook gewoon rechten, en gelukkig vonden de autoriteiten aan jullie kant van de poort hetzelfde. Daar hebben wij Silmana en zijn team van undercover agenten aan te danken. Als we het voor elkaar kunnen krijgen dat alle sterrendiamanten terug naar Kerstania komen, hebben de elfen hun magie weer terug en daarmee onder andere ook hun vormvrijheid."
"Maar dan moet uiteraard wel de uitstroom gestopt worden", merkte professor Fonda op.
"Precies, precies", antwoordde de Kerstman. "Momenteel zijn we samen met Silmana bezig om een systeem op te zetten waarmee we de misdadigers hetzij hier gevangen kunnen houden, hetzij terug kunnen sturen naar de aarde om daar berecht te worden. Aangezien jullie maar één vorm hebben, en geen magie, hebben onze gebruikelijke straffen geen effect bij jullie, en moeten we iets opzetten wat meer bij jullie past."
"Berechting bij ons kan een probleem vormen", zei Silmana, "want er worden hier weliswaar de nodige morele wetten in onze ogen overduidelijk geschonden, maar al onze juridische wetten zijn uitsluitend van toepassing op mensen. Een elf verhandelen is net zo legaal als het verkopen van een koe of een paard. We zullen dus moeten bewijzen dat de wezens hier op hetzelfde niveau zitten als mensen qua bewustzijn, cultuur, organisatievermogen en dergelijke. Dan kunnen ze erkenning krijgen als mens en wordt heel de zaak anders."
"Er zijn zeer beslist een aantal aanwijzingen waar we zonder meer mee aan de slag kunnen", zei professor Fonda overtuigd, "in de aankomsthal bijvoorbeeld, zag ik een serie balies met baliemedewerkers, mensen of althans wezens die formulieren invulden. Allemaal zaken die zonder meer wijzen op een samenleving met een voldoende hoge organisatiegraad om een uitgebreide bureaucratie mogelijk te maken. Daarmee kan ik zonder meer aan de slag. "
"Uitstekend", bromde de Kerstman goedkeurend, "ik zal zorgen dat u begeleiding krijgt van onze organisatie-elfen en onze rechtselfen die u alles kunnen uitleggen over de basis van onze rechtsstaat."
"Wij zouden graag in de gelegenheid zijn om de werking van magie wat beter te bestuderen", zei de jonge van Vliet. "Dat bestaat bij ons niet, en dat is dus voor ons totaal onbekend terrein."
"Genoteerd, ik zal Mirana vragen of ze contact met u opneemt. Zij is één van onze beste leraren en kan u precies vertellen hoe magie in elkaar zit, hoe het werkt en op welke fundamenten het berust. "
De drie wetenschappers keken elkaar opgetogen aan bij dit aanbod van hulp en ondersteuning. Nu zouden ze zeker hun onderzoek snel en met succes kunnen afronden. Op aarde zouden ze er naam mee maken en ze konden de mensen hier er nog goed mee helpen ook. Dat was nog eens twee vliegen in één klap slaan!
dinsdag 22 december 2015
Hoe de kerstman de kerstman werd - deel 6 van een verhaal in 6 delen
deel 1 | deel 2 | deel 3 | deel 4 | deel 5 | deel 6
Kris werd eerst naar zijn huis gedirigeerd, waar hij ontdekte dat zijn vrouw stiekem samen met een paar elfen gewerkt had aan fijne warme kleren voor de reis. In zijn kamer bleken een mooie rode jas en een rode broek klaar te hangen, beiden lekker warm gevoerd met schapenwol dat er in een brede witte rand onderuit piepte. Daar zou hij het niet gauw koud in krijgen, dacht hij vrolijk.
Hij trok de kleren aan en vond onder zijn stoel een paar mooie zwarte laarzen. Zijn vrouw zette hem een bijpassende rode muts op, waarna hij zichzelf in de spiegel bekeek. "HO HO HO", lachte hij, "wat zie ik er mooi uit!". “Echt kerstige kleuren voor een echt kerstige man, lieverd", zei zijn vrouw. "En zo zal ik ook heten", zei Kris, "voortaan noem ik mezelf de Kerstman!”. En jij bent mijn lieve Kerstvrouw.
