Posts tonen met het label nieuwsgierig. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nieuwsgierig. Alle posts tonen

vrijdag 23 februari 2018

Raar, is dat raar?

Vind je wel eens iets raar? En waarom vind je dat specifieke iets dan raar? Omdat het abnormaal is, omdat het een buitenbeentjesding is, of misschien wel enkel en alleen omdat je het ding niet kent?

Dat laatste, daar betrap ik mezelf soms op (en anderen ook wel maar bij jezelf is het ergerlijker).

Dan ben ik net Obelix uit de Asterixalbums, die iets tegenkomt dat hij niet kent, en dan meteen roept: "rare jongens!"  Obelix is dan doorgaans wel weer zo sportief dat hij zichzelf de kans geeft om dat raars te leren kennen, en dan is het op het laatst niet raar meer. Tenminste niet voor hem.

Zo is er een album waarin ze Iberiërs (nulde-eeuwse Spanjaarden) tegenkomen. Hoe het precies begint, dat weet ik niet meer, maar op een gegeven moment worden Asterix en Obelix opgezadeld met de taak om een klein Iberisch jongetje terug naar zijn stam te brengen. Obelix vindt het jongetje in eerste instantie maar raar: het jochie krijgt zijn zin door zijn adem in te houden totdat 'ie letterlijk blauw aanloopt.

Onderweg naar de stam van het kind, lopen ze tegen meer rare dingen aan. Zoals de gewoonten van de zigeuners die ze tegen het lijf lopen. Net als Asterix en Obelix van plan zijn maar eens te gaan slapen, begint hun gastheer te zingen, en zijn stamgenoten zingen mee, en dansen. En dan zingen en dansen ze ook nog eens heel anders dan thuis! Dat vindt Obelix maar raar. 

Maar aan het eind van het album, als ze weer thuis zijn het aan het feestmaal deelnemen, laat Obelix zien dat hij wel degelijk een open geest heeft, want hij zingt en danst als een échte Iberiër!

En dat is dan toch wel weer heel erg mieters van hem.

De volgende keer dat ik iets raar vind, ga ik aan Obelix denken, en hoe hij van alles en nog wat raar vindt en hoe dat raar het alleen maar interessanter maakt voor hem.

maandag 8 februari 2016

Nieuwgierig!

Als kind was ik nieuwsgierig aangelegd. En dat vonden mensen niet altijd even leuk. Soms zeiden ze dat ik een “nieuwsgierig aagje” was. Dat vond ik vervelend klinken, dus ik nam maar aan dat dat iets fouts was, een nieuwsgierig aagje zijn. Het spreekwoordenboek geeft me als definitie: “iemand die van alles wil weten over waar hij of zij niets mee te maken heeft”.

Klinkt toch niet bepaald positief.

Andere spreekwoorden die zo bij me opkomen bij het denken aan nieuwsgierigheid zijn “iemand het hemd van het lijf vragen” en “je neus ergens insteken”. Die hebben allebei ook niet echt een positieve klank. 
En dan natuurlijk Bassie, die met de regelmaat van de klok door Adriaan tegengehouden wordt door Bassie in zijn kraag te grijpen en te verzuchten: “Bassie!”. Waarop Bassie dan roept: “ja maar ik ben zo schieuwnierig!”. 

Kennelijk vinden we met ons allen nieuwsgierigheid maar een naar ding. We moeten ons met onze eigen zaken bemoeien.


Maar toch is nieuwsgierigheid soms best leuk. En ook best wel goed, denk ik, als je 'm de juiste kant op stuurt.


Als kind was ik ontzéttend nieuwsgierig.
Als ik voor mijn verjaardag een nieuw stuk speelgoed kreeg, moest ik eerst precíes weten hoe het werkte, voordat ik ermee ging spelen. Want ik was zo nieuwsgierig naar hoe het werkte! Mijn vader hield die eerste schreden van mijn onderzoekende geest nauwlettend in de gaten, want hij moest me natuurlijk helpen met alles weer in elkaar zetten als ik éénmaal mijn nieuwsgierigheid bevredigd had en niet meer wist hoe ik ’t weer in elkaar kon zetten. 

