Posts tonen met het label taal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label taal. Alle posts tonen

donderdag 12 januari 2017

Jaknikker


Wikimedia Commons - user Oudehampsink - Eigen werk, CC BY-SA 3.0     
 In zuidoost Drenthe zit olie in de grond, zo rond Schoonebeek. Die werd en wordt gewonnen met jaknikkers. Van die grote pompen die heel de dag ja-knikkend van dat zwarte spul uit de grond op staan te pompen. Bij ons geen boortorens zoals in films over Texas en in de Lucky Luke-stripalbums (al zie je in die films en documentaires soms ook jaknikkers).

Het eerst hoorde ik het woord jaknikker op een schoolreisje ergens aan het einde van wat toen nog de lagere school heette: ik weet niet meer waar we heen gegaan waren, maar mijn herinnering tovert een beeld van een kleine tentoonstellingsruimte met uitleg over de oliewinning in Drenthe. Compleet met een kleine echt werkende jaknikker van technisch lego of mecano of zoiets.

 "Kijk", zei de leraar die pal naast me kwam staan, "dat heet een jaknikker, omdat hij heel de dag ja knikt." Wat ik terug zei weet ik niet meer, maar ik weet nog wel dat ik hem niet geloofde. Ik dacht dat ik voor de gek gehouden werd, zoals ik zo vaak voor de gek gehouden en gezet werd op die leeftijd. Daar wordt een mens wantrouwig van, en dus geloofde ik voor geen meter dat een jaknikker een jaknikker heet.

Maar toch had de leraar toen gelijk, en heet zo'n ding inderdaad echt jaknikker!

In het engels blijkt - volgens wikipedia - het ding een heel rijtje ook leuke namen te hebben: pompkrik, oliepaard, oliekrik, ezelpomper, knikkende ezel, hobbelpaard, sprinkhaanpomp, Grote Texaan en meer.

Ik vraag me dan wel weer af waar de namen sprinkhaanpomp ("grasshopper pump") en hobbelpaard ("rocking horse")  vandaan komen. Grote Texaan ( "Big Texan") kan ik me nog wel wat bij voorstellen, want Texas is zo bekend om zijn olie dat je er zelfs in de Lucky Luke-albums tegenaan loopt. 

Maar als ik een jaknikker zie, denk ik niet het eerst aan sprinkhanen en hobbelpaarden.  Anderen toch wel, kennelijk.

donderdag 29 september 2016

Mooie taal is niet lelijk

Op school waren de exacte vakken mijn favoriet. Na de middelbare school ben ik dan ook electrotechniek gaan studeren, en inmiddels werk ik alweer jaren in het ICT-wereldje. Allemaal superexact, dus. Maar ondanks al dat exacte vind ik andere dingen vaak ook interessant.

Taal, bijvoorbeeld. De schrijfsels van Paulien Cornelisse lees ik graag (ik heb dan ook twee boeken van haar in mijn uitpuilende boekenkast gefrommeld). En ik kan ook stiekem in mezelf ontzettend genieten als ik hoor of lees dat oude of (in mijn omgeving) weinig gebruikte woorden ergens gebruikt worden. Woorden als "eloquent" bijvoorbeeld (waarvan ik toch even moest opzoeken wat dat ook alweer betekende), of "mieters", of "frommelen". Wie zegt tegenwoordig nog "frommelen"?

Maar ook woorden in andere talen kunnen me boeien. Laatst las ik bijvoorbeeld in de volkskrant (blende-link: https://blendle.com/i/de-volkskrant/fluitje-van-een-trend/bnl-vkn-20160831-6922719) een stukje waar twee woorden in voorkwamen die ik erg mooi vind, maar waarvan ik me ook afvraag of er eigenlijk wel een nederlands woord voor is. Het eerste was sprezzatura en het tweede, eigenlijk twee woorden, was horror vacui - dat angst voor leegte schijnt te betekenen.