In zijn mooie nieuwe rode kleren liep de kakelvers benoemde Kerstman achter zijn elfen aan naar de Grote Stal. Achter de stal, in de wei, stonden zijn rendieren voor een prachtige arreslee! En Rudolf stond helemaal vooraan, zag hij. Met lichtgevende rode neus, nog wel. "Fijn, want Rudolf weet tenminste altijd de weg, nu zullen we niet verdwalen en door die neus kunnen we nog zien waar we heen gaan ook", dacht Kris Kerstman. Hij bewonderde de slee. Wat was hij groot! En rood! En mooi! En al die belletjes overal die zo mooi klingelden! Glimlachend gaf hij elk rendier een aai over de kop.
Kris Kerstman klom in de slee en keek even achterom naar de reusachtige zak tjokvol cadeautjes die achter hem in de slee lag. "Vooruit dan, we gaan!"
De rendieren zetten aan, en daar gingen ze lucht in! Hij keek om naar de snel kleiner wordende elfen en wierp een laatste blik op zijn lieve vrouw voordat hij zich richtte op de kinderen die hij mooie cadeautjes zou gaan geven.
De Kerstvrouw en alle elfen keken hem na terwijl ze uit volle borst juichten.
"HO HO HO", hoorden ze terwijl de slee in de verte verdween.
"Vrolijk kerstfeest!"
Hij trok de kleren aan en vond onder zijn stoel een paar mooie zwarte laarzen. Zijn vrouw zette hem een bijpassende rode muts op, waarna hij zichzelf in de spiegel bekeek. "HO HO HO", lachte hij, "wat zie ik er mooi uit!". “Echt kerstige kleuren voor een echt kerstige man, lieverd", zei zijn vrouw. "En zo zal ik ook heten", zei Kris, "voortaan noem ik mezelf de Kerstman!”. En jij bent mijn lieve Kerstvrouw.
In zijn mooie nieuwe rode kleren liep de kakelvers benoemde Kerstman achter zijn elfen aan naar de Grote Stal. Achter de stal, in de wei, stonden zijn rendieren voor een prachtige arreslee! En Rudolf stond helemaal vooraan, zag hij. Met lichtgevende rode neus, nog wel. "Fijn, want Rudolf weet tenminste altijd de weg, nu zullen we niet verdwalen en door die neus kunnen we nog zien waar we heen gaan ook", dacht Kris Kerstman. Hij bewonderde de slee. Wat was hij groot! En rood! En mooi! En al die belletjes overal die zo mooi klingelden! Glimlachend gaf hij elk rendier een aai over de kop.
Kris Kerstman klom in de slee en keek even achterom naar de reusachtige zak tjokvol cadeautjes die achter hem in de slee lag. "Vooruit dan, we gaan!"
De rendieren zetten aan, en daar gingen ze lucht in! Hij keek om naar de snel kleiner wordende elfen en wierp een laatste blik op zijn lieve vrouw voordat hij zich richtte op de kinderen die hij mooie cadeautjes zou gaan geven.
De Kerstvrouw en alle elfen keken hem na terwijl ze uit volle borst juichten.
"HO HO HO", hoorden ze terwijl de slee in de verte verdween.
"Vrolijk kerstfeest!"
zondag 13 december 2015
Hoe de Kerstman de Kerstman werd - deel 5 van een verhaal in 6 delen
"Kijk", wees Bernard, "dat is de speelgoedfabriek, en daarachter is jullie huis en daar rechts is de grote stal met daarachter de weiden voor jouw negen rendieren.". Kris vond het fijn dat zijn rendieren met hem meegekomen waren en samen met hem en zijn vrouw mee zou leven. Die negen waren toch een beetje zijn beste vrienden geweest terwijl hij zijn kudde hoedde.
In een opgewekt humeur gingen Kris en zijn vrouw de daaropvolgende maanden aan de slag met bedenken van welk kind welk cadeau moest krijgen. Wat een werk bleek dat te zijn! Ze verdronken bijna in de eindeloze lijsten met namen. Brave kinderen kregen iets moois, dat was niet zo moeilijk, maar wat moesten ze met stoute kinderen aan? "We kunnen stoute kinderen niet zomaar ook een cadeau geven", zei Kris sip tegen zijn vrouw, "want ze moeten wel leren dat braaf zijn beter is dan stout zijn. "
"Nou, we zouden ze niets kunnen geven, of iets wat niet leuk is”, dacht zijn vrouw hardop.
Kris ijsbeerde heen en weer voor de grote kachel terwijl hij hardop liep te piekeren. Iets geven wat niet leuk is, ja, maar wat dan? Toen hij zijn teen stootte aan de kolenkit, wist hij het ineens. "Ik heb het!", riep hij vrolijk uit. "We geven stoute kinderen een kooltje!"
