zondag 8 september 2013

Meeneemhuis

In mijn tuin stikt het van de slakken. De planten zijn daar uiteraard niet zo blij mee en tonen mij hun ongenoegen door gele lelijke bladeren te hebben. Ondanks dat vind ik slakken stiekem toch leuk om naar te kijken. Vooral die met een huisje. En daarvan zijn er veel in de tuin.

Soms moet ik aan huisjesslakken denken als ik op het station treinen (en reizigers) zit te kijken. Dan verbeeld ik me dat ik zo in die trein kan stappen en net als een slak mijn huisje op mijn rug heb. Of misschien in zo'n klein tasje met een Harry-Potter-achtige onnaspeurbare zwelspreuk, of hoe dat volgens Hermelien Griffel ook heet. Dan zou je over de hele wereld kunnen reizen en allemaal spannende en mooie en vreemde en opmerkelijke en zo dingen zien en meemaken en toch altijd je eigen veilig voelende huisje bij je hebben.

Soms, als ik een treindag heb, ga ik dan onder andere naar Schiphol en dan naar de vliegtuigen kijken. En naar al die mensen met koffers die naar allerlei fantastisch exotische plaatsen op reis zijn. Stel je voor dat je zo zomaar overal naartoe zou kunnen reizen en dan toch je huisje en je eigen spulletjes en zo bij je kunnen hebben.

Misschien moest ik maar eens gaan kijken naar de mogelijkheden van een kamperhuurvakantie. Want een kamper, dat is toch immers bijna een meeneemhuis.

zaterdag 31 augustus 2013

Een heus sonnet, een oude droom.

Sinds jaar en dag schrijf ik al gedichten. Sommigen publiceer ik zelfs, zoals jullie inmiddels vast al wel weten. En bijna net zo lang als ik al gedichten schrijf, droom ik er van om ooit een heus sonnet te schrijven. Bij voorkeur natuurlijk gelijk van Shakespeariaanse kwaliteit, al lijkt me dat wel wat veel gevraagd.
Een echt sonnet zit aan allerlei regels vast, en dat maakt het best wel lastig. Vaak heb ik het geprobeerd, maar het resultaat was zulk lelijk prutswerk dat ik het liever voor mezelf hield. De laatste jaren ben ik niet zo meer met dat sonnet bezig geweest, hoewel het verlangen om er ooit eentje te schrijven in mijn achterhoofd bleef zitten. Ooit zou ik er eentje schrijven.


Vandaag liep ik met mijn fotocamera in de hand langs de Groninger singels. Langzaam sjokte ik over het gras, kijkend naar hoe de bomen al wat geel begonnen te worden. Er hing een duidelijke geelbruine zweem over het groen van de bladeren. Het besef dat de herfst voor de deur stond maakte me wat melancholisch, en toen ik bij mijn favoriete schrijfplek, het Goudkantoor, ging zitten om koffie te drinken, begon een gedicht vorm aan te nemen in mijn hoofd. Gauw pakte ik de ipad om hem op te kunnen schrijven.

Twee koppen koffie en veel prutsen en herschrijven later las ik het ding nog eens door. Het drong tot me door dat ik het gedaan had: een heus sonnet geschreven. Misschien niet honderd procent volgens de regels, maar toch beslist eentje die er mocht zijn. Hoe vaak had ik niet vloekend en gefrustreerd papier aan de kant gesmeten omdat het gewoonweg totaal niet wou lukken? En nu vloeide hij zomaar uit mijn digitale pen.

Nu kijk ik naar buiten, naar de mensen die op het terras samengegroept onder de grote parasols zitten te schuilen voor de regen. Ik heb het gedaan. Een echt sonnet. Ik voel me trots en gelukkig.


P.S.: en dit is hem dus: http://ingridsgedichten.blogspot.nl/2013/08/dag-zomer-welkom-herfst_31.html

vrijdag 16 augustus 2013

Sport is leuk?

"Hé, wil jij met mij naar de sportschool? Zodat ik een stok achter de deur heb?"

Dat zei een whatsappberichtje vandeweek. Aangezien ik nog geen idee had welke sport bedoeld werd, stuurde ik een berichtje terug in de trant van "jawel, maar dat hangt van de sport af". We zouden het er nog wel even over hebben, besloten we.
Later in de week ging ik even langs. We hadden het er over en het bleek dat zo'n fitness-centrum bedoeld werd, zo'n sportschool met van die grote indrukwekkende apparaten enzo. Iets dat ik kende en al vaker geprobeerd had: http://ingridsgedichten.blogspot.nl/2013/01/rubense-op-de-sportschool.html.