Sprezzatura schijnt iets te betekenen als "de kunst om moeilijke dingen een fluitje van een cent te laten lijken". Balletdansen bijvoorbeeld. Je kijkt naar het zwanenmeer en het lijkt alsof die dansers en danseressen alles zomaar even 123 dansen, maar je weet dat ze van kleins af aan veel trainen en dat ze na de voorstelling gigantisch last hebben van balletvoeten. Ik vraag me af of we daar in het nederlands wel een woord voor hebben.

Iets anders tofs van 't nederlands vind ik dat je schier eindeloze rijen woorden aan elkaar kunt plakken, en dan vaak nog een daadwerkelijk woord overhoudt ook. Hottentottententententoonstellingen is een hele bekende, maar iets als koelelementreparatiebedrijf ook. Je plakt van alles gewoon aan elkaar en houdt dan soms zowaar ook nog iets zinnigs over.

Niet in alle talen doen ze dat. In het engels bijvoorbeeld, zetten ze overal spaties tussen. Waar wij dus koelelementreparatiebedrijf schrijven, schrijven zij koel element reparatie bedrijf. Sommige mensen nemen die spaties over van engels naar nederlands, wat weer leidt tot allerlei onbedoelde maar soms toch lollige teksten en tekstjes rondom onjuist spatiegebruik: haar verlenging in plaats van haarverlenging in een kappersreclame, of thee kan in plaats van theekan op een labeltje op de theekan. En natuurlijk honden kussen in plaats van hondenkussen. Katten bakken in plaats van kattenbakken.

Ongewone of ouderwetse woorden, of taalgrapjes, ik ben er dol op. Ook als 't kwartje bij mij niet meteen valt en ook als 't niet meteen nederlands is. Tenslotte zijn woorden als restaurant en portemonnee ook niet van kleiige origine. Dat sprezzatura vind ik toch een erg mooi woord, bijvoorbeeld, ook al is 't italiaans. Sprezzatura. 't Klinkt bijna als een nieuw soort italiaanse koffie, en het geeft me een beetje een vakantiegevoel.

Mag zeker weten worden bijgeschreven in het mooiewoordenboekje. Maar wat is het nederlandse woord ervoor?

dinsdag 5 juli 2016

Koe-wie en toe-wie

Omdat ik veel lees, komt een groot deel van mijn woordenschat uit boeken. En gok ik met sommige woorden maar wat op de uitspraak, want die weet je niet als je een woord alleen maar leest en nooit hoort. Soms klopt het wat ik gok, soms kom ik er later achter dat het niet klopte. Gelukkig heb je tegenwoordig internet waar je dat op kunt zoeken, maar vroeger wist je het gewoon niet en moest je gokken. En dat deed ik met veel woorden, want ik las en lees veel en graag.

Ingenieur is zo'n woord: ik heb altijd de neiging om in-ge-ni-eur te zeggen, dus met een harde g en precies zoals je het schrijft. Vaak is er dan wel iemand in de buurt die mij corrigeert of corrizjeert (ook zo'n woord) en roept dat ik het uit moet spreken als "inzjenjeur".

Dat fenomeen, daar loop ik soms ook tegenaan in mijn werk. Kennelijk is het voor mij onbewust zo'n gewoonte geworden om woorden uit spreken zoals ik ze lees, dat ik er niet meer mee op kan houden. Een zo'n woord is "gui". Gui is eigenlijk geen woord maar een acroniem: een als woord uitspreekbare afkorting. Het betekent "graphical user interface", oftewel grafische gebruikers interface. Dat stukje van je app dat je ziet, het spreekwoordelijke topje van de ijsberg van de app die je aan het gebruiken bent.

Omdat je het zo schrijft, heb ik gewoonte om gui te zeggen. Zeg maar zo'n bolletje waar je van gaat huilen als je 'm snijdt, met een g er aan de voorkant vastgeplakt. Ik ben daarmee wel in de minderheid, schijnt het: veel van mijn collega's spreken het uit op z'n engels (het komt eigenlijk ook uit het engels, nietwaar?) en zeggen koe-wie met een zachte k. Ik moet altijd twee keer nadenken als ik dat hoor voordat ik besef dat ze gui bedoelen. Ietwat vervelend, maar je went er aan en past je zo goed mogelijk aan.