Zo gezegd, zogedaan. Terwijl de Grote Datum (ze hadden afgesproken om het met kerst te doen) snel dichterbij kwam, legden ze met vereende krachten de laatste hand aan alle cadeautjes. Het plan was om bij het vallen van de duisternis op weg te gaan en dan bij het aanbreken van de ochtend klaar te zijn. Het was veel werk, maar Kris had van de elfen een trucje geleerd waardoor hij de tijd langzamer kon laten lopen. Zo zou hij tijd genoeg hebben voor alle kinderen op de wereld.
"Kom dan, Kris, kom dan!", riepen de elfen opgetogen toen de avond aanbrak. "We hebben een verrassing voor je!".
maandag 7 december 2015
Hoe de kerstman de kerstman werd - deel 4 van een verhaal in 6 delen
"In één nacht? Dat kan toch nooit?", zei Kris verbaasd. "Daar is de wereld veel te groot voor!".
"Nee hoor, met elfenmagie kan het wel," zei Bernard. "En we zullen het jou ook leren! We hebben een hele grote fabriek gebouwd op de Noordpool waar we allemaal mooie speelgoed voor de kinderen willen gaan maken, maar we hebben jou nodig om te weten wat we precies maken moeten, en voor wie. En ook kunnen wij niet de cadeautjes bezorgen. Daar hebben we ook jouw hulp voor nodig."
"Nounou, dat is me nogal wat. En mijn vrouw dan? Die laat ik niet zomaar in de steek hoor, net als mijn rendieren!".
"Jouw vrouw komt gewoon mee en je rendieren komen ook, we hebben een mooi huis gebouwd voor jullie waar jullie wonen kunnen en waar je kunt bedenken wat voor speelgoed we allemaal gaan maken voor de kinderen. Er is een mooie stal en een wei voor je rendieren.
We kunnen alles nu gaan bekijken als je wilt, en dan kunnen we ook de ceremonie uitvoeren die jou onze elfenmagie geeft."
Bij het idee van magie sputterde Kris nog wel even tegen: "hoho, magie, daar weet ik niks van. Wat moet ik daarmee? Kan ik dat dan straks zomaar of zo?"
"Je zult wel wat moeten leren, maar sommige dingen zul je inderdaad gewoon zomaar kunnen na de ceremonie. Bijvoorbeeld weet je vanzelf of een kind braaf of stout geweest is. En je vrouw en jij zullen dan ook nooit meer ouder worden.".
Kris dacht een hele lange poos na terwijl hij Rudolf over zijn kop aaide. Het leek hem waarachtig wel wat, alle kinderen cadeautjes mogen geven. Hij werd al ouder, en kon de stam en de rendieren toch minder goed bijhouden dan vroeger. Maar toch. Alles achterlaten? En nooit meer ouder worden? Dat betekende dat hij uiteindelijk alleen zou zijn, omdat al zijn vrienden dood zouden gaan en hij zou doorgaan met leven.
Aan de andere kant zou hij ook een hoop nieuwe vrienden krijgen, dacht hij. Alle elfen zouden zijn vrienden zijn. En zijn vrouw zou er zijn. En de rendieren zouden er zijn. En hij zou al zijn tijd mogen besteden aan het samen met de elfen maken van mooie dingetjes voor de kinderen.
Ja, het leek hem wel wat. Het leek hem ook wel eng, en moeilijk, maar toch leek het hem wel wat.
zondag 29 november 2015
Hoe de kerstman de kerstman werd - deel 3 van een verhaal in 6 delen.
deel 1 | deel 2 | deel 3 | deel 4 | deel 5 | deel 6
Hij droomde. Hij moest wel dromen. Tenminste, dat zei zijn verstand hem, want hij wist zeker dat dit niet echt kon zijn. Hij lag vast diep in slaap bij zijn vuurtje, met zijn rendieren om hem heen.
Om zich heen kijkend zag hij dat hij niet meer was waar hij in slaap gevallen was. Hier was het licht, en warm, en er lag geen sneeuw en er waren geen hoge dennenbomen en geen vuurtje waar hij bij warm zat te wezen. Hij keek om en zag zijn negen rendieren. Dat stelde hem weer een beetje gerust, in ieder geval was alles goed met hen. Hij aaide Rudolf over de kop. Het dier zag er zowaar weer wat beter uit, al was zijn neus beslist nog niet normaal, zo rood. Kris keek nog eens naar die neus: het leek haast wel of die neus lícht gaf! Dat was wel heel erg vreemd. Maar in ieder geval zat er verbetering in de situatie, dus misschien kwam alles toch nog goed. Hij rechtte de rug en begon te lopen. Verderop scheen een mooi helder licht. Daar was misschien iemand die hem kon vertellen waar ze waren.