Ik vroeg me meteen af waarom de stok achter de deur nodig was, dat suggereerde meteen iets-helemaal-niet-leuks. Maar aangezien het normale leven zijn loop neemt met alle dingen die je moet, bleef die vraag een poosje in mijn achterhoofd hangen. Tot hij onverwachts weer gewekt werd door een wandeling.

Een paar dagen later ging ik namelijk even lekker relaxt een uurtje wandelen in Kardinge. Mooi recreatiegebied. Halverwege stond een bankje. Op precíes de goede plek om even te gaan zitten en te kijken naar hoe mooi het allemaal was. De zon stond laag en het licht was geel. Even verderop graasden een paar koeien. Alles was rustig en vredig en mooi. De wereld kan zo waanzinnig mooi zijn!

Mijn kijkende bui werd ruw onderbroken door gehijg en gepuf toen er een groep hardlopers aankwam. Zweet op het voorhoofd, de handen tot vuisten gebald en een martelende blik op het gezicht. Ik keek hoe ze aan kwamen hollen, hoe ze voorbij gingen en hoe ze verder holden. Kennelijk had niemand die veel geroemde runners' high, want ze keken allemaal alsof het helemaal niet leuk was. En als zo'n high zo lekker voelt, dan zou je toch ook bijbehorend kijken? Of niet? Misschien denk ik nu wel te simpel. Maar het viel me toch op, dat al die hardlopende mensen zo naar keken.

En nou vraag ik me af waarom mensen dat eigenlijk doen. Waarom zo fanatiek vasthouden aan een sport die je kennelijk helemaal niet leuk vindt? Waarom niet zoeken naar iets wat je wel leuk vindt? Er is tenslotte zoveel, je kunt voetballen, handballen, korfballen, hockeyen, paardrijden, hardlopen, wandelen (al dan niet nordic), schermen, kung-fuën, hap-ki-doën, judoën, karate, gymmen, turnen, volleyballen, pilates, yoga, curling, bowlen, schaatsen en skeeleren, fietsen en wielrennen, dansen (stijldansen, countrydansen, streetdance, hiphoppen, tapdansen, hofdansen, volksdansen...) noem maar op. En dat is alleen nog maar wat ik zomaar even uit mijn hoofd opschrijf, zonder google. Er is vast nog veel meer.

Er is zoveel, dat het toch het waarschijnlijkst lijkt dat mensen toch de sport doen die ze echt leuk vinden. Ook al kijken ze er bij alsof het best wel pijn doet.

Hoe kijk ik eigenlijk als ik dans?

zaterdag 10 augustus 2013

De schoonheid van de dagelijkse dingen

Laatst las ik op de site van 500px een stuk over iets dat ze "Contemplative photography" noemden. Het was een van hun "recommended reads", schrijfsels van hun fotografen die zij aanraden aan hun leden om te lezen. Zo'n nietszeggend woord als contemplatief maakt me nieuwsgierig, dus ik ging lezen.

Naar ik begreep was het een soortement van meditatieve fotografie. Het zou gaan om de kleine dingen waar de meeste mensen straal aan voorbij lopen. De dagelijkse dingen, die zo mooi kunnen zijn als je er even goed naar kijkt. Maar dan moet je wel kijken natuurlijk. En zien. En dat betekent dat je, heel boeddhistisch, in Het Nu aanwezig moet zijn. Om je heen kijken naar wat je nu ziet,en waar je nu bent. Niet piekeren over vorige week of morgen. Nu is Nu. 

E dat klonk verrassend bekend, want dat vindik ook leuk om te doen. Die gewone dagelijkse dingenaan mensen laten zien. Laten zie hoe mooi de wereld is, en dat je daarvoor niet heel ver weg hoeft. Terwijl ik dit tik, bijvoorbeeld, zit ik in de zon op een terrasje bij de McDonalds aan de koffie te kijken naar hoe het zonlicht parelt in de plasjes water op de banken op het terras.

Een waanzinnig mooi gezicht:

Het was een ontzettend leuke ontdekking dat kennelijk meer mensen dat doen. In mijn omgeving ben ik vaak de enige, en als ik vertel dat ik altijd een compactcameraatje in mijn handtas heb, kijken mensen soms best wel verbaasd. Maar er zijn dus veel meer mensen die dat doen. Schijnbaar zelfs zoveel, dat dat wat wij doen een naam heeft. 