Toch loop ik op een onverwachte plek weer tegen datzelfde ui/oe-wie-dilemma aan: in de reclames voor dat reisbureau TUI.

"Toe aan tui", zegt de slogan op het scherm.
"Toe aan toe-wie", zegt de voice-over.
"Toe aan tui", denk ik bij mezelf.

Ik ben benieuwd hoe snel ik mezelf zover krijg dat ik braaf koe-wie en toe-wie ga zeggen, zoals het schijnbaar hoort.

Misschien blijf ik wel een stiekeme rebel door lekker koppig gui en tui te blijven zeggen.
Kan het mij schelen.

zaterdag 1 augustus 2015

Vroem Vroem

Soms zit er zomaar een gek woord of een gekke uitdrukking in mijn hoofd. Vanochtend was dat "Grote Vroem" voor een lijnbus. Uiteraard heb ik 'm meteen digitaal vereeuwigd op twitter toen ik onderweg ging naar Dierenpark Emmen (dit jaar kan dat nog, vanaf volgend jaar heten ze iets hips Engels en zitten ze niet meer in het centrum maar op de Noordbargeres waar nu nog druk gebouwd wordt). 

In de bus onderweg, herstel, in de Grote Vroem onderweg, bedacht ik me dat je best een aardig eindje zou kunnen komen met het woordje vroem. Een Grote Vroem is dan een gewone grote bus, een Kleine Vroem is zo'n klein tienpersoonsofzobusje en een Eigen Vroem is een auto. Een gelede bus kan HarmonikaVroem heten en een dubbelgelede bus een TweeHarmonikasVroem. 

Maar dan. Ik kom in de knoop met andere gemotoriseerde dingen: hoe noem je een motor? Of zo'n 45-kilometerkarretje? Misschien zijn de woorden "auto", "bus" en "harmonikabus" toch praktischer. Maar ook saaier, vind ik stiekem. 

vrijdag 18 februari 2011

Alles of niets



Zo rond mijn tiende verjaardag kreeg ik mijn eerste computer. Een ZX Spectrum. En al gauw kon ik er wat simpele programma's op maken, en kon ik dus programmeren. Later ben ik bij een ICT-bedrijf gaan werken, waar ik computerprogramma's maakte. En dat doe ik nu nog steeds. Ik zit dus al heel lang tussen de computers, en ik programmeer nu al 27 jaar waarvan de laatste 14 jaar dus als mijn werk. Best wel lang dus. En als je zolang met computers omgaat, ga je vanzelf een beetje denken als zij.

Dat ik dat vaak doe valt me wel eens op als ik anderen woorden als "alles", "niets" en "altijd" hoor gebruiken. Soms heb ik het er wel eens over met collega's en hen valt hetzelfde denkverschil op tussen "ons" programmeurs (want ik ben niet de enige met deze afwijkende manier van denken) en "hun" niet-programmeurs. En ondanks dat we het weten van onszelf, is het toch wel makkelijk vergeten dat wij woorden als alles anders interpreteren dan anderen. En dat geeft soms heftige discussies omdat je elkaar dan even niet snapt terwijl je denkt dat je elkaar wel snapt.

Maar hoezo denk ik dan anders over zulke woorden dan anderen?
Ik kan dat het beste uitleggen met een voorbeeld. Stel je hebt de volgende stelling:

"Alle vogels vliegen"

De meeste mensen zullen daarop iets zeggen als "ja dat klopt alleen de struisvogel en de pinguin vliegen niet". Het woord alle is bij hen een soort van elastiekje dat je uit kunt rekken zodat het ineens "de meeste" betekent en de struisvogel en de pinguin er ineens niet meer bijhoren.