Als kind was ik ontzéttend nieuwsgierig.
Ik vroeg mijn ouders de oren van het hoofd: waarom wolken wit waren, en waarom de regenboog al die mooie kleurtjes had, waarom de lucht blauw was en waar regen eigenlijk vandaan kwam. Ik kreeg al gauw een bibliotheekpasje. Elke drie weken mocht ik vier (vier maar? ja, vier maar) nieuwe boeken lenen, waarvan meestal minstens de helft van de informatieve jeugdafdeling kwam. Toen ik die éénmaal kon dromen, leende ik stiekem ook boeken van de informatieve volwassenenafdeling. Eigenlijk mocht dat pas vanaf je twaalfde, maar vooruit. Tien was toch al bijna twaalf, of niet dan?
Vooral boeken over computers en wetenschap vond ik leuk. Lezen over vulkanen en aardbevingen, over sterren en planeten, over grote dinosaurussen die zo lang geleden leefden. Ik was zo nieuwsgierig dat ik precíes wou weten hoe het zat!

En dat ben ik nog. 

Nog dagelijks vraag ik me af: “Waarom doet hij dat?”. Waarbij “hij” vanwege mijn werk toch meestal een computerprogramma is met een bug er in.
Als ik mensen een voor mij hele rare mening hoor hebben, denk ik: “waarom vindt ‘ie dat?”. Als ik mensen iets voor mij heel raars zie doen, denk ik: “waarom doet ‘ie dat?”. Want ik ben nieuwsgierig en wil het snappen.

Ik besef tegenwoordig dat nieuwsgierigheid de drijvende factor is achter alle wetenschap. Willen weten waarom. Niet het “eureka!”-moment, is wat de meeste wetenschappers het meest boeit, maar het "Hè? Wat raar!”-moment. 


Ik ben nieuwsgierig, en dat is helemaal prima! 

vrijdag 5 april 2013

Van Efteling naar pantomime

Zo rond pasen ben ik een paar dagen naar de Efteling geweest. Mensen die mijn social-media-profielen een beetje volgen, is dat vast niet ontgaan, want ik was zo blij dat ik ging dat ik het ongeveer letterlijk van de daken schreeuwde. Maar ik was dan ook al heel lang niet meer geweest. De laatste keer dat ik in de Efteling was, stond Pegasus er nog en was de Sprookjesboom net nieuw. Hoog tijd dus om weer eens te gaan en alle nieuwe dingen te bewonderen.

Voordat ik ging, had ik via facebook contact gezocht met een van de acteurs van een entertainment-act die zo tussen 2000 en 2003 in de Efteling rondliep. Ik had namelijk een aantal video-opnamen teruggevonden, en de VHS-banden waar die op stonden, gedigitaliseerd. En als je eenmaal een sloot mp4-tjes hebt, is het een kleine moeite om die op usb-stick te zetten en te bezorgen. Ik was ja immers toch in Brabant, en dus hartstikke in de buurt. Dat maakte het een kleine moeite, waar ik toch weer iemand een groot plezier mee kon doen.

Na wat over-en-weer gefacebookt te hebben, wed besloten dat ik inderdaad de opnamen op usb bij hem mocht bezorgen. Het werd een gezellige avond vol met opgehaalde herinneringen en weet-je-nogs en uitgewisselde verhalen van "wat doe jij tegenwoordig". Uiteindelijk was ik nog maar net op tijd voor sluitingstijd in mijn hotel terug.

Maar het bezoek bleef wel hangen in mijn hoofd, en niet alleen omdat hij en zijn vrouw sympathieke en charmante mensen bleken te zijn. Toen ik namelijk zijn adres opzocht op zijn website, zag ik dat hij iets met pantomime doet. En ik weet echt helemaal niks van pantomime. Nou ja, af en toe zie je in de stad een levend standbeeld staan. En ik heb ooit wel wat filmpjes gezien van Laurel&Hardy en van Charlie Chaplin. Maar dat is het dan ook wel. Gelukkig zijn google en wikipedia dichtbij en meestal wel redelijk accuraat. Dus heb ik tijdens het tikken van dit stukje even op internet gezocht. Want nieuwsgierig.

Wat me het duidelijkst opviel, waren de foto's. De mime-artiesten die je vindt als je zoekt, hebben veelal wit-gesminkte gezichten met van die zwarte strepen bij de ogen, zwarte of zwartwit-gestreepte kleding, en witte handschoenen. Ik vraag me af waarom dat is; iemand moet toch ooit met die kennelijk typische "mime-dresscode" begonnen zijn. Volgens mij ga ik nog maar eens een partijtje op internet zoeken, want hoe meer ik lees en surf, hoe nieuwsgieriger ik word naar het waarom.