Natuurlijk heb ik meteen het boek besteld waar dat500px-artikel het over had. 

vrijdag 2 augustus 2013

Van koningin naar Draakin



Al jaren speel ik het Massive Mulitplayer Online RolePlaying Game of MMORPG runescape. Ergens aan het einde van 2005 ben ik begonnen, en nu speel ik het nog steeds. In dat spel ben je een poppetje in een soort middeleeuwse wereld, en moet je allerlei queestes voltooien:





En in die wereld lopen een heleboel andere poppetjes rond. Sommigen horen in het spel en zijn computerpoppetjes. Maar een heleboel zijn andere spelers. En daar kun je dan mee kletsen, via een chatbox. En soms dan leer je zo superleuke mensen kennen, van alle hoeken en gaten uit de wereld. Je kunt zelfs pardoes in een clan terechtkomen, met clanactiviteiten en alles.

In dat spel kun je zelf kiezen hoe je wilt heten, en dan mag je dat eens in de zoveel tijd veranderen. Eerst wist ik niet hoe ik wou heten, en heette ik gewoon jansen. Na een paar jaar besloot ik dat ik QueenBlueSky wou heten. Queen vanwege die éne band (en stiekem omdat het me wel leuk leek om een koningin te zijn) en BlueSky vanwege dit liedje van Frank Sinatra:




Maar onlangs vond ik het helemaal niet leuk meer om zo te heten. Dat BlueSky nog wel, maar dat queen, dat koningin zijn, daar wou ik vanaf. Weg met dat hofprotocol en dat braaf en netjes en vriendelijk en meegaand doen omdat dat nou eenmaal zo hoort.
Maar ja, hoe wil je dan heten? Dat wist ik niet, en geduldig wachtte ik op die éne ingeving terwijl ik mezelf tijdelijk GrowlingQBS genoemd had. Dat growling, of grommen, klonk in ieder geval al een heel stuk minder lief, vriendelijk en meegaand. 
Gisteravond kwam de ingeving waar ik op wachtte, naar aanleiding van een discussie en een paar hele goeie ideeën in de chatbox met een aantal medespelers (Icer, if you are google-translate-reading this, kudos to you!), en nu heet ik G-Dragoness. Eigenlijk had ik GrowlingDragoness willen heten, maar dat was te lang, dus heb ik maar wat afgekort. 

Ik ben nu in naam een Draak. Draakin. Draakes. Draakse.
Nou ja, een Draak in ieder geval. Met klauwen en scherpe tanden en een vurige adem. En zonder braaf en netjes doen.

zondag 28 juli 2013

Ideaal huis?

Americasa, Dierenpark Emmen
Graag ga ik naar de dierentuin. Die in Emmen, want die is dichtbij. Nou ja, dichtbij, het is toch nog bijna een uur rijden. Meestal ga ik zondagochtend, lekker rustig een uurtje rijden door het mooie Drentse land. En dan koffie drinken in de dierentuin, terwijl je naar de giraffen en impala's zit te kijken.

Als je dan vroeg heen gaat, en er direct om tien uur bent, dan is het nog zo rustig dat je het gevoel hebt heel de dierentuin voor je alleen te hebben. Een van mijn lievelingsplekjes is dan Americasa, een van grote kassen. Americasa is de Zuid-Amerikaanse kas, en heerlijk warm en tropisch en groen. Er zijn bankjes die helemaal verstopt zijn in het groen, waar je zo langs loopt zonder degeen op te merken die er zit. Stil en onopgemerkt kun je er zitten en de dieren in de kas gaan hun eigen gang terwijl je stilletjes zit te zitten en te kijken en te luisteren. Heerlijk is dat.

En soms kan ik me dan zo levendig voorstellen dat er op zo'n plekje een klein tafeltje staat, en dat een echte butler een kopje thee inschenkt in zo'n sierlijk kopje uit een ouderwetse film. Dat die kas mijn huis is, en dat mijn bed een hangmat is, ergens verstopt tussen de bomen. Dat ik 's ochtends sta te douchen onder een waterval. Zo zit ik dan soms Americasa een beetje te dagdromen.

