Posts tonen met het label lente. Alle posts tonen
Posts tonen met het label lente. Alle posts tonen

zaterdag 10 februari 2018

Langere dagen

Foto: ik
Het is de laatste paar dagen koud maar mooi weer geweest. Echt van die mooie frisse winterdagen. Warmetruienweer, maar wel mooi warmetruienweer. En op zulke dagen dat de zon zo stralend schijnt en je wolken aan de hemel bijna met een loep moet zoeken, kun je goed merken dat de dagen alweer lekker aan het lengen zijn.

Was het zo rond de kerst om half vijf echt wel zo'n beetje flink donker aan het worden, op dit moment moet je voor dat moment zeker de half zes voorbij. Mijn rugrondje van rond de kwart voor zes is niet meer in de duisternis, maar in de avondschemering, terwijl een paar dappere koolmeesjes hun beste snaveltje alweer voor zetten, al zingend op een tak. Je kunt vijf minuten naar een boom staan kijken en hem dan nog steeds niet zien - tenzij hij beweegt - , zo klein is hij. Maar horen doe je hem wel.

Ook de zon geeft langzamerhand alweer wat meer warmte. Als je uit de wind en in de zon bij de bushalte staat, is hij zelfs al een beetje lekker. De kapster vertelde gisteren dat ze vandeweek al even buiten in de tuin had gestaan - haar tuin ligt op het zuiden - om te genieten van de zon. Daarbij had ze zoiets gedacht van: "hè, die zon wordt al weer lekker sterker".

De langere dagen en warmere zon maken me goedgemutst.
Ze doen me dromen van de lente, van bladeren aan de bomen,  van weer een terrasje kunnen pakken op donderdagavond na het werk de stad in gaand, van poffertjes met aardbeien eten op de Grote Markt, van slenteren in het Stadspark.


Want zonnige winterdagen zijn mooi, milde lentedagen vind ik toch nét even fijner.

zaterdag 13 april 2013

Groen, ik mis je!

De takken van de bomen zijn nog steeds kalig. Als je héél dichtbij gaat kijken, zie je dat ze vol met knop en zo zitten, maar blaadjes kweken doen ze nog niet echt, de takken blijven net zo kaal als het hoofd van Lambik. Zal wel door de kou komen die zo lang bleef hangen. Ik vind het maar niks, dat kalige. Zo winters.

Alles was droog en dor en geel. Eerst heel lang winter geweest, toen heel lang droog en het bleef maar koud. Elke dag het weerbericht lezen, op zoek naar dat sprankje hoop op lente en mooi weer en alles groen en bladeren aan de bomen. En elke dag weer het bericht: "het blijft nog wel even koud". "Wat doet die Lentefee eigenlijk? Is ze in staking of zo?", dacht ik dan bij mezelf.

Gelukkig begint het nu wat aangenamer te worden, qua temperatuur. Alleen jammer van de droogte, daardoor blijft de natuur dor en geel en doods. Niks groen. Ik begon me af te vragen of ik niet beter maar kon gaan wennen aan geel, want het leek wel eeuwig te gaan duren. En toen werd er regen voorspeld vandeweek. Nog niet eens echt veel, maar hopelijk genoeg om alles wat groen hoort te zijn weer groen te maken. Ik hoopte met hopen.

We hebben de paar dagen regen gehad en inderdaad beginnen er weer fikse groene plekken te komen tussen al het geel. "Joepie, het wordt weer groen", juich ik hardop als ik in mijn uppie in de auto zittend langs groene weilanden rij. Ook in mijn onooglijke tuin is het eerste groen weer te ontwaren. Lelietjes-van-dalen en paardebloemen vooral, zo te zien. Maar toch, het is een begin.

Morgen wordt het mooi weer, zeggen ze. Twintig graden en veel zon. Zouden er dan eindelijk weer bladeren aan de bomen komen? Laat alles weer groen worden. Groen, heerlijk prachtig groen.

zondag 17 maart 2013

Poffertjeskraam gespot

Het is koud en nat buiten. Natte smurrie die geen sneeuw en regen is, maar iets kouds er tussenin, valtdwarrelt uit de lucht. Mijn benen hebben zin in wandelen en beweging. Mijn hoofd vindt het veel te koud en te vies weer buiten, en blijft liever met een goed boek op de bank hangen. Voor de zekerheid stop ik toch maar die stadswandelingkaart in mijn handtas voordat ik naar de bushalte loop. Eigenlijk heb ik toch wel zin om een eindje te lopen. Morgen moet ik weer stilzitten.