Uren later hield hij even stil. Het licht kwam maar akelig langzaam dichterbij. Hij had niet verwacht dat het zo ver zou zijn. Zijn maag begon te knorren en ook de rendieren speurden verbeten de grond af naar iets eetbaars. Maar er was niets. Wat was dit voor een rare plek, waar dingen zoveel dichterbij leken dan ze waren?
Ineens kwam het licht hun kant op, bleef voor hen even stil in de lucht hangen en veranderde toen in een elf. Verbaasd deed Kris een stap achteruit, dat was wel het laatste dat hij verwacht had. Hij dacht altijd dat elfen maar sprookjes waren, bedacht om kinderen te plezieren. Maar hier stond er nu zo'n nijver persoontje voor hem. Dit was vast inderdaad een droom, dacht hij.
"Kris, jij bent uitgekozen!", zei de elf gewichtig.
"Uitgekozen?", zei Kris toen hij van zijn verbazing bekomen was, "waarvoor wel niet?"
De elf toverde een paar stoelen tevoorschijn en een tafel met een grote schaal koekjes en sandwiches erop met een groot glas melk er naast. Omkijkend naar de verontwaardigd snuivende rendieren toverde hij ook een smakelijk weitje. Tevreden begonnen de rendieren te eten.
"Laten we eerst zorgen dat jullie wat te eten krijgen", zei de elf. "Die magen van jullie kun je tien kilometer verderop nog horen rammelen!" Even werd er niks gezegd terwijl Kris hongerig de hele schaal wegwerkte.
Uiteindelijk leunde hij verzadigd achterover en keek even om naar de rendieren, die zich nu prima op hun gemak leken te voelen. Dat stelde Kris helemaal gerust; zijn rendieren voelden altijd precies aan wanneer het goed was en wanneer niet. "Zo", zei Kris, "dat smaakte. Bedankt."
De elf aankijkend ging hij geduldig zitten wachten op uitleg.
maandag 23 november 2015
Hoe de kerstman de kerstman werd - deel 2 van een verhaal in 6 delen
deel 1 | deel 2 | deel 3 | deel 4 | deel 5 | deel 6
Oké, dit was niet goed. Helemaal niet goed. Waar was de rest van de kudde gebleven? Alleen zijn negen lievelingen liepen nog achter hem aan, en Rudolf zag er nu echt helemáál niet goed uit, zijn neus was helemaal rood en hij moest steeds niezen. Kris maakte zich erge zorgen, hoe moest hij in leven blijven zonder rendieren? En zonder Rudolf?
Want wat was er nu eigenlijk mis met hem? Hij hield van Rudolf, het dier was al zo lang bij Kris dat die zichzelf helemaal niet meer voor kon stellen zonder Rudolf. Rudolf wist altijd de weg terug naar de kudde en naar de stam. Kris was daar in de loop der jaren zó op gaan vertrouwen, dat hij dat zelf een beetje verleerd was. En nu Rudolf ziek was, merkte je dat meteen, want hij was prompt verdwaald.
Kris keek om zich heen. Ja, hij was inderdaad verdwaald. Gompie wat was het donker. En koud. Hij keek omhoog, maar het was bewolkt dus hij kon ook niet aan de sterren zien welke kant hij op moest. Misschien moest hij morgen maar verder zoeken, want als hij nu geen vuur maakte zou hij vannacht bevriezen, en wie zou er dan voor zijn rendieren zorgen? Het werd hoog tijd om hout te gaan sprokkelen en een mooie beschutte plek te zoeken, dacht hij bibberend.
Verder sjokkend vond hij een mooie open plek. Beschut door de bomen zodat hij niet zoveel last had van akelig koude wind, maar hij kon er wel mooi een vuurtje stoken dat hem en zijn negen overgebleven rendieren 's nachts warm zou houden. Zijn rendieren krulden zich tegen hem en elkaar aan voor de warmte, en moe als hij was sliep hij al gauw in. Het laatste wat hij zag voordat hij in slaap viel, was een glimp van een ongewoon heldere ster tussen de voortjagende wolken aan de donkere winterhemel.
dinsdag 17 november 2015
Hoe de kerstman de kerstman werd - deel 1 van een verhaal in 6 delen.
deel 1 | deel 2 | deel 3 | deel 4 | deel 5 | deel 6
Er was eens een Lap. Je weet wel, een bewoner van Lapland. Hij was groot en sterk en had een grote kudde rendieren en een hele mooie baard. Een witte baard, want hij was eigenljik al best wel een beetje oud. Kris, zo heette de Lap, hield veel van kinderen. Als hij even een moment zijn rendieren niet in de gaten hoefde te houden, was hij altijd aan het houtsnijden en knutselen om leuke cadeautjes te maken voor de kinderen om hem heen.