Maar mijn eerste reactie is: "Nee dat klopt niet want de struisvogel en de pinguin vliegen niet en dat zijn ook vogels." Het woord alle betekent bij mij genadeloos ALLE. Geen uitzonderingen, want dan is het niet meer "alle", maar "de meeste". En op de een of andere manier lijken alleen mede-programmeurs en aanverwante technici net zo te denken. Er zijn meer woorden die absoluut zijn en geen uitzonderingen kennen, bijvoorbeeld altijd, nooit, en niets.
En dat absolute is voor mij zo vanzelfsprekend en logisch dat ik wel eens vergeet dat taal niet vast is als een blok beton, maar eerder flexibel als een stukje klei (van die vrolijkgekleurde kinderklei van Play-Doh ofzo) dat je kunt kneden in de vorm die je wilt en dat veel mensen die klei anders kneden dan ik en dus zulke woorden anders interpreteren dan ik.

Mensen zeggen vaak dat ICT'ers niet kunnen communiceren. Uit bovenstaande overwegingen kan ik denk ik wel veilig de conclusie trekken dat ik prima kan communiceren, maar dat ik dat wel anders doe dan de meeste mensen. En dat moet je dan net weer even weten.

U bent dus gewaarschuwd :)

Ciao,
Ingrid.


dinsdag 17 november 2009

Duud'lek!!

Ik hou er van als ik snap wat er gezegd wordt. Of wat er geschreven wordt. Meestal lukt me dat ook wel, het woordenboek in mijn hoofd is redelijk groot en ik heb op de middelbare school goed opgelet bij Nederlands. Maar soms kom ik iets tegen wat mij toch drie keer achter mijn oren doet krabben.

Zoals vorige week.
In mijn inbox verscheen een e-mail die vertelde over de oprichting van een nieuwe afdeling. Hij probeerde uit te leggen waarom die afdeling opgericht werd en wat de nieuwe afdeling moest gaan doen. Een interessante e-mail dus, die de moeite van het lezen waard is, vind ik dan dus, want ik heb hart voor de zaak. Maar het kostte wel veel moeite en enig googlen om erachter te komen wat er bedoeld werd. Er werden zoveel moeilijke woorden gebruikt!

In eerste instantie werd ik kwaad, want ik heb vroeger altijd geleerd dat het nogal onbeschoft is om taal te gebruiken die je lezer niet kent. Je praat in een winkel toch ook geen oeigoers ofzo. En om allemaal van die dikdoenerige woorden te gebruiken, dat kwam toch wel kleinerend over. Maar goed, die e-mail wou ik toch lezen, dus ik schoof mijn kwaadheid even aan de kant en begon moedig aan een poging. Waarop ik toch algauw weer vastliep.

Zo stond er bijvoorbeeld ergens in "IT als business enabler". Ehhh.....Even denken. To enable is engels voor aanzetten of mogelijk maken. En een business, was dat niet een bedrijf? Maar een bedrijf áánzetten?? Een bedrijf zet je toch niet aan, die richt je op. Ergens anders stond "als entiteit ketenverantwoordelijk voor de ICT en Informatiehuishouding". Weer even denken. O, wacht. Dat "als entiteit" zal wel "als afdeling" betekenen.

Uiteindelijk heb ik het halverwege de derde alinea maar opgegeven. Het werd laat en ik had nog wel meer te doen dan een poging doen om al die onbekende woorden en uitdrukkingen te snappen.

Maar ik vroeg me wel af: dat ik het niet snap, komt dat omdat de mail niet voor mij bedoeld is? Maar waarom sturen ze hem dan ook naar mij? Of verwachten ze van mij dat ik het wel snap? En waarom verwachten ze dat dan?

Na wat navragen her en der bleek dat ze gewoon niet wisten dat dit moeilijke taal is voor mij. En voor een hoop van mijn collega's. Gelukkig weten ze dat nu wel! Zou dat blijven hangen?

Ciao,
Ingrid.