Mijn ideale huis is blijkbaar een grote tropische kas.
Het is maar een fantasie.
Maar ach, wel een mooie fantasie.

vrijdag 19 juli 2013

De reis van lang naar kort

Heel mijn leven heb ik lang haar gehad. Eerst, toen ik nog klein was, was dat omdat Papa dat mooi vond. Hij was en is nogal gericht op mooi. En lang haar vindt hij mooi. Want vrouwelijk en zo. Onbewust kreeg ik daardoor de boodschap mee in mijn opvoeding dat lang haar "hoort" voor een vrouw. En op een korte periode in mijn tienertijd na heb ik ook altijd lang haar gehad. Experimenteren met verschillende kleuren blond, rood, bruin en zwart haar deed ik graag, maar nooit dacht ik er over om het kort te knippen. Want een vrouw hoort lang haar te hebben, zo vond mijn onderbewuste.

Oh, ik verzon allerlei excuses om het lang-haar-hebben goed te praten tegenover mezelf. Lang haar was makkelijker, want als je dan een bad hair day had kon je het gewoon opsteken, nietwaar? En mijn haar was toch zeker erg mooi, met al die slag en krul er in en zo. En ik wou toch zeker geen kortharige kerelskop hebben. En meer van zulke (eigenlijk best wel stomme) redenen. Maar stiekem waren dat maar excuses. Flauwekulsmoesjes, om niet te hoeven toegeven dat ik eigenlijk lang haar had omdat ik het rare idee had dat dat "hoort". 

Soms stak ik het dan op, en dan keek ik in de spiegel en verbeeldde ik me dat ik kort haar had. "Hoe zou mijn haar zitten als het kort zou zijn?", vroeg ik mezelf wel eens af. Maar kort haar nemen wat zo definitief, dat durfde ik niet. Je kunt immers wel af- maar niet aanknippen. Soms had ik het er over met Kapper Trees van Studio 10 (echt heel goede kapster trouwens! Aanrader!). Maar afknippen, nee dat durfde ik niet. In tegendeel, ik liet mijn haar steeds langer worden. Zo lang mogelijk wou ik het hebben. Want dan kon ik het zo makkelijk opsteken. Maar ondanks mezelf begon ik me langzaamaan te realiseren dat ik vooral lang haar had omdat ik het idee had dat dat "hoort". En dat ik zelf eigenlijk helemaal geen lang haar wou. Stiekem wou ik het eigenlijk best wel kort hebben. Maar dat hoorde toch niet, en ik vond het maar een eng idee, mijn haar kort laten knippen.

En toen ineens werd ik op een ochtend wakker. 's Nachts had mijn hoofd de knop omgezet en ik wist: "ik wil het kort!". Ik heb nog steeds geen idee waar dat eigenlijk vandaan kwam, maar ik wist heel zeker dat ik het wou. "Eerst maar eens rustig over nadenken", zo zei ik tegen mezelf. Maar de kortwens bleef. Ik ging plaatjes kijken op internet van korte kapsels. Kort haar willen is leuk, maar weten hoe je het dan wilt is dan wel handig. Ik stak mijn haar alleen nog maar op, om er aan te wennen hoe dat zou zijn met kort haar. Ik ruimde mijn haarspelden op en richtte mijn kaptafel opnieuw in. Zorgde voor een goed stopcontact bij de kaptafel voor de föhn. Kocht ruime hoeveelheden haarlak en gel en zo meer. Dat zou ik nodig hebben, besefte ik. Want kort haar zou ik elke ochtend moeten föhnen en zo om er voor te zorgen dat het "zat". 

De op internet gevonden plaatjes van kort haar nam ik mee naar de kapper. Ik vertelde haar dat ik het kort wou. Ze keek me aan en zag meteen dat ik er erg serieus over was. Ze kent me al langer dan vandaag :) en zag dus gelijk dat ze me er niet vanaf hoefde te praten. En dus heeft ze mijn haar kort geknipt. Kort kort. En ik ben er blij mee. In plaats van een kapsel "Dat Hoort" heb ik nu een kapsel dat ik Zelf Wil. 

En onverwacht blijkt het me nog eens veel tijd op te leveren ook: kort haar is zo snel droog als je het wast! En föhnen is veel makkelijker dan ik had verwacht, al moest ik natuurlijk wel even oefenen. Kapper Trees heeft me precies uitgelegd hoe ik het moet föhnen en dat gaat inderdaad prima! 

En een klein stemmetje in mijn achterhoofd vindt: "geen wonder dat mannen altijd vinden dat vrouwen niet op kunnen schieten. Lang haar kost gewoon echt ontzettend veel meer tijd dan je denkt. "