Kris was goed in dingetjes maken. Hij kon een vogel uit hout snijden die zo echt was dat je elke ochtend controleerde of hij die nacht niet stiekem weggevlogen was. Hij kon een vos maken die je de kriebels gaf als je hem aan keek. En hij kon arrensleeën maken met belletjes die echt klingelden, ondanks dat ze toch gewoon van hout waren. Als Kris één van de kinderen van een cadeautje gaf, lachte hij altijd vrolijk. "HO HO HO, veel plezier er mee kleine!", lachte hij dan.
Vaak wenste hij dat er meer tijd in een dag zat, want hij was dol op kinderen cadeautjes geven. En hij moest naast speelgoed maken voor kinderen ook nog zijn rendieren hoeden, zijn tent opzetten, zijn kleren repareren als die stuk waren en alle gewone dingen doen. Uiteindelijk bleef er op een dag meestal maar weinig tijd over om gezellig bij het vuur te gaan zitten om leuke dingetjes te maken en aan kinderen cadeau te geven.
Dik ingepakt tegen de kou stond Kris die ochtend te mopperen. Het was echt zo'n ochtend dat alles verkeerd ging: er zat een scheur in zijn tent, hij was zijn muts kwijt en zijn lievelingsrendier was verkouden. Bezorgd keel hij het dier aan. "Je wordt toch wel beter, Rudolf, ouwe jongen?", zei Kris terwijl hij het dier over de kop aaide. Het rendier zei niets, keek alleen sip terug vanonder zijn grote gewei. Kris pakte zijn spullen in en vertrok, achter zijn rendieren aan. Toen hij omkeek, zag hij aan de horizon een ongewoon heldere ster aan de donkere winterhemel.
Er was eens een Lap. Je weet wel, een bewoner van Lapland. Hij was groot en sterk en had een grote kudde rendieren en een hele mooie baard. Een witte baard, want hij was eigenljik al best wel een beetje oud. Kris, zo heette de Lap, hield veel van kinderen. Als hij even een moment zijn rendieren niet in de gaten hoefde te houden, was hij altijd aan het houtsnijden en knutselen om leuke cadeautjes te maken voor de kinderen om hem heen.
![]() |
| Credit: http://twilighttheeevee.deviantart.com/ |
Kris was goed in dingetjes maken. Hij kon een vogel uit hout snijden die zo echt was dat je elke ochtend controleerde of hij die nacht niet stiekem weggevlogen was. Hij kon een vos maken die je de kriebels gaf als je hem aan keek. En hij kon arrensleeën maken met belletjes die echt klingelden, ondanks dat ze toch gewoon van hout waren. Als Kris één van de kinderen van een cadeautje gaf, lachte hij altijd vrolijk. "HO HO HO, veel plezier er mee kleine!", lachte hij dan.
Vaak wenste hij dat er meer tijd in een dag zat, want hij was dol op kinderen cadeautjes geven. En hij moest naast speelgoed maken voor kinderen ook nog zijn rendieren hoeden, zijn tent opzetten, zijn kleren repareren als die stuk waren en alle gewone dingen doen. Uiteindelijk bleef er op een dag meestal maar weinig tijd over om gezellig bij het vuur te gaan zitten om leuke dingetjes te maken en aan kinderen cadeau te geven.
Dik ingepakt tegen de kou stond Kris die ochtend te mopperen. Het was echt zo'n ochtend dat alles verkeerd ging: er zat een scheur in zijn tent, hij was zijn muts kwijt en zijn lievelingsrendier was verkouden. Bezorgd keel hij het dier aan. "Je wordt toch wel beter, Rudolf, ouwe jongen?", zei Kris terwijl hij het dier over de kop aaide. Het rendier zei niets, keek alleen sip terug vanonder zijn grote gewei. Kris pakte zijn spullen in en vertrok, achter zijn rendieren aan. Toen hij omkeek, zag hij aan de horizon een ongewoon heldere ster aan de donkere winterhemel.
Abonneren op:
Posts (Atom)