Het is al half maart, maar volgens het weer is het nog januari. 's Ochtends doordeweeks voelt dat heel raar. Dan stap ik in de auto en ga naar mijn werk als het al licht is, maar toch ligt er sneeuw. 's Nachts vers gevallen en dooit in de loop van de dag weer weg. Daar denk ik aan als ik bij de bushalte sta te wachten. Vandaag hoef ik niet te werken, vandaag is het zondag. Ik bedenk me dat over twee weken de zomertijd in gaat, en dat de poffertjeskraam ook over een paar weken wel weer zal komen. Allemaal tekenen dat de lente naderbij zou moeten komen. Zelfs al werkt Koning Winter nog niet echt heel erg mee.

Op de grote markt stap ik uit de bus en kijk naar de overkant. De drie gezusters is nog dicht, en het goudkantoor ook. Ook in de binnenstad is het koud, nat en onaangenaam weer. Ik besluit om even bij de forumbouwstrip langs te lopen en daarna te gaan wachten onder de abn-amro-bank. Even uit de wind en uit de nattigheid wachten tot de koffie open gaat. Als ik sta te wachten dringt het ineens tot me door waar ik eigenlijk naar sta te kijken. Twee wagens staan op de grote markt, en er lopen een paar heren om heen. Ik ken die wagens. En die heren ook. De Meneer Met De Grote Snor, de PoffertjesMeesterBakker, herkent me en zwaait. ik zwaai vrolijk terug.
De poffertjeskraam wordt kennelijk opgezet vandaag.

"Joepie!", denk ik bij mezelf. Ik zie in de verte de deuren van de drie gezusters open gaan en besluit nu koffie te gaan drinken en om binnenkort gauw poffertjes te gaan eten. Volgend weekend misschien, of vandeweek tijdens de lunchpauze. Want vanaf morgen of zo kan het dus weer, blijkbaar. Ook al zal het de eerste winterse weken nog wel een koude bedoening blijven, daar in die poffertjeskraam. Maar ach. Wat maakt kou eigenlijk uit? Je zit er droog en uit de wind, met de heerlijke lucht van poffertjes in de neus te mensenkijken naar wat er allemaal gebeurt op het plein en te dromen van de zomerwarmte.

Ja, ik ga beslist binnenkort poffertjes eten.

maandag 11 februari 2013

Sneeuwklokjes in de sneeuw


Afgelopen zondag na het schrijfcafé en na de lunch had ik zin om even een stukje te wandelen. Het was best wel frisjes buiten, maar ik had een muts en handschoenen in mijn rugzak-aktentas-handtas-geval-dinges gedaan en ik had expres warme sneeuwlaarzen aangetrokken. Dus frisjes was helemaal niet erg.

Toen ik zat te lunchen, leek het nog wel somber, en eventjes sneeuwde het zelfs. Maar toen ik, éénmaal uitgelunched en uitgebuikt, de deur van het Goudkantoor uitstapte, was het al bijna weer droog. En ach, dacht ik, wat maakte het uit als het weer wat meer zou gaan sneeuwen? Ik had immers een muts op en handschoenen aan en een lekker warme jas en warme laarzen. Ook vond ik dat ik eigenlijk sowieso niet mocht zeuren over die paar vlokken, met die nieuwsberichten over de sneeuwstorm in het oosten der VS in mijn achterhoofd. 

Tijdens de wandeling had ik wind mee, dat beetje dat er stond dan tenminste dus dat was ook alweer fijn. De zon brak even later door de wolken, en toen was het wel heel fijn lopen langs de singels. Op het Emmaplein gekomen bleef ik verbaasd en verrukt even staan kijken, want er bloeiden sneeuwklokjes. Middenin de sneeuw deden ze hun naam eer aan, maar toch was het ontzettend fijn om zo een kleine voorbode van de lente te zien! Er niet ver vandaan was een bankje, uit de wind en in de zon, en daar ben ik even gaan zitten. Op zondag komt er daar maar weinig verkeer langs, en ook weinig mensen. Middenin de stad is het even heerlijk rustig en ben je ver verwijderd van de normale stadse herrie en het druk gemurmureer. En de zon was zowaar al een beetje lekker warm.

En daar heb ik de halve middag gezeten, op een bankje in de zon genietend kijken naar bloeiende sneeuwklokjes. En ik vond het zalig!

dinsdag 9 maart 2010

Lente

Twee maanden lang hebben we - in het Noorden althans niets dan sneeuw gezien, af en toe vermengd met wat ijzel. Temperaturen onder nul waren zowel 's nachts als overdag meer regel dan uitzondering. Als je in februari bij de bushalte de opmerking maakte "Het mag van mij wel warm water regenen", dan kwamen er flink wat verhalen los en veel gemopper op de sneeuw enzo.

Maar de laatste paar weken is dat veranderd, de Lentefee heeft duidelijk de aanval geopend op de hegemonie van Koning Winter. Er ligt helemaal geen sneeuw meer, en de sneeuw die er nog valt smelt lekker snel weer weg. De zon schijnt, en als je in de zon en uit de wind zit is hij lekker warm ook. De Lente is duidelijk weer in het land en dat is erg goed voor mijn humeur. Van mij mag Koning Winter wel héél lang op vakantie, op zijn minst tot december ofzo.

Afgelopen weekend was het ook mooi weer, en heb ik heerlijk kunnen wandelen, van mijn huis naar de Stad. Dat is ongeveer een uurtje lopen en voor mij een prima afstand. Vooral als je lekker in de zon kunt lopen en je weet dat het terras van de Kosterij alweer open is en je daar heerlijk in de zon en uit de wind kan zitten! Met een kopje cappuccino erbij en mijn jas los omdat het best wel warm was in de zon (Yay!) is het leven weer helemaal goed.

Ik kijk al helemaal uit naar de komst van de poffertjeskraam, heerlijk eerst een uurtje wandelen in de zon en dan lekker daar op het terras zitten thee drinken en poffertjes eten, ik heb er zo'n zin in!

Ciao,
Ingrid.

maandag 9 maart 2009

Zomaar een zaterdag

Zaterdagochtend.
Ik lig nog lekker lui in bed, geen wekker die mij er uit probeert te halen. Lekker langzaam wakker worden en luilakken. Ineens valt het me op dat het buiten nogal licht is. Ik kijk wat beter en zie dat het de zon is die door het gordijn heenloert.

"Joepie!" denk ik bij mezelf. Zon!

Gauw sta ik op, doe mijn dagelijkse ochtendtraining en doe dan gauw de gordijnen open, nog voordat ik ga ontbijten. De zon schijnt inderdaad zeg! Het ziet er erg aangenaam uit, en ik besluit om na het ontbijt-aankleden-koffie-ritueel eerst lekker naar de Stad te lopen en daar even een ogenblikje een terrrasje te pakken. De Kosterij had vorige week al een terrasje staan, dus dat zullen ze nu ook wel weer hebben.

Zo gedacht, zo gedaan en na een drie kwartier stevig doorstappen kom ik aan bij de voet van de Martinitoren. Van al dat wandelen heb ik het warm gekregen, ik heb mijn jas maar even uitgetrokken. Als ik straks stil zit op een terrasje koel ik wel weer af en dan trek ik hem dan wel weer aan.
Ik speur naar een mooie plek die nog vrij is, maar ik moet goed speuren want er zitten al een heleboel mensen. Uiteindelijk valt me een stoel op die zo te zien mooi in de zon en uit de wind is en alleen bezet wordt door een tas. Beleefd vraag ik de eigenaar van de tas of de stoel in kwestie vrij is, en als hij bevestigend antwoordt vraag ik of ik er bij mag komen zitten. En dat mag gelukkig.

Ik kijk rond op het terras, het zit er goed vol, De Kosterij doet duidelijk goede zaken. Ik kom tot rust. Alles lijkt nu even wat langzamer te gaan, zelfs de bediening is langzamer lijkt het. Maar dat vind ik niet erg, dan kan ik even om me heen kijken naar alles. De poffertjeskraam staat er nog niet, maar er is al wel een hele lege vrije plek op de Grote Markt waar hij strakjes zal staan. Ik kan de poffertjes al bijna proeven. Er rijden een hele hoop bussen langs, en dan zijn er allemaal fietsende en brommende en lopende mensen. Dat is nog het leukste van een terras, mensen kijken, en als je zoals ik nu een zonnebril op hebt kun je dat nét iets onbeschaamder doen dan anders omdat de mensen dan je ogen niet zien.
De bestelde cappuccino wordt gebracht, en hij smaakt uitstekend. Er zit een chocolaatje bij dat ik voor de verandering eens niet laat liggen; maar opeet. Tenslotte heb ik net zo enthousiast gewandeld, dat éne chocolaatje kan er nu wel af. Het blijkt dat het maar goed is dat ik hem direct opeet, want één kant is al helemaal zacht geworden door de hitte van de koffie. Toch smaakt hij goed, helemaal met de welluidende klanken van de Martinitoren op de achtergrond. Daar speelt namelijk op het moment een beiaardier.

Als ik net mijn tweede kopje koffie heb besteld komt er een rijtuig aan. Het rijtuig gaat de stoep op, keert voor vindicat en met de neus naar de weg houdt de koetsier het paard stil. Ik herken het paard en het rijtuig; die staan hier 's zomers altijd, voor rondritten. En inderdaad komen even later een tweetal borden tegen een lantaarnpaal te staan met de tekst "Rondritten met koets of paardentram" er op. Het paard lijkt nieuwsgierig, ik zie hem zijn oren alle kanten op bewegen. Het zijn net richtmicrofoons en ik moet direct aan katten denken, die doen dat ook soms.

En terwijl de oude heilsoldaat collecteert, ik me af zit te vragen of dat meisje met korte mouwtjes op het balkon van Vindicat het niet koud heeft en de zon af en toe begint te verdwijnen achter de wolken, besluit ik om na dit tweede kopje koffie verder te gaan. Maar toch was het tof.

Ciao,
Ingrid.

maandag 16 februari 2009

Stuiptrekkingen

Van het weekend keek ik voor de verandering eens "live" naar het nieuws. Meestal haal ik dat in via internet, uitzendinggemist.nl ofzo, maar ik was thuis en kon voor de verandering eens naar de echte televisie kijken. En daarbij uiteraard wachten op het allerbelangrijkste item van het nieuws: de weersvoorspelling!

Om daar te komen moet ik eerst een hele rits bosbrandellende uitzitten, iets over een blond tweede-kamerlid dat van tevoren wist dat 'ie Engeland niet in mocht en heel koppig toch is gegaan, en meer van dat soort dingen. En dan, net als ik denk: "Ha! Nu komt het weer!", zit ik weer fout, want ineens rolt er een reclame over het scherm. Ik weet gelijk weer waarom ik bijna nooit meer naar de echte televisie kijk, en in plaats daarvan Youtube kijk.

Maar uiteindelijk wordt mijn lange wachten beloond, want het weerpraatje begint. Eerst met een algemeen verhaaltje over hoe zo'n mooie dag het wel niet was, opgeluisterd met wat kijkersfoto's. Het zijn leuke foto's. Geduldig zit ik te wachten op de meerdaagse verwachting, en zie dat mijn hoop eindelijk eens uitkomt: maandag en dinsdag wordt het wel zeven graden. Ineens ben ik blij, het is dan misschien maar een kleine adempauze, maar ik vind het toch leuk om zo herinnerd te worden aan het feit dat de lente nu niet zo lang meer op zich laat wachten. Deze eerste stuiptrekking van de lente is mij erg welkom, na al die weken sjaals en handschoenen en mutsen en gladheid en vrieskou. En als ik de volgende dag de vogels hoor fluiten, ben ik helemaal blij.

Ik tel de weken en de dagen, nog maar een week of drie voordat de poffertjeskraam terug komt op de Grote Markt!. Alweer een teken dat we – wat de kalender betreft althans – de ergste ellende gehad hebben.

Nu maar hopen dat Maart zijn staart niet ál te enthousiast roert en dat April toch vooral geen vrieskou wil...

Ciao,
Ingrid